2 Korintiers 13
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Bíblia Portuguesa Mundial (Brazilian Portuguese)
1Dit is nu de derde maal, dat ik tot u kom. “Op het woord van twee of drie getuigen krijgt iedere zaak haar beslag.”
1Esta é a terceira vez que vou até vocês. “Pela boca de duas ou três testemunhas toda palavra será estabelecida.”
2Hun die vroeger gezondigd hebben, en al de overigen heb ik vooruit gezegd, en ik zeg het nu nog eens vooruit, —thans bij mijn afwezigheid juist als bij mijn tweede bezoek, —dat ik ze niet sparen zal, wanneer ik nog eens kom.
2Já os adverti antes e volto a adverti-los. Assim como fiz quando estive presente pela segunda vez, agora, estando ausente, escrevo aos que pecaram anteriormente e a todos os demais: se eu for outra vez, não pouparei,
3Gij verlangt immers een bewijs, dat Christus door mij spreekt, die tegenover u niet zwak is, maar krachtig.
3pois vocês procuram uma prova de que Cristo fala em mim. Ele não mostra fraqueza diante de vocês, mas manifesta poder entre vocês.
4Want al werd Hij uit zwakheid gekruisigd, toch leeft Hij door Gods Kracht. Zeker, ook wij zijn zwak met Hem, maar tegenover u zullen we leven met Hem door Gods kracht.
4Pois ele foi crucificado em fraqueza, contudo vive pelo poder de Deus. Nós também somos fracos nele, mas viveremos com ele pelo poder de Deus para agir entre vocês.
5Onderzoekt uzelf, beproeft uzelf, of gij in het geloof zijt gebleven. Bespeurt gij niet bij uzelf, dat Jesus Christus in u is? Zo niet, dan doorstaat gij de proef niet.
5Examinem a si mesmos para ver se estão na fé. Ponham a si mesmos à prova. Vocês não reconhecem que Jesus Cristo está em vocês? A menos que, de fato, estejam reprovados.
6In ieder geval hoop ik, dat gij zult inzien, dat wij de proef wèl doorstaan.
6Mas espero que saibam que nós não estamos reprovados.
7We bidden dan ook tot God, dat gij geen kwaad moogt doen; niet om zelf proefhoudend te schijnen, maar opdat gij van uw kant het goede zoudt doen, ook al zouden wijzelf de proef niet doorstaan.
7Ora, oro a Deus para que vocês não façam mal algum; não para que nós pareçamos aprovados, mas para que vocês façam o que é honroso, ainda que pareçamos reprovados.
8Want we hebben geen macht tégen, maar wel vóór de waarheid;
8Pois nada podemos fazer contra a verdade, senão a favor da verdade.
9en we verheugen ons, zo gij sterk zijt, al waren wij zelf ook zwak; ook voor één zaak bidden we: uw volmaaktheid.
9Pois nos alegramos quando somos fracos e vocês são fortes. Também oramos por isto: que vocês sejam aperfeiçoados.
10En hierom schrijf ik dit alles, terwijl ik nog afwezig ben, om bij mijn komst geen strengheid te moeten gebruiken krachtens de volmacht, die de Heer mij gegeven heeft, om op te bouwen, en niet om af te breken.
10Por isso escrevo estas coisas enquanto estou ausente, para que, quando estiver presente, não precise agir com severidade, segundo a autoridade que o Senhor me deu para edificação e não para destruição.
11Overigens broeders, weest blijde, verbetert u, laat u vermanen, weest eensgezind en vreedzaam; en de God van liefde en vrede zal met u zijn.
11Finalmente, irmãos, alegrem-se! Sejam aperfeiçoados. Sejam consolados. Tenham o mesmo modo de pensar. Vivam em paz, e o Deus de amor e paz estará com vocês.
12Groet elkander met een heilige kus.
12Saúdem uns aos outros com um beijo santo.
13U groeten al de heiligen.
13Todos os santos saúdam vocês.
14De genade van den Heer Jesus Christus, de liefde van God, en de gemeenschap van den heiligen Geest zij met u allen.
14A graça do Senhor Jesus Cristo, o amor de Deus, e a comunhão do Espírito Santo sejam com todos vocês. Amém.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.