Leviticus 1
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1Jahweh riep Moses, en sprak uit de openbaringstent tot hem:
1І покликав Господь Мойсея й рече до його з соборного намету:
2Zeg aan de Israëlieten: Wanneer iemand van u aan Jahweh een offergave wil brengen uit het vee, moet gij uw offergave kiezen uit de runderen of het kleinvee.
2Промов до синів Ізрайлевих і заповідай їм: Коли хто зміж вас приносити ме приніс Господеві від скоту, мусите приносити приніс ваш від товару й овечок та кіз.
3Wanneer iemand een rund als brandoffer wil opdragen, moet hij een gaaf mannelijk dier offeren. Om het welgevallig aan Jahweh te maken, moet hij het naar de ingang van de openbaringstent brengen,
3Коли приніс його жертва всепалення з товару, мусить приносити самця без скази; до входу в громадянський намет приносити ме його, щоб знайти ласку в Господа.
4en zijn hand op de kop van het brandoffer leggen; dan zal het goedgunstig worden aanvaard, en vergiffenis voor hem verkrijgen.
4І положить руку свою на голову жертви всепалення, і знайде ласку в Господа, щоб спокутувати гріхи свої.
5Daarna moet hij het rund voor het aanschijn van Jahweh slachten; en de zonen van Aäron, de priesters, moeten het bloed opdragen, en daarmee het altaar, dat bij de ingang van de openbaringstent staat, aan alle kanten besprenkelen.
5І заколеш ти бичка перед Господом; і принесуть сини Аронові, сьвященники, кров, і покроплять кровю жертівника з усїх боків, той, що стоїть коло входу в соборний намет.
6Vervolgens moet hij het brandoffer villen, en in stukken snijden.
6І здійме шкіру з жертви всепалення і розійме її на частини.
7De zonen van Aäron, de priesters, moeten vuur op het altaar leggen, hout op het vuur stapelen,
7І запалять сини Арона, сьвященника, вогонь на жертівнику, і розложать на вогнї дрова;
8en de stukken met de kop en het vet op het hout leggen, dat op het altaarvuur ligt.
8І покладуть сини Аронові, сьвященники, частини: голову й жир на дровах, над вогнем, що на жертівнику.
9Maar de ingewanden met de poten moet hij met water afwassen; dan moet de priester alles tezamen op het altaar in rook doen opgaan. Het is een brandoffer, een welriekend vuuroffer voor Jahweh.
9Тельбухи ж і ноги пополоще в водї, і пустить сьвященник се все димом: се всепаленнє, огняна жертва, любі Господеві пахощі.
10Wanneer zijn gave voor het brandoffer uit kleinvee bestaat, uit een schaap of een geit, dan moet hij een gaaf mannelijk dier als offergave brengen.
10А коли приніс його з овечок та з кіз, на всепаленнє, самця без скази нехай приносить.
11Hij moet het aan de noordzijde van het altaar voor het aanschijn van Jahweh slachten, en de zonen van Aäron, de priesters, moeten het altaar aan alle kanten met het bloed besprenkelen.
11І заколе його на північньому боцї жертівника перед Богом і набризкають сини Аронові, сьвященники, крові його на жертівника, з усїх боків.
12Dan moet hij het in stukken snijden, die de priester met de kop en het vet op het hout moet leggen, dat op het altaarvuur ligt.
12І роздійме його на частини, і покладе їх сьвященник вкупі з головою й жиром на жертівнику на дровах, се є на вогнї, що на жертівнику.
13De ingewanden met de poten moet hij met water afwassen; dan moet de priester alles tezamen opdragen en op het altaar in rook doen opgaan. Het is een brandoffer, een welriekend vuuroffer voor Jahweh.
13Тельбухи й ноги повиполїскує в водї, і принесе сьвященник усе це, та й пустить димом на жертівнику.
14Wanneer hij gevogelte aan Jahweh als brandoffer wil opdragen, moet hij een tortel of een jonge duif als offergave brengen.
14Коли ж жертва всепалення від птаства буде приніс його Господеві, мусить принести жертву свою з горлиць або з голубенят.
15De priester moet die naar het altaar brengen, haar de kop afknijpen en die op het altaar in rook doen opgaan. Haar bloed moet tegen de zijde van het altaar worden uitgeperst.
15І принесе її сьвященник до жертівника, і зверне головку їй, та й пустить із димом на жертівнику, а кров її нехай, вицїдить по стїнї в жертівника;
16Haar krop met de veren moet hij verwijderen, en naast het altaar, aan de oostkant, op de ashoop werpen.
16Волє ж її з калом віддїлить і кине коло жертівника на схід соньця до попелища.
17Hij moet de vleugels inscheuren zonder ze er helemaal af te trekken. Dan moet de priester haar op het altaar, op het hout boven het vuur, in rook doen opgaan. Het is een brandoffer, een welriekend vuuroffer voor Jahweh.
17І надріже її на крилах, не віддїляючи їх, і пустить сьвященник її з димом на жертівнику на дровах, що на вогнї: всепаленнє се, огняна жертва, пахощі любі Господеві.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.