Amos 3
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Bíblia Portuguesa Mundial (Brazilian Portuguese)
1Hoort dit woord, Dat Jahweh heeft gesproken Over u, kinderen van Israël: Over heel het geslacht, Dat Ik geleid heb Uit het land van Egypte!
1Ouçam esta palavra que o SENHOR falou contra vocês, filhos de Israel, contra toda a família que eu tirei da terra do Egito, dizendo:
2Voor u alleen heb Ik zorg gedragen Onder alle geslachten der aarde: Maar daarom zal Ik u ook bestraffen Voor al uw zonden!
2“De todas as famílias da terra, eu escolhi apenas vocês. Portanto, eu os castigarei por todos os seus pecados.”
3Wandelt men ooit tezamen, Zonder iets met elkaar te bespreken?
3Andarão dois juntos, se não estiverem de acordo?
4Brult ooit een leeuw in het woud, Als hij geen prooi heeft bemachtigd; Of gromt de jonge leeuw uit zijn hol, Als hij geen buit heeft gemaakt?
4Rugirá o leão no bosque, quando não tem presa? O leão jovem ruge do seu covil, se não tiver apanhado nada?
5Werpt zich een vogel in de knip op de grond, Wanneer er geen lokaas voor hem ligt; Of springt een knip van de bodem op, Zonder dat ze iets vangt?
5Cairá um pássaro numa armadilha na terra, se não houver laço armado para ele? A armadilha dispara do chão, quando não há nada para apanhar?
6Wordt de bazuin in de stad geblazen, Zonder dat het volk ervan schrikt; Of barst er een onheil los in de stad, Dat Jahweh niet heeft beschikt?
6Toca-se a trombeta na cidade, sem que o povo se assuste? Acontece algum mal a uma cidade, sem que o SENHOR o tenha feito?
7Zeker, niets doet Jahweh, de Heer, Zonder de profeten, zijn dienaars, zijn plan te openbaren:
7Certamente o Senhor DEUS não fará coisa alguma, sem revelar o seu segredo aos seus servos, os profetas.
8Maar de leeuw heeft al gebruld, Wie zou er niet vrezen; Jahweh, de Heer, heeft gesproken, Wie profeteert er dan niet?
8O leão rugiu. Quem não temerá? O Senhor DEUS falou. Quem pode deixar de profetizar?
9Roept het uit op de burchten van Assjoer, Op de burchten in het land van Egypte; Schreeuwt het uit: Komt bijeen Op Samaria’s gebergte! Aanschouwt in zijn veste de grote ontreddering, De verdrukkingen binnen zijn muren!
9Proclamem nos palácios de Asdode, e nos palácios na terra do Egito, e digam: “Reúnam-se nos montes de Samaria, e vejam que grande tumulto há nela, e que opressão há no meio deles.”
10Ze weten niet meer rechtschapen te handelen, Is de godsspraak van Jahweh; Ze stapelen in hun paleizen De schatten van onrecht en geweldpleging op!
10“De fato, eles não sabem fazer o que é certo”, diz o SENHOR, “aqueles que acumulam despojo e saque em seus palácios.”
11Daarom spreekt Jahweh, de Heer: De vijand zal uw land omsingelen; Uw sterkten worden gesloopt, Uw burchten geplunderd!
11Portanto, assim diz o Senhor DEUS: “Um adversário invadirá a terra; ele derrubará as suas fortalezas, e as suas fortificações serão saqueadas.”
12Zo spreekt Jahweh! Zoals een herder uit de muil van de leeuw Een paar schenkels redt, of een lap van een oor: Zo worden de kinderen van Israël gered, Die binnen Samaria in een hoek van een rustbank zitten, Of op kussens van damast!
12Assim diz o SENHOR: “Assim como o pastor resgata da boca do leão duas pernas, ou um pedaço de orelha, assim serão resgatados os filhos de Israel que se sentam em Samaria no canto de um divã, e nas almofadas de seda de uma cama.”
13Hoort en betuigt het aan Jakobs huis: Spreekt Jahweh, de Heer, der heirscharen God!
13“Ouçam, e testemunhem contra a casa de Jacó”, diz o Senhor DEUS, o Deus dos Exércitos.
14Wanneer Ik op Israël zijn zonden ga wreken, Zal Ik Mij wreken op de altaren van Betel; De hoornen van het altaar worden afgehouwen, En storten neer op de grond!
14“Pois no dia em que eu castigar Israel por suas transgressões, também castigarei os altares de Betel; e as pontas do altar serão cortadas, e cairão por terra.
15Ik verniel de winter- en zomerverblijven, De ivoren paleizen worden verwoest, En talloze huizen gesloopt: Is de godsspraak van Jahweh!
15Golpearei a casa de inverno junto com a casa de verão; e as casas de marfim perecerão, e as grandes casas chegarão ao fim,” diz o SENHOR.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.