Psalmen
Chapter 9
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Kulish and Puluj B…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1Voor muziekbegeleiding. Wijze: De dood van den zoon. Een psalm van David. Met heel mijn hart wil ik U loven, o Jahweh En al uw wonderen vermelden;
1Проводиреві хора: під мутляббен. Псальма Давидова. Славити му Господа всїм серцем моїм; я звіщу про всї чудеса твої.
2In U mij verheugen en juichen, Uw Naam, Allerhoogste, bezingen!
2Радуватись і веселитись буду задля тебе і сьпівати хвалу імени твоєму, Всевишний!
3Want mijn vijanden hebben de vlucht moeten nemen, Ze zijn gestruikeld en kwamen om voor uw blik;
3Як вороги мої повернулись назад, і, спотикнувшись, погибли перед лицем твоїм.
4Want Gij hebt mijn pleit en belangen behartigd, Als rechtvaardig Rechter uw troon bestegen.
4Ти бо судив мою правду і мою праведну справу: Ти сїв на престолї, суддя справедливий.
5De heidenen hebt Gij bestraft, De goddelozen vernietigd, Zelfs hun naam uitgewist Voor altijd en immer.
5Ти погромив народи, знищив безбожника, імя їх затер єси на віки вічні.
6De vijanden werden tot zwijgen gebracht, Voor goed hun zwaarden gebroken; Hun steden hebt Gij verwoest, Zelfs de herinnering er aan ging verloren.
6Ох вороже! Конець руїнам на віки — і городи понищив ти; ой пропала їх память.
7Ziet, Jahweh troont in eeuwigheid, Houdt zijn rechterstoel voor het oordeel gereed;
7Але Господь пробуває на віки; він приготовив на суд престол свій.
8Rechtvaardig richt Hij de wereld, Vonnist de volken, zoals ze verdienen.
8І він, він судити ме весь сьвіт по правдї, і зробить суд над народами по правотї.
9Zo bleef Jahweh een toevlucht voor de verdrukten, Een wijkplaats in tijden van nood;
9І буде Господь пристанню пригнетеному, велике прибіжище під час злиднїв.
10Die uw Naam kennen, mochten steeds op U hopen, Want nooit verliet Gij, die U zochten, o Jahweh!
10І будуть вповати на тебе, хто знає імя твоє; бо ти не опускаєш нїкого, хто шукає тебе, Господи.
11Zingt nu voor Jahweh, die de Sion bewoont, Roept tot de volken zijn daden;
11Сьпівайте Господу живущому на Сионї, звіщайте між народами дїла його.
12Want de Bloedwreker blijft de verdrukten gedenken, Vergeet hun noodkreten niet.
12Бо коли він слїдить за пролитою кровю, то згадає про них; він не забуває голосїння бідолашних.
13Jahweh, wees mij genadig; zie mijn ellende, door mijn haters berokkend, Trek mij omhoog uit de poorten des doods,
13Помилуй мене, Господи, зглянься над недолею моєю від ненавидників моїх, і підніми мене від дверей смертї,
14Opdat ik overal uw lof mag verkonden, Om uw redding juichen in de poorten der dochter van Sion.
14Щоб я ізвістив всю хвалу твою у брамах дочки Сионової; щоб я радувався спасеннєм твоїм.
15De heidenen zinken weg in de kuil, die ze groeven, Hun voet is gevangen in het net, dat ze spanden;
15Провалились народи в пропасть, що викопали її; зловилась нога їх у сїтях, що заставили їх тайно.
16Jahweh heeft Zich doen kennen, en vonnis gewezen: De goddeloze ligt in zijn eigen daden verstrikt.
16Пізнали Господа, він звершив суд; безбожник запутався в дїлах рук своїх.
17Zó mogen ook de zondaars naar het dodenrijk varen, Alle heidenen, die God niet gedenken;
17Нехай повернуться безбожники в пекло, всї народи, що забувають Бога.
18Maar de arme worde niet eeuwig vergeten, De hoop der verdrukten niet altijd beschaamd.
18Бо не буде завсїди забутий вбогий, і не пропаде на віки надїя смирних.
19Sta op dan, Jahweh! Laat zich de mens niet vermeten, Maar laat de heidenen worden gericht voor uw aanschijn.
19Встань, Господи, щоб не взяв верх чоловік; нехай перед лицем твоїм приймуть суд народи.
20Jahweh, geef hun een les, Waaruit de heidenen leren, dat ze maar mens zijn.
20Напусти, Господи, страх на них; нехай знають народи, що вони смертні люде.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.