Daniel 11
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Bíblia Portuguesa Mundial (Brazilian Portuguese)
1ik zelf heb hem geholpen in het eerste jaar van Darius den Mediër, en hem gesterkt en gesteund. Maar ik wil u toch eerst openbaren wat opgetekend staat in het boek van de waarheid.
1“Quanto a mim, no primeiro ano de Dario, o medo, levantei-me para confirmá-lo e fortalecê-lo.
2Ik ga u dus de waarheid verkondigen: Zie, er zullen nog drie koningen van Perzië opstaan. En de vierde zal alle andere in rijkdom overtreffen; en als hij zich sterk voelt door zijn rijkdom, zal hij alles in beweging brengen tegen het rijk van de Grieken.
2“Agora lhe mostrarei a verdade. Eis que ainda três reis se levantarão na Pérsia. O quarto será muito mais rico do que todos eles. Quando se fortalecer por meio de suas riquezas, levantará todos contra o reino da Grécia.
3Maar er zal een heldenkoning opstaan, die over een ontzaglijk rijk zal heersen, en die zal doen wat hij wil.
3Um rei poderoso se levantará, governará com grande domínio e fará conforme sua vontade.
4Doch nauwelijks is hij opgestaan, of zijn rijk wordt in stukken gebroken en naar de vier hemelwinden verdeeld. Het zal niet aan zijn nazaat behoren, noch de macht bezitten, waarmee hij heeft geheerst; want zijn rijk wordt aan flarden gescheurd, en valt aan heel anderen ten deel.
4Quando se levantar, seu reino será quebrado e dividido para os quatro ventos do céu, mas não para sua descendência nem segundo o domínio com que governou; pois seu reino será arrancado e dado a outros além deles.
5Dan zal de koning van het zuiden machtig worden. Maar een van zijn veldheren zal nog sterker worden dan hij; hij zal heersen, en zijn macht zal geweldig zijn.
5“O rei do sul se fortalecerá. Um de seus príncipes se tornará mais forte do que ele e exercerá domínio. Seu domínio será um grande domínio.
6Na verloop van vele jaren zullen zij een verbond met elkander sluiten, en de dochter van den koning van het zuiden zal naar den koning van het noorden gaan, om de vrede te verzekeren. Doch die hulp zal niet baten en standhouden; want zij zal worden prijsgegeven met hen die haar brachten, en met haar zoon en gemaal.
6Ao fim de alguns anos, eles se aliarão. A filha do rei do sul irá ao rei do norte para fazer um acordo, mas não conservará a força de seu braço. Nem ele permanecerá, nem seu braço; mas ela será entregue, juntamente com os que a trouxeram, aquele que a gerou e aquele que a fortaleceu naqueles tempos.
7Maar na enige tijd zal een spruit uit haar wortels zijn plaats innemen. Hij zal oprukken tegen het leger van den koning van het noorden, zijn vesting binnentrekken, verwarring onder hen stichten, en hun zijn macht doen voelen.
7“Mas de um broto de suas raízes se levantará alguém em seu lugar, que virá ao exército, entrará na fortaleza do rei do norte, agirá contra eles e prevalecerá.
8Zelfs hun goden en beelden, met hun kostbare vaten van zilver en goud zal hij als buit naar Egypte voeren, en jarenlang zal hij den koning van het noorden de baas zijn.
8Levará também cativos para o Egito os deuses deles, juntamente com suas imagens de fundição e seus preciosos utensílios de prata e ouro. Por alguns anos, ele se manterá afastado do rei do norte.
9Dan zal deze wel het rijk van den koning van het zuiden binnenvallen, maar naar zijn land moeten terugkeren.
9Este entrará no reino do rei do sul, mas voltará para sua própria terra.
10Maar zijn zoon zal zich ten strijde rusten, en geweldige legers bijeenbrengen, tegen hem oprukken, hem overstromen en overstelpen, en bij een tweede gelegenheid doordringen zelfs tot zijn vesting.
10Seus filhos farão guerra e reunirão uma multidão de grandes forças, que avançará continuamente, inundará e passará adiante. Voltarão e farão guerra até a fortaleza dele.
