Haggai 1
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Bíblia Portuguesa Mundial (Brazilian Portuguese)
1In het tweede jaar van koning Darius, in de zesde maand en op de eerste dag van de maand, werd het woord van Jahweh door den profeet Aggeus gericht tot Zorobabel, den zoon van Salatiël en landvoogd van Juda, en tot den hogepriester Jehosjóea, den zoon van Jehosadak:
1No segundo ano do rei Dario, no sexto mês, no primeiro dia do mês, a palavra do SENHOR veio por meio do profeta Ageu a Zorobabel, filho de Sealtiel, governador de Judá, e a Josué, filho de Jeozadaque, o sumo sacerdote:
2Zo spreekt Jahweh der heirscharen! Dit volk zegt: De tijd is nog niet gekomen, om de tempel van Jahweh te bouwen.
2“Assim diz o SENHOR dos Exércitos: Este povo diz: ‘Ainda não chegou o tempo de reconstruir a casa do SENHOR.’”
3Maar het woord van Jahweh werd door den profeet Aggeus verkondigd:
3Então a palavra do SENHOR veio por meio do profeta Ageu:
4Is het dan wel de tijd voor u, om in betimmerde huizen te wonen, terwijl dit huis nog in puin ligt?
4“É tempo de vocês morarem em casas revestidas de madeira enquanto esta casa permanece em ruínas?
5Welnu, zo spreekt Jahweh der heirscharen: Let dan eens op, wat er met u is gebeurd!
5Agora, portanto, assim diz o SENHOR dos Exércitos: ‘Considerem bem seus caminhos.
6Ge hebt veel gezaaid, maar weinig geoogst; ge hebt gegeten, maar werdt niet verzadigd; ge hebt gedronken, maar uw dorst niet gelest; ge hebt u gekleed, maar niet verwarmd; en de werkman kreeg zijn loon in een buidel zonder bodem.
6Vocês semearam muito, mas colheram pouco. Comem, mas não se fartam. Bebem, mas não ficam satisfeitos. Vestem-se, mas ninguém se aquece. E quem recebe salário o coloca numa bolsa furada.’
7Zo spreekt Jahweh der heirscharen: Let eens op, wat er met u is gebeurd!
7“Assim diz o SENHOR dos Exércitos: ‘Considerem bem seus caminhos.
8Gaat dus de bergen in, om hout te halen, en bouwt het huis; Ik zal er mijn vreugde en glorie in vinden, spreekt Jahweh!
8Subam ao monte, tragam madeira e reconstruam a casa. Terei prazer nela e serei glorificado”, diz o SENHOR.
9Ge hebt veel verwacht, maar weinig gekregen; ge hebt het binnen gesleept, maar Ik blies het weg. Waarom? is de godsspraak van Jahweh. Omdat mijn huis in puin ligt, terwijl gij allen u rept voor uw eigen huis.
9“Vocês esperavam muito, mas eis que veio pouco; e, quando trouxeram para casa, eu o dissipei com um sopro. Por quê?”, diz o SENHOR dos Exércitos. “Porque minha casa permanece em ruínas, enquanto cada um de vocês se ocupa com sua própria casa.
10Daarom weigerde de hemel u dauw;
10Por causa de vocês, os céus retêm o orvalho, e a terra retém seus frutos.
11daarom heb Ik een droogte ontboden over het land en de bergen, over koren en most, over olie en veldvrucht, over mensen en dieren, over al het werk uwer handen!
11Fiz vir uma seca sobre a terra e sobre os montes, sobre o cereal, o vinho novo, o azeite e tudo o que o solo produz, sobre as pessoas, os animais e todo o trabalho de suas mãos.”
12Zorobabel, de zoon van Salatiël, en Jehosjóea de hogepriester, de zoon van Jehosadak, luisterden met al het overige volk naar de stem van Jahweh, hun God, en naar de woorden van den profeet Aggeus, welke Jahweh hem had gelast, tot hen te spreken. En het volk werd met vrees voor Jahweh vervuld.
12Então Zorobabel, filho de Sealtiel, Josué, filho de Jeozadaque, o sumo sacerdote, e todo o remanescente do povo obedeceram à voz do SENHOR, seu Deus, e às palavras do profeta Ageu, pois o SENHOR, seu Deus, o havia enviado. E o povo temeu o SENHOR.
13Toen sprak Aggeüs, de gezant van Jahweh, in opdracht van Jahweh tot het volk: Ik ben met u, is de godsspraak van Jahweh!
13Então Ageu, mensageiro do SENHOR, transmitiu ao povo a mensagem do SENHOR: “Eu estou com vocês”, diz o SENHOR.
14Zo prikkelde Jahweh de ijver van Zorobabel, den zoon van Salatiël en landvoogd van Juda, de ijver van Jehosjóea, den hogepriester en zoon van Jehosadak, de ijver ook van al het overige volk, zodat zij begonnen te werken aan het huis van Jahweh der heirscharen, hun God.
14O SENHOR despertou o espírito de Zorobabel, filho de Sealtiel, governador de Judá, o espírito de Josué, filho de Jeozadaque, o sumo sacerdote, e o espírito de todo o remanescente do povo. Eles vieram e começaram a trabalhar na casa do SENHOR dos Exércitos, seu Deus,
15Men begon op de vier en twintigste dag van de zesde maand, in het tweede jaar van koning Darius.
15no vigésimo quarto dia do sexto mês, no segundo ano do rei Dario.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.