Daniel 1
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Bíblia Portuguesa Mundial (Brazilian Portuguese)
1In het derde jaar der regering van Jehojakim, koning van Juda, trok Nabukodonosor, koning van Babel, tegen Jerusalem op, en belegerde het.
1No terceiro ano do reinado de Jeoaquim, rei de Judá, Nabucodonosor, rei da Babilônia, veio a Jerusalém e a sitiou.
2De Heer leverde Jehojakim, koning van Juda, met een gedeelte der vaten van Gods huis aan hem uit. De tempelvaten bracht hij naar Sjinar over in de tempel van zijn god, en plaatste ze in de schatkamer van zijn god.
2O Senhor entregou Jeoaquim, rei de Judá, nas mãos dele, juntamente com parte dos utensílios da casa de Deus; e ele os levou para a terra de Sinear, para a casa de seu deus. Levou os utensílios para o tesouro da casa de seu deus.
3Bovendien gaf de koning aan Asjpenaz, het hoofd zijner eunuchen, bevel, enige Israëlieten, die van koninklijke bloede waren of tot de adel behoorden, mee te nemen.
3O rei ordenou a Aspenaz, chefe de seus eunucos, que trouxesse alguns dos filhos de Israel, da descendência real e dos nobres —
4Het moesten jonge mannen zijn zonder enig lichaamsgebrek, schoon van gestalte, veelzijdig ontwikkeld, met grote kennis en verstandelijke aanleg, en geschikt om dienst te doen in het paleis van den koning. Hij moest ze onderricht geven in het schrift en de taal der Chaldeën,
4jovens sem defeito físico, de boa aparência, instruídos em toda sabedoria, dotados de conhecimento, capazes de compreender a ciência e aptos para servir no palácio do rei — e que lhes ensinasse a cultura e a língua dos caldeus.
5terwijl de koning zelf hun dagelijks voedsel bepaalde van de spijzen der koninklijke tafel en van de wijn uit zijn eigen kelder. Zo moesten ze drie jaar lang worden opgeleid, om dan in dienst van den koning te treden.
5O rei determinou para eles uma porção diária das iguarias que ele próprio comia e do vinho que bebia, e ordenou que fossem educados durante três anos, ao fim dos quais serviriam diante do rei.
6Onder hen bevonden zich ook de Judeërs Daniël, Chananja, Misjaël en Azarja;
6Entre eles estavam, dos filhos de Judá, Daniel, Hananias, Misael e Azarias.
7maar het hoofd der eunuchen gaf hun andere namen: Beltsjassar aan Daniël, Sjadrak aan Chananja, Mesjak aan Misjaël, en Abed-Nego aan Azarja.
7O chefe dos eunucos lhes deu novos nomes: a Daniel deu o nome de Beltesazar; a Hananias, Sadraque; a Misael, Mesaque; e a Azarias, Abede-Nego.
8Maar Daniël had het vaste voornemen gemaakt, zich niet te verontreinigen met de spijzen der koninklijke tafel en met de wijn uit diens kelder; daarom vroeg hij het hoofd der eunuchen verlof, zich van onreine spijzen te mogen onthouden.
8Daniel, porém, decidiu em seu coração não se contaminar com as iguarias do rei nem com o vinho que ele bebia. Por isso pediu ao chefe dos eunucos permissão para não se contaminar.
9Maar ofschoon God Daniël gunst en medelijden bij het hoofd der eunuchen had doen vinden,
9Deus fez com que Daniel encontrasse bondade e compaixão diante do chefe dos eunucos.
10zei toch het hoofd der eunuchen tot Daniël: Ik ben bang, dat mijn koninklijke meester, die zelf uw spijs en drank heeft bepaald, uw voorkomen minder gunstig zal vinden dan van de andere knapen van uw jaren, en dat ik dan door uw schuld mijn hoofd bij den koning verbeur.
10O chefe dos eunucos disse a Daniel: “Tenho medo do meu senhor, o rei, que determinou o alimento e a bebida de vocês. Por que ele deveria ver o rosto de vocês com aparência pior do que o dos jovens da mesma idade? Assim vocês poriam minha cabeça em perigo diante do rei.”
11Nu deed Daniël een poging bij den kamerheer, aan wiens zorg het hoofd der eunuchen Daniël, Chananja, Misjaël en Azarja had toevertrouwd:
11Então Daniel disse ao encarregado que o chefe dos eunucos havia colocado sobre Daniel, Hananias, Misael e Azarias:
12Neem eens een proef met uw dienaren tien dagen lang, en laat ons enkel groenten eten en water drinken.
12“Peço que faça uma experiência com seus servos durante dez dias. Que nos deem legumes para comer e água para beber.
13Vergelijk dan ons voorkomen met dat van de knapen, die van de koninklijke dis hebben gegeten; en handel dan met uw dienaren naar uw bevinding.
13Depois compare nossa aparência com a dos jovens que comem das iguarias do rei e trate seus servos conforme o que você observar.”
14Hij was hun terwille, en nam met hen een proef van tien dagen.
14Ele concordou com eles nesse assunto e os experimentou durante dez dias.
15En na verloop van tien dagen zagen zij er beter en welvarender uit dan al de andere knapen, die van de koninklijke dis hadden gegeten.
15Ao fim dos dez dias, a aparência deles era melhor, e estavam mais robustos do que todos os jovens que comiam das iguarias do rei.
16Toen nam de kamerheer de spijzen en de wijn, die ze moesten gebruiken, weg, en gaf hun groenten.
16Assim, o encarregado retirou as iguarias e o vinho que deveriam beber e lhes dava legumes.
17Daarom schonk God, behalve wijsheid, die vier jonge mannen begrip en kennis van allerlei schrift, en aan Daniël bovendien inzicht in alle visioenen en dromen.
17Quanto a esses quatro jovens, Deus lhes deu conhecimento e habilidade em toda espécie de literatura e sabedoria; e Daniel tinha entendimento de toda espécie de visões e sonhos.
18Toen dan ook de tijd was verstreken, waarop zij op bevel van den koning vóór hem moesten worden gebracht, en de overste der eunuchen ze aan Nabukodonosor had voorgesteld,
18Ao fim do período determinado pelo rei para que fossem apresentados, o chefe dos eunucos os levou à presença de Nabucodonosor.
19onderhield zich de koning met hen; en het bleek, dat niemand van hen allen zich met Daniël, Chananja, Misjaël en Azarja kon meten. Zo traden zij in dienst van den koning,
19O rei conversou com eles e, entre todos, não se encontrou ninguém semelhante a Daniel, Hananias, Misael e Azarias. Por isso passaram a servir diante do rei.
20en in iedere zaak, waarbij het aankwam op wijsheid en inzicht, bemerkte de koning, zo dikwijls hij hen ondervroeg, dat zij tienmaal bekwamer waren dan alle zieners en waarzeggers in heel zijn rijk.
20Em toda questão de sabedoria e entendimento sobre a qual o rei os consultava, achava-os dez vezes superiores a todos os magos e encantadores que havia em todo o seu reino.
21Daniël bleef daar tot het eerste jaar van koning Cyrus.
21Daniel continuou servindo até o primeiro ano do rei Ciro.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.