Leviticus
Chapter 4
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Kulish and Puluj B…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1Jahweh sprak tot Moses:
1І рече Господь Мойсейові: Промов до синів Ізрайлевих так:
2Zeg aan de Israëlieten: Wanneer iemand zonder opzet een fout begaat, en iets doet, wat Jahweh verboden heeft, geldt het volgende:
2Коли яка душа согрішить ненароком проти которої заповідї Господньої, і зробить що небудь, чого не годиться робити,
3Wanneer de gezalfde priester zondigt, en zo schuld op het volk laadt, moet hij als zondeoffer voor wat hij verkeerd heeft gedaan, een gaven jongen stier aan Jahweh offeren.
3Коли сьвященник помазаний согрішить і дасть привід людям, то за гріх свій, яким согрішив, нехай принесе бичка без скази як жертву за гріх Господеві.
4Hij moet den stier aan de ingang van de openbaringstent voor het aanschijn van Jahweh brengen, zijn hand op de kop van den stier leggen, en den stier voor het aanschijn van Jahweh slachten.
4І приведе він бичка до входу в соборний намет, і положить руку свою на голову бичкові, та й заколе бичка перед Господом.
5Vervolgens moet de gezalfde priester wat bloed van den stier nemen, het binnen de openbaringstent brengen,
5І возьме сьвященник помазаний бичкової крові, та й внесе до соборного намету;
6zijn vinger in het bloed dopen, en zeven maal voor het aanschijn van Jahweh voor het voorhangsel van het heiligdom wat bloed sprenkelen.
6І вмочить сьвященник пучку свою в кров і бризне сїм раз перед Господом, перед завісою сьвятинї.
7Daarna moet de priester wat van dat bloed aan de hoornen van het reukofferaltaar strijken, dat voor het aanschijn van Jahweh in de openbaringstent staat, en de rest van het bloed van den stier uitstorten tegen het voetstuk van het brandofferaltaar, dat bij de ingang van de openbaringstent staat.
7І положить сьвященник крові на роги кадильного жертівника перед Господом, що в соборному наметї, а всю кров з бичка виллє до підніжка жертівника всепалення, що коло входу в соборний намет.
8Al het vet van den stier, die als zondeoffer geldt, moet hij eruit nemen: het vet, dat de ingewanden bedekt met al het vet, dat aan de ingewanden vastzit;
8А ввесь жир бичка жертви за гріх повиймає з його; ввесь жир, що вкриває тельбухи, і ввесь жир, що на тельбухах.
9de beide nieren met het vet, dat daaromheen in de lenden zit, en de kwab aan de lever, die hij met de nieren moet wegnemen,
9І обидві нирки й жир, що на їх, що на стегнах, і сальник на печінцї; з нирками повіддїлає се,
10zoals bij den stier van het vredeoffer geschiedt. De priester moet dat op het brandofferaltaar in rook doen opgaan.
10Так, як виймається із товарини жертви мирної; і воскурить їх сьвященник на жертівнику всепалення.
11De huid van den stier met al het vlees, zijn kop, poten en darmen,
11А шкіру з бичка й усе мясиво його з головою його, й ногами його, й з тельбухами його, і з калом його:
12dus de rest van den stier, moet hij buiten de legerplaats naar een reine plek laten brengen, waar de as wordt gestort, en op een houtstapel verbranden; op de plek, waar de as wordt gestort, moet het worden verbrand.
12Всього бичка мусить винести геть з табору на чисте місце, де висипають попіл, та й спалить його на дровах огнем; де висипають попіл, спалять його.
13Wanneer heel de gemeenschap van Israël een fout begaat, zonder dat de gemeente het opzettelijk deed, en zij iets hebben gedaan, wat Jahweh verboden heeft, en dus schuldig zijn geworden;
13Коли ж уся громада Ізраїля согрішить ненарочно, і втаєна буде справа від очей збору, а переступлять котру з усїх заповідей, зробивши, чого не повинні робити, і провинять,
14dan moet de gemeente, zodra ze zich van de overtreding bewust wordt, een stier als zondeoffer opdragen. Zij moeten dien voor de openbaringstent brengen;
14І гріх стане явний, котрим согрішили проти неї, тодї мусить громада принести бичка в жертву за гріх і приведе вона його перед соборний намет.
15de oudsten van de gemeenschap moeten voor het aanschijn van Jahweh hun handen op de kop van den stier leggen, en den stier voor het aanschijn van Jahweh slachten.
15І положять громадські мужі руки свої на голову бичкові перед Господом, і буде заколений бичок перед Господом.
16Vervolgens moet de gezalfde priester wat bloed van den stier binnen de openbaringstent brengen;
16І принесе помазаний сьвященник, помазанець, крові з бичка в соборний намет,
17de priester moet zijn vinger in het bloed dopen en zeven maal voor het aanschijn van Jahweh voor het voorhangsel sprenkelen.
17І вмочить сьвященник пучку свою в кров і бризне сїм раз перед Господом, перед завісю.
18Daarna moet hij wat van dat bloed aan de hoornen van het altaar strijken, dat voor het aanschijn van Jahweh in de openbaringstent staat, en de rest van het bloed uitstorten tegen het voetstuk van het brandofferaltaar, dat bij de ingang van de openbaringstent staat.
18І положить крові на роги жертівника всепалення, що коло входу в соборний намет.
19Al het vet moet hij er uitnemen, en op het altaar in rook doen opgaan.
