Amos
Chapter 1
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Bíblia Portuguesa …
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Bíblia Portuguesa Mundial (Brazilian Portuguese)
1De godsspraken van Amos, die tot de schaapherders van Tekóa behoorde, en zijn visioenen over Israël schouwde ten tijde van Ozias, den koning van Juda, en van Jeroboam, den zoon van Joas en koning van Israël, twee jaar voor de aardbeving.
1As palavras de Amós, que estava entre os pastores de Tecoa, as quais ele viu a respeito de Israel nos dias de Uzias, rei de Judá, e nos dias de Jeroboão, filho de Joás, rei de Israel, dois anos antes do terremoto.
2Hij sprak: Jahweh buldert uit Sion, Laat uit Jerusalem zijn donder rollen: De weiden der herders treuren ervan, De top van de Karmel verdort!
2Ele disse: “O SENHOR rugirá de Sião, e de Jerusalém fará ouvir a sua voz; e as pastagens dos pastores prantearão, e o topo do Carmelo secará.”
3Zo spreekt Jahweh! Om drie schanddaden van Damascus, Of om vier herroep Ik het niet: Omdat zij met ijzeren sleden Gilad hebben gedorst!
3O SENHOR diz: “Por três transgressões de Damasco, sim, por quatro, não desviarei o seu castigo, porque trilharam Gileade com trilhos de ferro;
4Ik slinger een vuur in Chazaëls huis, Dat de burchten van Ben-Hadad verteert;
4mas enviarei fogo à casa de Hazael, e ele devorará os palácios de Ben-Hadade.
5Ik sla de grendel van Damascus aan stukken, Roei de bewoners van het “Dal der Ongerechtigheid”, uit, Den scheptervoerder van het “Huis van Geneugte”, Arams bevolking zal naar Kir in ballingschap gaan: Spreekt Jahweh!
5Quebrarei o ferrolho de Damasco, e eliminarei o habitante do vale de Áven, e aquele que segura o cetro da casa de Éden; e o povo da Síria irá em cativeiro para Quir,” diz o SENHOR.
6Zo spreekt Jahweh! Om drie schanddaden van Gaza, Of om vier herroep Ik het niet: Omdat zij heel een bevolking hebben weggevoerd, Om ze aan Edom te verkopen!
6O SENHOR diz: “Por três transgressões de Gaza, sim, por quatro, não desviarei o seu castigo, porque levaram cativa toda a comunidade, para entregá-los a Edom;
7Ik slinger een vuur binnen de muren van Gaza, Dat zijn burchten verteert;
7mas enviarei fogo sobre a muralha de Gaza, e ele devorará os seus palácios.
8Ik roei de bewoners van Asjdod uit, Den scheptervoerder van Asjkelon; Ik strek mijn hand tegen Ekron uit, Wat van de Filistijnen nog rest, gaat te gronde: Spreekt Jahweh, de Heer!
8Eliminarei o habitante de Asdode, e aquele que segura o cetro de Asquelom; e voltarei a minha mão contra Ecrom; e o remanescente dos filisteus perecerá,” diz o Senhor DEUS.
9Zo spreekt Jahweh! Om drie schanddaden van Tyrus, Of om vier herroep Ik het niet: Omdat zij heel een bevolking aan Edom hebben verkocht, Zich aan het broeder-verbond niet hebben gestoord!
9O SENHOR diz: “Por três transgressões de Tiro, sim, por quatro, não desviarei o seu castigo; porque entregaram toda a comunidade a Edom, e não se lembraram da aliança fraternal;
10Ik slinger een vuur binnen de muren van Tyrus, Dat zijn burchten verteert!
10mas enviarei fogo sobre a muralha de Tiro, e ele devorará os seus palácios.”
11Zo spreekt Jahweh! Om drie schanddaden van Edom, Of om vier herroep Ik het niet: Omdat hij zijn broeder met het zwaard heeft vervolgd, En zijn medelijden verstikt, Altijd maar wraak heeft gekoesterd, Zijn gramschap eeuwig liet duren!
11O SENHOR diz: “Por três transgressões de Edom, sim, por quatro, não desviarei o seu castigo, porque perseguiu seu irmão com a espada e rejeitou toda a compaixão, e a sua ira ardeu continuamente, e ele guardou o seu furor para sempre;
12Ik slinger een vuur in Teman, Dat de burchten van Bosra verteert!
12mas enviarei fogo sobre Temã, e ele devorará os palácios de Bozra.”
13Zo spreekt Jahweh! Om drie schanddaden van de zonen van Ammon, Of om vier herroep Ik het niet: Omdat zij Gilads zwangere vrouwen hebben opengereten, Om hun eigen gebied te vergroten!
13O SENHOR diz: “Por três transgressões dos filhos de Amom, sim, por quatro, não desviarei o seu castigo, porque rasgaram o ventre das mulheres grávidas de Gileade, para que pudessem ampliar as suas fronteiras.
14Ik ontsteek een vuur binnen de muren van Rabba, Dat zijn burchten verteert: Onder gehuil op de dag van de strijd, Onder geloei op de dag van de storm;
14Mas acenderei fogo na muralha de Rabá, e ele devorará os seus palácios, com gritos de guerra no dia da batalha, com tempestade no dia do redemoinho;
15Ook hun koning zal in ballingschap gaan, Tegelijk met zijn vorsten: Spreekt Jahweh!
15e o seu rei irá para o cativeiro, ele e os seus príncipes juntos,” diz o SENHOR.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.