11Hierover verbitterd zal de koning van het zuiden uitrukken, en slag leveren met den koning van het noorden. Deze zal een talrijk leger op de been brengen, maar dat leger zal aan den ander worden overgeleverd.
11“O rei do sul se enfurecerá, sairá e lutará contra ele, isto é, contra o rei do norte. Este levantará uma grande multidão, mas essa multidão será entregue nas mãos do rei do sul.
12Maar als dan die andere dat leger heeft verslagen, zal hij overmoedig worden; en al zal hij tienduizenden hebben geveld, sterk blijft hij niet.
12A multidão será levada, e seu coração se exaltará. Ele derrubará dezenas de milhares, mas não prevalecerá.
13Dan zal de koning van het noorden opnieuw een leger uitrusten, nog ontzaglijker dan het eerste, en na verloop van enige jaren tegen den ander optrekken met grote macht en geweldige tros.
13O rei do norte voltará e levantará uma multidão maior do que a primeira. Ao fim de tempos, isto é, de anos, avançará com um grande exército e abundantes provisões.
14In die tijd zullen velen in opstand komen tegen den koning van het zuiden, en onder uw eigen volk zullen verraders het hoofd opsteken, om een visioen te vervullen; maar ze komen ten val.
14“Naqueles tempos, muitos se levantarão contra o rei do sul. Também os filhos dos violentos dentre seu povo se levantarão para cumprir a visão, mas cairão.
15En als de koning van het noorden is uitgerukt, zal hij een wal opwerpen en een vesting bemachtigen; de strijdmachten van het zuiden zullen geen stand kunnen houden, en zelfs zijn keurtroepen zullen geen weerstand bieden.
15Então o rei do norte virá, levantará uma rampa de cerco e tomará uma cidade bem fortificada. As forças do sul não resistirão, nem mesmo seu povo escolhido; não haverá força alguma para resistir.
16Dan zal de aanvaller doen wat hij wil, en niemand zal hem weerstaan. Zo zal hij vaste voet krijgen in het Heerlijke Land, en het geheel in zijn macht hebben.
16Mas aquele que vier contra ele fará conforme sua própria vontade, e ninguém poderá resistir diante dele. Permanecerá na terra gloriosa, e haverá destruição em sua mão.
17Daarna zal hij beproeven, het hele rijk van den ander onder zijn heerschappij te krijgen; hij zal een vergelijk met hem treffen, en hem een meisje tot vrouw geven, om hem in het verderf te storten. En wanneer dit geen stand houdt, en het hem niet gelukt,
17Decidirá vir com a força de todo o seu reino e fará com ele condições de paz. Cumprirá isso. Dará a ele a filha das mulheres para corrompê-la, mas ela não permanecerá nem será para ele.
18zal hij zich tegen de kustlanden keren, en er velen veroveren. Maar een veldheer zal aan een geleden smaad een einde maken, en hem zijn belediging betaald zetten.
18Depois disso, voltará seu rosto para as ilhas e tomará muitas; mas um príncipe fará cessar a afronta que ele causava. Sim, além disso, fará sua afronta voltar sobre ele.
19Dan zal hij zich tegen de vestingen van zijn eigen land moeten wenden, maar struikelen, vallen en spoorloos verdwijnen.
19Então voltará seu rosto para as fortalezas de sua própria terra, mas tropeçará, cairá e não será encontrado.
20In zijn plaats zal er een opstaan, die door het Heerlijke Land een afperser zal laten rondgaan; maar na enkele dagen zal hij worden gebroken, en nog niet eens door gramschap of strijd.
20“Em seu lugar se levantará alguém que fará um cobrador de impostos passar pelo reino para manter sua glória; mas em poucos dias será destruído, não em ira nem em batalha.
21Maar in zijn plaats treedt een uitvaagsel op, voor wien de koninklijke waardigheid niet was bestemd, maar die onverhoeds komt, en door huichelarij zich van het koningschap meester zal maken.
21“Em seu lugar se levantará uma pessoa desprezível, a quem não haviam dado a honra do reino. Virá em tempo de segurança e obterá o reino por meio de lisonjas.