19А ввесь жир оддїлить од його та й воскурить на жертівнику.
20Verder moet hij met den stier doen, zoals hij met den stier van het zondeoffer gedaan heeft. Zo zal de priester verzoening voor hen verkrijgen en zal hun vergiffenis worden geschonken.
20І впорає бичка сього так, як порає бичка, що на жертву за гріх; так і мусить зробити з ним. І так зробить сьвященник покуту за них і проститься їм.
21Hij moet den stier buiten de legerplaats laten brengen en hem verbranden, zoals hij den vorigen stier heeft verbrand. Dit is het zondeoffer voor de gemeente.
21І винесе бичка геть із табору та й спалить його, як спалив первого бичка. Се жертва за гріх громади.
22Wanneer een stamhoofd een overtreding begaat, en zonder opzet tegen een of ander gebod van Jahweh, zijn God, misdoet, en dus schuld op zich laadt,
22Коли согрішить князь і переступить ненарочно одну з усїх заповідей Господа, Бога свого, зробивши чого не годиться робити, та й провинить,
23moet hij, zodra hij zich zijn overtreding bewust wordt, een geitebok zonder gebrek als offer opdragen.
23І виявиться йому гріх його, котрим согрішив, так мусить принести свою жертву, козла, самчика без скази.
24Hij moet zijn hand op de kop van den bok leggen en dien slachten op de plaats, waar men voor het aanschijn van Jahweh het brandoffer slacht; het is een zondeoffer.
24І положить він руку свою на голову козла, та й заколе його там, де заколюють жертву всепалення перед Господом: се жертва за гріх.
25Vervolgens moet de priester met zijn vinger wat bloed van het zondeoffer nemen, het aan de hoornen van het brandofferaltaar strijken, en het bloed uitstorten tegen het voetstuk van het brandofferaltaar.
25І возьме сьвященник крові жертви за гріх пучкою своєю та й положить на роги жертівника всепалення, а кров його виллє до стояла жертівника.
26Al het vet moet hij op het altaar in rook doen opgaan, zoals met het vet van het vredeoffer geschiedt. Zo zal de priester voor hem verzoening voor zijn zonde verkrijgen, en zal hem vergiffenis worden geschonken.
26А ввесь жир його воскурить на жертівнику, як жир жертви мирної. І так зробить сьвященник покуту за гріх його і проститься йому.
27Wanneer iemand van het gewone volk zonder opzet een overtreding begaat, door tegen een der geboden van Jahweh te handelen, en dus schuld op zich laadt,
27Коли ж хто з простого люду согрішить ненарочно та й переступить одну з заповідей Господнїх, вдїявши чого не повинен чинити, та й провинить,
28moet hij, zodra hij zich zijn overtreding bewust wordt, voor zijn begane fout een geit zonder gebrek als offer brengen.
28І коли пізнає гріх свій, котрим согрішив, так нехай принесе жертву свою: козу без скази за гріх свій, що согришив ним.
29Hij moet zijn hand op de kop van het zondeoffer leggen, en het slachten op de plaats, waar men het brandoffer slacht.
29І положить руку свою на голову жертви за гріх, та й заколе жертву на місцї всепалення.
30Vervolgens moet de priester met zijn vinger wat van haar bloed nemen, het aan de hoornen van het brandofferaltaar strijken, en de rest van het bloed uitstorten tegen het voetstuk van het altaar.
30І возьме сьвященник її крові пучкою своєю та й положить на роги в жертівника всепалення, а всю кров виллє до стояла в жертівника.
31Al het vet moet hij er uitnemen, zoals met het vet van het vredeoffer geschiedt, en de priester moet het op het altaar in rook doen opgaan als een welriekend offer voor Jahweh. Zo zal de priester verzoening voor hem verkrijgen en zal hem vergiffenis worden geschonken.
31І віддїлить увесь жир її, як оддїляють жир у жертви мирної, і воскурить сьвященник на жертівнику про любі Господеві пахощі. І таку покуту зробить сьвященник за його, і проститься йому.
32Wanneer iemand voor zijn overtreding een lam wil offeren, moet hij een gaaf ooilam offeren.
32А коли принесе вівцю як приніс в жертву за гріх, нехай буде самиця без скази, що він приносить.
33Hij moet zijn hand op de kop van het zondeoffer leggen, en het als zondeoffer slachten op de plaats, waar men het brandoffer slacht.
33І положить він руку свою на голову жертви за гріх та й заколе її як жертву за гріх на тому місцї, де заколюють жертву всепалення.
34Vervolgens moet de priester met zijn vinger wat van het bloed van het zondeoffer nemen, het aan de hoornen van het brandofferaltaar strijken, en de rest van het bloed uitstorten tegen het voetstuk van het altaar.
34І возьме сьвященник крові од жертви за гріх пучкою своєю та й положить на роги жертівника всепалення, а всю кров її виллє до стояла жертівника.
35Al het vet moet hij er uitnemen, zoals met het vet van het lam voor een vredeoffer geschiedt en de priester moet het op het altaar in rook doen opgaan, tegelijk met de vuuroffers van Jahweh. Zo zal de priester voor hem verzoening voor zijn overtreding verkrijgen en zal hem vergiffenis worden geschonken.
35А ввесь жир її оддїлить, як оддїляють жир у жертви мирної, і воскурить сьвященник його на жертівнику при палених жертвах Господеві; і так відправить сьвященник покуту за гріх його, що він согрішив, і проститься йому.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.