2 Korintiers 3
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1Gaan we nu opnieuw onszelf aanprijzen? Of behoeven we misschien, als sommige anderen, aanbevelingsbrieven aan u of van u?
1Чи нам же починати знов самих себе поручати? або треба нам, як иншим, поручальних листів до вас, чи од вас поручальних (листів?).
2Gijzelf zijt onze brief, wel geschreven in ons hart, maar niettemin gekend en gelezen door alle mensen.
2Ви наше посланнє, написане в серцях наших, котре знають і читають усї люде.
3Want het is bekend, dat gij een brief van Christus zijt, die door ons is geschreven, niet met inkt, maar met den Geest van den levenden God; niet op stenen tafelen, maar op de vleselijke tafelen van het hart.
3(А й надто) ви явлені, що ви посланнє Христове через служеннє наше, написане не чернилом, а Духом Бога живого, не на камяних скрижалях, а на тїлесних скрижалях серця.
4Door Christus hebben we dit zelfvertrouwen bij God.
4Надїю ж таку маємо через Христа до Бога,
5Want niet door onszelf, en als door eigen kracht zijn we in staat, iets te bedenken; maar onze geschiktheid is uit God,
5бо ми не в силї самі від себе що думати, яко із себе; а сила наша від Бога,
6die ons bekwaam heeft gemaakt, om bedienaars te worden van een nieuw Verbond, niet van de letter, maar van den Geest. Want de letter doodt, maar de Geest maakt levend.
6котрий і дав нам силу бути слугами нового завіту, не букви, а духа; буква бо вбиває, а дух животворить.
7Welnu, wanneer de bediening des doods, met letters op steen gegrift, in heerlijkheid is geweest, zodat de zonen Israëls het gelaat van Moses niet konden aanstaren om de voorbijgaande glans van zijn aanschijn,
7Коли ж служеннє смерти, письмом вирізане на каміннях, було в славі, так що сини Ізраїлеві не могли дивитись на лице Мойсейове задля слави лиця його минущої,
8hoe veel te meer moet dan de bediening des Geestes in heerlijkheid zijn!
8як же не більше служеннє духа буде в славі?
9En wanneer de bediening der verdoeming heerlijk was, hoeveel te meer moet de bediening der rechtvaardiging overvloeien van heerlijkheid!
9Бо коли служеннє осуду — слава, то геть більше служеннє правдї багатше славою.
10Ja, wat eens verheerlijkt was, is in vergelijking met deze allesovertreffende heerlijkheid toch eigenlijk nooit zó verheerlijkt geweest.
10Бо й не прославилось прославлене в тій мірі, задля переважуючої слави.
11Want indien het vergankelijke van heerlijkheid is omgeven, hoeveel te meer is dan het onvergankelijke in heerlijkheid!
11Коли бо те, що минає, в славі, то багато більше в славі те, що пробуває.
12In het bezit van zulk een hoop, tonen we ook grote openhartigheid;
12Маючи оце таке впованнє, уживаємо велику волю,
13en wij doen niet als Moses, die een sluier voor zijn gelaat trok, opdat de zonen Israëls het einde niet zouden zien van de voorbijgaande glans.
13а не яко ж Мойсей, що клав покривало на лице своє, щоб сини Ізраїлеві не дивились на конець минущого.
14Waarlijk, hun begrip is er door afgestompt. Want tot op de dag van heden is diezelfde sluier blijven hangen bij de voorlezing van het oude Verbond; want er werd niet ontsluierd, dat het een einde kreeg door Christus.
14Та осьліпились думки їх: бо аж до сього дня те ж покривало в читанню старого завіту зостаєть ся невідкрите, котре в Христї зникає.
15Ja, tot heden toe ligt er een sluier over hun hart, telkens als Moses wordt voorgelezen.
15Нї, аж до сього дня, коли читаєть ся Мойсея, покривало на серцї їх лежить.
16Maar de sluier wordt weggenomen, als men zich wendt tot den Heer;
16Як же обернуть ся до Господа, здіймаєть ся покривало.
17want de Heer is de Geest, en waar de Geest des Heren is, daar is vrijheid.
17Господь же Дух; де ж Господень Дух, там воля.
18En wij allen spiegelen met ongesluierd gelaat de heerlijkheid des Heren terug, en worden zelfs steeds heerlijker in zijn beeld herschapen, zoals dit door ‘s Heren Geest geschiedt.
18Ми ж усї відкритим лицем, поглядаючи як у дзеркало, на славу Господню, преобразуємось у той же образ від слави в славу, яко ж від Господнього Духа.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.