22Hele legers zullen voor hem worden weggespoeld en vernield. Zelfs een vorst, waarmee hij een verbond heeft gesloten,
22As forças invasoras serão varridas de diante dele e serão quebradas; sim, também o príncipe da aliança.
23zal hij bedriegen, zo gauw hij zich met hem heeft verbonden; zo klimt hij omhoog, en wordt machtig, met een klein beetje volk.
23Depois que fizerem aliança com ele, agirá enganosamente; subirá e se tornará forte com um povo pequeno.
24Verraderlijk valt hij de vruchtbaarste landstreken binnen, en zal er mee doen wat zijn vaderen en voorvaderen niet hebben gedaan, en roof, buit en hun rijkdom verkwisten; zelfs tegen vestingen zal hij aanslagen smeden, maar slechts voor een tijd.
24Em tempo de segurança, entrará até mesmo nas regiões mais férteis da província. Fará o que seus pais e os pais de seus pais não fizeram. Distribuirá entre eles despojos, saque e riquezas. Planejará seus projetos contra as fortalezas, mas somente por algum tempo.
25Dan zal hij met een machtig leger tegen den koning van het zuiden al zijn kracht en moed verzamelen. Maar ook de koning van het zuiden zal zich ten strijde rusten met een grote en geweldige krijgsmacht; doch hij zal geen stand kunnen houden. Want men zal hem verraden,
25“Despertará seu poder e sua coragem contra o rei do sul com um grande exército; e o rei do sul entrará em batalha com um exército extremamente grande e poderoso, mas não resistirá, porque planejarão conspirações contra ele.
26en zijn eigen disgenoten zullen hem breken; zijn leger zal worden weggespoeld, en veel doden zullen er vallen.
26Sim, os que comem de suas iguarias o destruirão, e seu exército será arrastado. Muitos cairão mortos.
27Dan zullen die koningen kwaad in hun schild voeren, en leugens verzinnen, aan één tafel gezeten. Maar het zal niet gelukken; want het einde blijft nog een tijdlang uit.
27Quanto a esses dois reis, terão o coração voltado para o mal e falarão mentiras à mesma mesa; mas isso não prosperará, pois o fim ainda será no tempo determinado.
28Daarna zal hij, vergezeld van een geweldige tros, naar zijn land terugkeren, met boze plannen tegen het heilig Verbond; hij zal ze eerst ten uitvoer brengen, dan gaat hij terug naar zijn land.
28Então ele voltará para sua terra com grandes riquezas. Seu coração será contra a santa aliança. Agirá contra ela e voltará para sua própria terra.
29Te bestemder tijd valt hij opnieuw in het zuiden; maar het zal de tweede keer niet gaan, als de eerste.
29“No tempo determinado voltará e entrará no sul, mas desta vez não será como na primeira.
30Want schepen van Cyprus zullen tegen hem uitvaren, zodat hij vernederd terugkeren moet. Daarom zal hij in zijn woede zich vergrijpen aan het heilig Verbond; en na zijn terugkeer omzien naar verraders van het heilig Verbond.
30Pois navios de Quitim virão contra ele. Por isso ficará desanimado, voltará e se indignará contra a santa aliança, agindo contra ela. Voltará e dará atenção aos que abandonam a santa aliança.
31En hij zal bezettingen leggen, die het heiligdom en de burcht zullen ontwijden; hij zal het dagelijks offer doen staken en de ontzettende gruwel oprichten.
31“Forças da parte dele se levantarão, profanarão o santuário, a fortaleza, e removerão o holocausto contínuo. Então estabelecerão a abominação que causa desolação.
32Die het Verbond al overtraden, zal hij door vleierij tot afval verleiden; maar het volk, dat zijn God blijft erkennen, zal zich moedig verzetten.
32Ele corromperá com lisonjas os que agem perversamente contra a aliança; mas o povo que conhece seu Deus será forte e agirá.
33En de vromen onder het volk zullen velen tot bezinning brengen, maar vallen door zwaard en vuur, door kerker en roof, een hele tijd lang.
33“Os sábios dentre o povo instruirão a muitos; contudo, cairão pela espada e pelo fogo, pelo cativeiro e pelo saque, durante muitos dias.
