3 Johannes 1
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1De présbuter aan den geliefden Cajus, dien ik waarachtig liefheb.
1Старець — Гайові любому, котрого люблю істино.
2Geliefde, ik bid, dat ge het in ieder opzicht goed moogt stellen en een goede gezondheid moogt genieten, evenals het u wèl gaat naar de ziel.
2Любий, молю ся, щоб у всьому добре тобі вело ся, і ти здоров був, яко ж добре ведеть ся душі твоїй.
3Want ik heb me buitengewoon verheugd, wanneer er broeders kwamen en een goede getuigenis aflegden van uw waarheid, en van uw gedrag overeenkomstig de waarheid.
3Вельми бо зрадїв я, коли прийшли брати, і сьвідкували про твою правду, яко ж ти в правдї ходиш.
4Ik ken toch geen groter vreugde, dan wanneer ik hoor, dat mijn kinderen in de waarheid wandelen.
4Більшої радости над сю не маю, щоб чути, що дїти мої в правдї ходять.
5Geliefde, ge handelt ook overeenkomstig uw geloof bij al wat ge doet voor de broeders, zelfs wanneer het vreemden zijn;
5Любий, ти вірно робиш, коли що робиш для братів і для постороннїх,
6ze hebben dan ook in de Kerk uw liefde met lof vermeld. Ge zult goed doen, met hen ook verder voort te helpen, zoals het God behaagt;
6котрі сьвідкували про твою любов перед церквою; добре ти зробиш, одпровадивши їх достойно перед Богом.
7want ze zijn op reis gegaan terwille van zijn Naam, en ze nemen niets van de heidenen aan.
7Вони бо ради імени Його вийшли, нїчого не прийнявши від поган;
8We zijn dus verplicht, voor zulke mannen zorg te dragen, opdat we medewerkers mogen worden voor de Waarheid.
8тим то мусимо приймати таких, щоб бути помічниками правдї.
9Ik heb hierover aan de gemeente geschreven. Maar Diótrefes, die zo gaarne onder hen de eerste wil zijn, stoort zich niet aan ons.
9Писав я церкві; тільки Диотреф, що побиваєть ся за старшуваннєм, не приймає нас.
10Daarom zal ik bij mijn komst hem zijn daden onder het oog brengen. Want hij strooit boze praatjes over ons rond; en hiermee niet tevreden, neemt hij zelf de broeders niet op, en verhindert anderen, die het wèl willen doen, en werpt ze uit de kerk.
10Тим, коли прийду, згадаю про його дїла, що робить, докоряючи нас лихими словами; і не доволен тим, нї сам не приймає братів, і боронить тим, що хочуть, і з церкви виганяє.
11Geliefde, volgt het kwade niet na, maar wèl het goede! Wie goed doet, is uit God; wie kwaad doet, heeft God nooit gezien.
11Любий, не повертай за лихим, а за добрим. Хто добре робить, (той) від Бога, хто ж лихе робить, (той) не бачив Бога.
12Over Demétrius is door allen een goede getuigenis afgelegd, ook door de Waarheid zelf; ook wij zelf getuigen het, en ge weet, dat onze getuigenis waarachtig is.
12Про Димитрия сьвідковано од усїх, і від самої правди; і ми також сьвідкуємо, а знаєте, що сьвідченнє наше правдиве.
13Ik had u nog veel te schrijven, maar ik wil u niet schrijven met inkt en met pen;
13Багацько мав я писати, тільки не хочу чернилом та пером тобі писати;
14ik hoop u echter spoedig te zien, en dan zullen we spreken van mond tot mond. Vrede zij u! De vrienden groeten u. Groet de vrienden één voor één!
14надїю ся ж незабаром бачити тебе, то й устно поговоримо.
no verse 15 in this text
15Впокій тобі. Витають тебе други. Витай другів по імени.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.