Ezra
Chapter 1
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Kulish and Puluj B…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1In het eerste jaar van Cyrus, koning van Perzië, bewoog Jahweh de geest van Cyrus, den koning van Perzië, om het woord in vervulling te doen gaan, dat Jahweh door de mond van Jeremias gesproken had. Daarom liet deze door heel zijn rijk mondeling en schriftelijk afkondigen:
1Першого року Кира, царя Перського, — щоб справдилось слово Господне, через Ереміїні уста, — розбудив Господь дух Кира, царя Перського, й він звелїв оповістити по всьому свойму царстві словом і письмом:
2Zo spreekt Cyrus, de koning van Perzië! Jahweh, de God des hemels, heeft mij alle koninkrijken der aarde gegeven, en heeft mij bevolen, Hem een tempel te bouwen in Jerusalem van Juda.
2Так говорить Кир, царь Перський: Господь, Бог небесний, дав менї всї царства на землї, й звелїв менї збудувати йому дім в Ерусалимі, що в Юдеї.
3Laat dus ieder van u, die tot zijn volk behoort, onder de schutse van zijn God naar Jerusalem in Juda trekken en het huis van Jahweh bouwen, Israëls God; want Hij is de God, die in Jerusalem woont.
3Хто є зпоміж вас з усього народу його, — нехай буде Бог його з ним — і нехай ійде в Ерусалим, що в Юдеї, і будує дім Господа, Бога Ізрайлевого, того Бога, що в Ерусалимі.
4En al wie achterblijft, moet, waar hij ook toeft, de mensen, die uit zijn plaats vertrekken, een ondersteuning meegeven in zilver en goud, have en vee, behalve nog de offergaven voor het huis van God in Jerusalem.
4А всї ті, що зістались, по всїх місцях, де б хто нї жив, нехай допоможуть йому осадники того місця сріблом і золотом, і инчим добром та товаром, жертвуючи по добрій волї на дом Божій, що в Ерусалимі!
5Daarom maakten de familiehoofden van Juda en Benjamin, met de priesters, de levieten en allen, wier geest Jahweh daartoe had opgewekt, zich gereed, om op te trekken en het huis van Jahweh in Jerusalem te bouwen.
5І знялись голови над поколїннями Юдиними та Беняминовими, й сьвященники й левіти, кожний, в кому Бог розбудив дух його, щоб ійти будувати дом Господень, що в Ерусалимі.
6En allen, die in hun omgeving woonden, steunden hen zo goed mogelijk met zilver en goud, met have en vee, en gaven daarenboven nog allerlei kostbaarheden als offergift mee.
6І всї їх сусїди допомагали їм срібними посудинами, золотом і инчим добром і товаром, та дорогими речами окрім усяких добровільних дарів на храм.
7Bovendien liet koning Cyrus het vaatwerk van de tempel van Jahweh teruggeven, dat Nabukodonosor uit Jerusalem had weggevoerd en in de tempel van zijn god had geplaatst.
7І царь Кир винїс посуд дому Господнього, що Набуходонозор забрав був з Ерусалиму та зложив в домі свого бога, —
8Cyrus, de koning van Perzië, stelde het den schatmeester Mitredat ter hand, en deze droeg het aan Sjesjbassar, den vorst van Juda, over.
8І винїс його Кир, царь Перський, рукою Митридата скарбника; а сей, перелїчивши, здав його Шешбазарові, князеві Юдейському.
9Ziehier het getal: dertig gouden en duizend zilveren kommen; negen en twintig offerpannen;
9І ось число їх: блюд золотих трийцятеро, блюд срібних тисяча, ножів двайцять девять;
10dertig gouden en tweeduizend vierhonderd en tien zilveren bekers; en duizend andere vaten.
10Чаш золотих трийцять, чаш срібних инших чотириста десять, других посудин тисяча.
11Het hele getal gouden en zilveren vaten bedroeg vier en vijftighonderd. Dit alles nam Sjesjbassar mee, toen de ballingen wegtrokken van Babel naar Jerusalem.
11Усїх посудин, золотих та срібних, пять тисяч чотириста: Усе це взяв із собою Шешбазар, як одсилано виселенцїв із Вавилону в Ерусалим.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.