2 Korintiers 1
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1Paulus, door Gods wil apostel van Christus Jesus, en broeder Timóteus, aan de Kerk Gods in en aan alle heiligen in gans Achaja:
1Павел апостол Ісуса Христа, волею Божою, та Тимотей брат, церквам Божим у Коринтї з усїма сьвятими у всїй Ахаї:
2Genade en vrede zij u van God, onzen Vader, en van den Heer Jesus Christus.
2Благодать вам і впокій од Бога Отця нашого і Господа Ісуса Христа.
3Geloofd zij de God en Vader van onzen Heer Jesus Christus, de Vader der ontferming en de God van alle vertroosting,
3Благословен Бог і Отець Господа нашого Ісуса Христа, Отець милосердя і Бог всякої утїхи,
4die ons troost bij al onze wederwaardigheden, opdat wij hen, die op een of andere wijze in druk verkeren, zouden kunnen opbeuren met de troost, waarmee wijzelf door God worden verkwikt.
4що втїшає нас у всякому горю нашому, щоб змогли ми утїшати тих, що у всякому горю, утїшеннєм, яким утїшаємось самі від Бога.
5Want zoals in volle mate Christus’ lijden ons is toegemeten, zo ook door Christus in volle mate onze vertroosting.
5Бо яко ж намножують ся страдання Христові в нас, так Христом намножуєть ся і утїшеннє наше.
6Welnu, worden wij door lijden gekweld, het geschiedt tot uw troost en uw heil; worden wij vertroost, het geschiedt tot uw vertroosting, daar deze u geschonken wordt door het verdragen van hetzelfde lijden, dat ook wij doorstaan.
6Чи то ж ми скорбимо, то для вашого втїшення і спасення, котре звершуєть ся терпіннєм тих мук, що й ми терпимо; чи то ми втїшаємось, то для вашого утїшення і спасення.
7Zó koesteren wij goede hoop met betrekking tot u, in de overtuiging, dat gij deel zult hebben aan de vertroosting, zoals gij deel hebt aan het lijden.
7І впованнє наше тверде про вас, знаючи, що як спільники ви страдання нашого, так і утїшення.
8Want broeders, we willen u niet onkundig laten van de wederwaardigheden, die ons in Azië overkwamen; hoe we het namelijk zwaar te verantwoorden hadden, ver boven onze krachten, zodat we zelfs wanhoopten aan ons leven.
8Бо не хочемо, браттє, щоб ви не відали про горе наше, що було нам в Азиї, що над міру і над силу тяжко було нам, так що не мали вже надїї й жити.
9Ja, we hadden over onszelf reeds het doodvonnis geveld, om niet op onszelf te vertrouwen, maar op God, die de doden opwekt.
9Та сами в собі присуд смерти мали, щоб не надїяти ся нам на себе, а на Бога, що підіймає мертвих,
10Hij heeft ons van die dood gered. Hij redt ons nog; en we vertrouwen op Hem, dat Hij ons nog verder zal redden,
10котрий з такої смерти збавив нас і збавляє, і на котрого вповаємо, що й ще збавляти ме,
11wanneer ook gij medewerkt door uw gebed voor ons, opdat ook in onze plaats door velen dank zal worden gebracht voor de gunst, ons door bemiddeling van velen geschonken. Eerste deel. Verdediging van Paulus’ apostolaat. vastheid van karakter bij Paulus’ apostolaat.
11за підмогою і вашої за нас молитви, щоб за те, що нам даровано стараннєм многих, многі за нас і дякували.
12Onze roem toch bestaat in de getuigenis van ons geweten, dat we namelijk in heiligheid en oprechtheid Gods, niet in vleselijke wijsheid maar in Gods genade, ons gedrag in de wereld hebben ingericht, en zeer bijzonder met betrekking tot u.
12Се бо хвала наша, сьвідченнє совісти нашої, що ми в простотї і чистотї Божій, не в мудрости тїлесній, а в благодатї Божій жили на сьвітї, більше ж у вас.
13We schrijven u toch niets anders, dan wat gij leest en verstaat. Ik hoop dus, dat gij het ééns geheel en al zult verstaan,
13Не инше бо пишем вам, як або що читаєте, або розумієте; маю ж надїю, що й до кінця зрозумієте,
14zoals gij ons reeds ten dele hebt begrepen: dat wij namelijk úw glorie zijn op de Dag van onzen Heer Jesus, gelijk gij de onze.
14як і зрозуміли нас від части, що ми хвала вам, яко ж і ви нам у день Господа нашого Ісуса Христа.
15In dit vertrouwen wilde ik het eerst naar u heenreizen, en opdat gij een dubbele genade zoudt ontvangen
15І в сїй певнотї хотїв був я прийти до вас перше, щоб і другу благодать мали,
16van u naar Macedónië trekken, en van Macedónie naar u terugkeren, om dan verder door u naar Judea te worden gezonden.
16а через вас пройти в Македонию, і знов з Македониї прийти до вас, а ви щоб провели мене в Юдею.
17Ben ik nu, door dit te willen, wispelturig te werk gegaan; of richt ik de plannen, die ik maak, naar het vlees in, zodat het bij mij nu eens “Ja, ja” is, dan weer “Neen, neen”?
17Сього бажаючи, хиба я легким розумом що робив? або що задумую, чи по тїлу задумую, щоб було в мене то так — так, то, нї — нї.
18Bij Gods trouw: ons woord aan u is niet “Ja” en “Neen” tegelijk.
18Вірен же Бог, що слово наше до вас не було „так‟ і „нї‟.
19Want Gods Zoon, Christus Jesus, die door ons onder u is gepreekt, door mij, Silvanus en Timóteus, Hij is niet “Ja” en “Neen” geweest, maar bij Hem was het slechts “Ja”.
19Бо Син Божий Ісус Христос, вам нами проповідуваний, мною та Сильваном, та Тимотеєм, не був „так‟ і „нї‟, а було у Йому „так‟.
20In Hem toch zijn alle beloften Gods: “Ja”; en daarom is ook door Hem ons “Amen”, God ter ere.
20Бо скільки обітниць Божих, то (все) в Йому „так‟ і в Йому „амінь‟, на славу Божу через нас.
21Welnu, God, die ons en u onwankelbaar aan Christus bindt en ons heeft gezalfd,
21Той же, що утверджує нас із вами у Христа й намастив нас — Бог,
22Hij heeft ook zijn zegel op ons gedrukt, en de waarborg van den Geest in onze harten gelegd.
22Він і запечатав нас, і дав задаток Духа в серцях наших.
23Ik roep God tot getuige aan voor mijn ziel, dat ik nog niet naar Korinte ben gekomen, enkel om u te sparen.
23Я ж сьвідком Бога призиваю на свою душу, що, щадивши вас, ще не прийшов в Коринт.
24We zijn toch geen dwingelanden over uw geloof, maar medewerkers aan uw blijdschap; in het geloof immers staat gij vast genoeg.
24Не тому, що ми пануємо над вірою вашою; нї, ми помічники вашої радости, бо ви стоїте вірою.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.