2 Korintiers
Chapter 13

2 Korintiers

Petrus Canisius Bible, 1…
vs Kulish and Puluj B…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1Dit is nu de derde maal, dat ik tot u kom. “Op het woord van twee of drie getuigen krijgt iedere zaak haar beslag.”
1Се вже втретє йду до вас. При устах двох сьвідків або трох стане кожне слово.
2Hun die vroeger gezondigd hebben, en al de overigen heb ik vooruit gezegd, en ik zeg het nu nog eens vooruit, —thans bij mijn afwezigheid juist als bij mijn tweede bezoek, —dat ik ze niet sparen zal, wanneer ik nog eens kom.
2Наперед казав я вам і наперед кажу, мов би був перед вами вдруге, і тепер, не бувши між вами, пишу до тих, що перше згрішили, і до всїх инших, що, як прийду знов, то не пощаджу:
3Gij verlangt immers een bewijs, dat Christus door mij spreekt, die tegenover u niet zwak is, maar krachtig.
3бо ви шукаєте в менї доказу глаголючого в менї Христа, котрий до вас не немочний, а потужний в вас.
4Want al werd Hij uit zwakheid gekruisigd, toch leeft Hij door Gods Kracht. Zeker, ook wij zijn zwak met Hem, maar tegenover u zullen we leven met Hem door Gods kracht.
4Бо хоч і розпято Його від немощі, та живий Він од сили Божої. Бо хоч і ми немочні в Йому, та жити мемо з Ним од сили Божої в вас.
5Onderzoekt uzelf, beproeft uzelf, of gij in het geloof zijt gebleven. Bespeurt gij niet bij uzelf, dat Jesus Christus in u is? Zo niet, dan doorstaat gij de proef niet.
5Самих себе розбирайте, чи ви в вірі; самих себе вивідайте. Чи то ж не знаєте себе самих, що Ісус Христос у вас єсть? Хиба тільки, що ви недостойні.
6In ieder geval hoop ik, dat gij zult inzien, dat wij de proef wèl doorstaan.
6Сподїваю ся ж, що зрозумієте, що ми не недостойні.
7We bidden dan ook tot God, dat gij geen kwaad moogt doen; niet om zelf proefhoudend te schijnen, maar opdat gij van uw kant het goede zoudt doen, ook al zouden wijzelf de proef niet doorstaan.
7Молю ся ж Богу, щоб ви не зробили нїякого зла, не щоб ми хвальними явили ся, а щоб ви добре зробили, а ми яко нехвальні були.
8Want we hebben geen macht tégen, maar wel vóór de waarheid;
8Нїчого бо не можемо проти правди, а за правду.
9en we verheugen ons, zo gij sterk zijt, al waren wij zelf ook zwak; ook voor één zaak bidden we: uw volmaaktheid.
9Радуємось бо, коли ми немочні, ви ж сильні; про се ж і молимо ся на звершеннє ваше.
10En hierom schrijf ik dit alles, terwijl ik nog afwezig ben, om bij mijn komst geen strengheid te moeten gebruiken krachtens de volmacht, die de Heer mij gegeven heeft, om op te bouwen, en niet om af te breken.
10Тим то й не бувши між вами, пишу, щоб бувши між вами не зробив безʼощадно по властї, котру дав менї Господь на збудованнє, а не на руйнованнє.
11Overigens broeders, weest blijde, verbetert u, laat u vermanen, weest eensgezind en vreedzaam; en de God van liefde en vrede zal met u zijn.
11На останок, браттє, радуйте ся, звершуйтесь, утїшайтесь, те ж саме думайте, мирно живіть, то й Бог любови й миру буде з вами.
12Groet elkander met een heilige kus.
12Витайте один одного цїлуваннєм сьвятим. Витають вас, усї сьвяті.
13U groeten al de heiligen.
13Благодать Господа Ісуса Христа і любов Божа, і причастє сьвятого Духа з усїма вами. Амінь.
14De genade van den Heer Jesus Christus, de liefde van God, en de gemeenschap van den heiligen Geest zij met u allen.
no verse 14 in this text

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.