Psalmen
Chapter 102
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Kulish and Puluj B…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1Gebed van een ongelukkige, als de moed hem ontzinkt, en hij voor Jahweh zijn jammerklacht uitstort. Jahweh, hoor mijn gebed, Mijn jammerklacht dringe tot U door!
1Молитва нужденного, що, униваючи серцем, виливає жаль свій перед Господом. Господи, почуй молитву мою, і прийми жаль мій!
2Verberg voor mij uw aanschijn niet, Wanneer het mij bang wordt; Luister naar mij, als ik roep, En verhoor mij toch snel!
2Не ховай лиця твого в день тїсноти моєї; прихили ухо до мене; в день, коли призиваю тебе, не гайся, вислухай мене.
3Want als rook gaan mijn dagen voorbij; En mijn gebeente gloeit als een oven;
3Бо днї мої, як дим, улїтають, і костї мої, як у жарі, тлїють.
4Mijn hart is verdroogd en verdord als het gras, Want ik denk er niet aan, mijn brood nog te eten;
4Як билина, серце моє обгоріло та ізсохло, вже забув я хлїб мій їсти.
5En door mijn klagen en kermen, Kleeft mijn gebeente aan mijn vlees.
5Від голосу мого стогнання пристали костї мої до тїла.
6Ik ben als een pelikaan der woestijn, En als een uil tussen puinen;
6Я, мов пеликан в пустинї, мов сова на руїнах.
7Ik kan niet meer slapen, en zit maar te klagen, Als een eenzame mus op het dak.
7Не сплю і став, як одинока пташина на криші.
8Mijn vijanden houden niet op, mij te honen, En tegen mij te razen en te vloeken.
8Цїлий день кепкують з мене вороги мої; кленуться мною ті, що проти мене лютують.
9Ja, ik eet as als mijn brood, En met tranen meng ik mijn drank;
9Попіл став для мене хлїбом, а напиток мій з сльозами мішаю,
10Want Gij hebt om uw gramschap en toorn Mij opgenomen en weggeslingerd!
10Задля гнїву твого і яростї твоєї; ти бо підняв мене, і кинув мене.
11Mijn dagen vlieden heen als een schaduw, Ik kwijn weg als het gras.
11Днї мої, як тїнь зникають, і як трава я сохну.
12Maar Gij, Jahweh, blijft eeuwig, En uw Naam van geslacht tot geslacht!
12Ти ж, Господи, будеш по віки, і память твоя з роду в рід.
13Gij zult opstaan, en U over Sion ontfermen: Het is tijd, hem genadig te zijn; het uur is gekomen!
13Ти встанеш, змилосердишся над Сионом; час бо вже, помилувати їх, прийшов бо визначений час.
14Want uw dienaars hebben zijn stenen lief, En hebben deernis met zijn puinen.
14Твої бо слуги полюбили каміння його, і жаль їм розвалин його.
15Dan zullen de heidenen de Naam van Jahweh vrezen, Alle vorsten der aarde uw majesteit:
15І побояться народи імені Господа, і слави твоєї всї царі землї.
16Omdat Jahweh Sion herbouwt, En Zich openbaart in zijn glorie;
16Коли Господь відбудує, явиться в славі своїй.
17Zich tot de bede der verlatenen neigt, En hun gebed niet versmaadt!
17Він прихилиться до молитви понижених, і молитвою їх не погордує.
18Men schrijve dit op voor een volgend geslacht, Opdat het volk, door Jahweh herschapen, Hem zal prijzen:
18Буде се написано для будучих потомків; і нарід наново сотворений буде Господа хвалити.
19Als Jahweh weer neerziet Uit zijn heilige woning, En uit de hemel Weer neerblikt op aarde:
19Він бо глянув з висоти сьвятинї своєї, Господь споглянув з неба на землю,
20Om het gekerm der gevangenen te horen, Te verlossen, die ten dode zijn gewijd;
20Щоб почути стогнаннє невільника, щоб розкувати дїтей смертї.
21En om Jahweh’s Naam in Sion te melden, In Jerusalem zijn lof,
21Щоб звіщали імя його на Сионї і хвалу його в Ерусалимі,
22Wanneer de volkeren zich verzamelen, En de koninkrijken, om Jahweh te dienen!
22Коли разом зберуться народи і царства, щоб Господеві служити.
23Wel heeft Hij midden op mijn weg mijn krachten gebroken, En mijn dagen verkort; maar toch blijf ik bidden:
23Він змучив в дорозї силу мою; вкоротив днї мої.
24Mijn God, neem mij niet weg op de helft mijner dagen; Uw jaren duren van geslacht tot geslacht.
24Я сказав: Боже мій, не возьми мене в половинї днїв моїх! Від роду до роду лїта твої!
25In den beginne hebt Gij de aarde gegrond, En de hemelen zijn het werk uwer handen!
25З нащаду сьвіта ти утвердив землю, і небеса — твориво рук твоїх.
26Zij zullen vergaan, maar Gij blijft; Als een kleed zullen zij allen verslijten.
26Вони перейдуть, ти ж останешся, вони всї, як одежа, зостаріються; як шати переміниш їх, і вони переміняться.
27Gij verwisselt ze als een mantel, zij zullen verdwijnen; Maar Gij blijft dezelfde, en uw jaren nemen geen einde.
27Ти ж все той самий, і лїтам твоїм нема кінця.
28Zo blijven ook de zonen uwer dienaars bestaan, En hun kroost houdt stand voor uw aanschijn!
28Сини слугів твоїх будуть жити, і насїннє їх не загине перед тобою.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.