34Maar door hun val zullen ze een kleine hulp doen ontstaan, doch daarbij sluiten zich ook veel huichelaars aan.
34Quando caírem, receberão pequena ajuda; mas muitos se juntarão a eles com lisonjas.
35En van de vromen zullen er nog velen vallen, om ze te louteren, te reinigen, te zuiveren, totdat de tijd van het einde zal komen; want dit blijft nog een tijdlang uit.
35Alguns dos sábios cairão, para serem refinados, purificados e embranquecidos até o tempo do fim, porque isso ainda será no tempo determinado.
36Maar de koning zal doen wat hij wil. Hij zal zich opblazen van trots, en zich boven al wat god is verheffen; zelfs tegen den God der goden zal hij ongelooflijke dingen durven zeggen. Toch zal hij voorspoed genieten, totdat de gramschap haar einde bereikt; want wat besloten is, moet geschieden.
36“O rei fará conforme sua vontade. Exaltará e engrandecerá a si mesmo acima de todo deus e falará coisas extraordinárias contra o Deus dos deuses. Prosperará até que a indignação se complete, pois aquilo que foi determinado será feito.
37Noch de goden zijner vaderen, noch den lievelingsgod van de vrouwen zal hij ontzien; neen, niemand der goden zal hij achten, maar zich boven allen verheffen.
37Não dará atenção aos deuses de seus pais, nem ao desejo das mulheres, nem a deus algum, pois se engrandecerá acima de todos.
38Maar in hun plaats zal hij den burchtgod vereren; den god, dien zijn vaders niet hebben gekend, zal hij eren met goud en zilver, met diamanten en juwelen.
38Em lugar deles honrará o deus das fortalezas. Honrará com ouro, prata, pedras preciosas e coisas agradáveis um deus que seus pais não conheceram.
39De burchten zal hij bezetten met het volk van den vreemden god; wie dezen erkennen, zal hij met eer overladen, over velen doen heersen, en hun tot beloning land toewijzen.
39Agirá contra as fortalezas mais poderosas com a ajuda de um deus estrangeiro. Aos que o reconhecerem, aumentará a honra. Fará com que governem sobre muitos e repartirá a terra por um preço.
40Maar in de tijd van het einde zal de koning van het zuiden de strijd tegen hem ontketenen. De koning van het noorden zal op hem aanstormen met wagens en ruiters en talloze schepen. Dan zal hij landen binnenvallen, overstromen en overstelpen.
40“No tempo do fim, o rei do sul contenderá com ele, e o rei do norte virá contra ele como um vendaval, com carros, cavaleiros e muitos navios. Entrará nos países, inundará e passará adiante.
41Dan dringt hij binnen in het Heerlijke Land, en tienduizenden zullen er vallen; Edom alleen, met Moab en de rest van de zonen van Ammon zullen aan zijn greep ontkomen.
41Entrará também na terra gloriosa, e muitos países serão derrubados; mas estes escaparão de sua mão: Edom, Moabe e a parte principal dos filhos de Amom.
42Dan zal hij naar de landen zijn hand blijven uitstrekken, en ook het land van Egypte zal niet veilig meer zijn.
42Estenderá também a mão contra os países. A terra do Egito não escapará.
43Dan maakt hij zich meester van de gouden en zilveren schatten en alle kostbaarheden van Egypte, en trekken Lybiërs en Koesjieten mee in zijn stoet.
43Terá poder sobre os tesouros de ouro e prata e sobre todas as coisas preciosas do Egito. Os líbios e os etíopes seguirão seus passos.
44Maar dan zullen geruchten uit oosten en noorden hem verontrusten. Dan trekt hij in grimmige woede er nogmaals opuit, om velen te verdelgen en te vernielen;
44Mas notícias do leste e do norte o perturbarão. Então sairá com grande furor para destruir e exterminar completamente a muitos.
45en zijn vorstelijke tent zal hij spannen tussen de zee en de heilige Heerlijke Berg. Maar dan komt zijn einde, en er is niemand, die hem kan helpen.
45Armará as tendas de seu palácio entre o mar e o glorioso monte santo. Contudo, chegará ao seu fim, e ninguém o ajudará.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.