Titus 1
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1Paulus, dienaar van God en apostel van Jesus Christus, -terwille van het geloof van Gods uitverkorenen en de kennis der waarheid, die in vroomheid wortelt,
1Павел, слуга Божий, апостол же Ісуса Христа, по вірі вибраних Божих і зрозумінню правди, що по благочестю,
2terwille ook van de hoop op het eeuwige leven, dat de waarachtige God vóór eeuwige tijden heeft beloofd,
2в надїї вічнього життя, котре обітував Бог, що не обманює, перед вічними часами,
3en te zijner tijd als zijn woord heeft geopenbaard door de prediking, die mij is toevertrouwd door beschikking van God onzen Zaligmaker:
3явив же часу свого слово своє проповіданнєм, котре менї поручено по повелїнню Спасителя нашого, Бога:
4aan Titus, zijn rechtgeaard kind in gemeenschappelijk geloof: Genade en vrede van God den Vader, en van Christus Jesus onzen Verlosser.
4Титу, правдивому синові по спільній вірі: Благодать, милость, мир од Бога Отця і Господа Ісуса Христа, Спаса нашого.
5Ik heb u op Kreta achtergelaten, opdat ge zoudt voltooien wat nog onafgedaan bleef, en in iedere stad priesters zoudt benoemen, naar de eisen welke ik u heb vastgesteld:
5На те зоставив я тебе в Критї, щоб остальне довів до ладу і настановив по всїх городах пресвитерів, як я тобі повелїв.
6namelijk slechts iemand, die onberispelijk is, die slechts éénmaal is gehuwd en gelovige kinderen heeft, welke niet van losbandigheid en weerspannigheid worden beschuldigd.
6Коли хто непорочен, однієї жінки муж, має вірних дїтей, недокорених за розврат, або непокірних.
7Want een bisschop moet onberispelijk zijn als huishouder Gods; niet verwaand, niet driftig, geen drinker, geen vechter, niet uit op winstbejag;
7Треба бо епископу без пороку бути, яко Божому доморядникові, щоб не собі годив, не був гнївливий, не пяниця, не сварливий, не жадний поганого надбання,
8maar gastvrij, deugdzaam, bezonnen, rechtvaardig, vroom en matig;
8а був гостинний, любив добре, (у всьому) мірний, праведний, преподобний, вдержливий,
9hij moet zich houden aan de prediking, die strookt met de ware leer, opdat hij met gezonde onderrichting vermanen kan en de tegensprekers weerleggen.
9щоб державсь вірного слова по науцї, щоб умів і напоминати здоровою наукою і докоряти противних.
10Want er zijn veel weerspannigen, holle praters en verleiders, heel in het bijzonder onder de besnedenen.
10Багато бо непокірних, марномовцїв і обманщиків, найбільше ж которі з обрізання,
11Ge moet hun de mond stoppen; anders zetten ze ganse gezinnen overhoop, door onbehoorlijke dingen te leren uit winstbejag.
11їм треба роти позатуляти; вони всї доми розвертають, навчаючи чого не треба, ради скверного надбання.
12Een hunner, hun eigen profeet, zegt: “Kretenzen zijn altijd leugenaars, boos vee, vadsige buiken,”
12Сказав же один о них, власний їх пророк: Критяне завсїди брехуни, люті зьвіри, черева лїниві.
13en deze getuigenis is waar; daarom moet ge ze streng aanpakken, opdat ze gezond worden in het geloof,
13Вірне се сьвідченнє. З сієї ж то причини докоряй їх нещадно, щоб здорові були в вірі,
14en zich niet afgeven met joodse fabels en inzettingen van mensen, die de waarheid de rug toekeren.
14не вважаючи на жидівські байки, нї на заповідї людей, що одвертають ся од правди.
15Alles is rein voor de reinen; maar voor den onreine en ongelovige is niets rein, doch bij hem is bevlekt èn verstand èn geweten.
15Все чисте чистим; опоганеним же та невірним нїщо не чисте, а опоганив ся і розум їх і совість.
16Ze geven voor, God te kennen, maar ze verloochenen Hem door hun gedrag; want ze zijn verfoeilijk, weerspannig en voor geen enkel goed werk geschikt.
16Визнають, що знають Бога, а дїлами одрікають ся від Него, бувши гидкими і непокірними і до всякого дїла доброго неспосібними.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.