2 Kronieken 1
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1Toen Salomon, de zoon van David, het bewind vast in handen had, doordat Jahweh, zijn God, met hem was en hem steeds machtiger maakte,
1І утвердився Соломон, син Давидів, у своєму царстві; й Господь, Бог його, був при йому, й піднїс його високо.
2riep hij heel Israël bij zich, de aanvoerders van duizend en van honderd, de rechters, de familiehoofden en de meest vooraanstaanden in heel Israël,
2І звелїв Соломон зібратись усьому Ізраїлеві: тисячникам, і сотникам, і суддям, і всїй старшинї по всьому Ізраїлї — головам у поколїннях.
3en ging met al het vergaderde volk naar de offerhoogte in Gibon; want daar bevond zich de openbaringstent van God, die Moses, de dienaar van Jahweh, in de woestijn had laten bouwen.
3І пійшли Соломон і ввесь збір із ним на гору, що в Габаонї, бо там був Божий намет соборний, що його Мойсей, слуга Божий, построїв в пустинї.
4Wel had David de ark van God uit Kirjat-Jearim overgebracht naar de plaats, die hij ervoor had ingericht, en er in Jerusalem een tent voor gespannen,
4Скриню ж Божу перенїс був Давид з Киріятяриму на місце, яке наготував для неї Давид, збудувавши для неї намет в Ерусалимі.
5maar het bronzen altaar, dat vervaardigd was door Besalel, den zoon van Oeri, zoon van Choer, bevond zich voor de tabernakel van Jahweh. Daarheen richtten Salomon en het vergaderde volk hun schreden.
5А мідяний жертівник, що зробив Безалеїл Урієнко Оровенків, зіставався там, перед наметом Господнїм, і Соломон з громадою приступили до його.
6Daar, op het bronzen altaar, dat voor Jahweh stond, en tot de openbaringstent behoorde, droeg Salomon duizend brandoffers op.
6І там перед лицем Господа, на мідяному жертівнику, що перед соборнїм наметом, принїс Соломон тисячу жертов цїлопалених.
7In diezelfde nacht verscheen God aan Salomon, en zeide tot hem: Doe uw verzoek; wat zal Ik u geven?
7Тієї ночі зявився Бог Соломонові й сказав йому: Проси, щоб я дав тобі.
8Salomon antwoordde God: Gij zijt mijn vader, uw dienaar David, zeer goedgunstig geweest; en nu hebt Gij mij koning gemaakt in zijn plaats.
8І сказав Соломон до Бога: Ти показав Давидові, панотцеві мойму, велику ласку, мене ж настановив царем замість його.
9Laat dan, Jahweh mijn God, de belofte worden vervuld, die Gij aan mijn vader David gedaan hebt. Gij hebt mij koning gemaakt over een volk, dat zo talrijk is als het stof der aarde;
9Нехай же, Господи Боже, справдиться твоє слово до Давида, панотця мого; бо коли ти настановив мене царем над народом таким великим лїчбою, як земляний порох,
10verleen mij nu ook wijsheid en kennis, opdat ik dit volk zal kunnen leiden. Hoe zou ik anders in staat zijn, dit machtig volk van U te besturen?
10То тепер дай менї мудрість і знаннє, щоб я міг виходити й входити перед сим народом, бо хто може правити сим народом твоїм великим?
11En God sprak tot Salomon: Omdat ge Mij dit verzoek hebt gedaan, en Mij niet rijkdom, schatten en aanzien, of de dood uwer vijanden en zelfs niet een lang leven gevraagd hebt, maar gebeden hebt om wijsheid en kennis, om het volk te besturen, waarover Ik u tot koning heb aangesteld:
11І сказав Бог Соломонові: За те, що в тебе се було на думцї, й ти не просив багацтва, маєтків і слави та душ твоїх ворогів, анї не просив довгого віку, а просив собі мудростї й знання, щоб правити моїм народом, що над ним поставив я тебе царем,
12daarom worden u wijsheid en kennis geschonken, en geef Ik u bovendien zo grote rijkdom, schatten en aanzien, als geen vorige of latere koning ze ooit heeft gehad, of zal hebben.
12Буде тобі дана премудрість і знаннє, а багацтва, достатки й славу дам я тобі такі, яких не було в царів переднїйш за тебе й не буде після тебе.
13Toen keerde Salomon van de openbaringstent op de offerhoogte in Gibon naar Jerusalem terug, en aanvaardde de regering over Israël.
13І прийшов Соломон із гори, що в Габаонї, від намету соборного в Ерусалим, і царював в Ізраїлї.
14Ook schafte Salomon strijdwagens aan, en zorgde hij voor een ruiterij. Hij had veertienhonderd strijdwagens en twaalfduizend ruiters, die hij onderbracht in de wagensteden en de koninklijke gebouwen te Jerusalem.
14І набрав Соломон колесниць і верховцїв; і було в його тисяча чотириста колесниць і двайцять тисяч верховцїв; а порозміщував він їх по колесничнїх містах та при цареві в Ерусалимі.
15Door het beleid van den koning werd het zilver en goud te Jerusalem zo overvloedig als stenen, en het cederhout zo overvloedig als de moerbei in de kustvlakte.
15І зробив царь срібло та золото в Ерусалимі в рівній цїнї з простим камїннєм, а кедри задля їх множества в одній цїнї з сикоморами, що на низинах.
16De paarden van Salomon werden uit Moesri en Kóa betrokken; de kooplieden van den koning gingen ze in Kóa kopen.
16Конї для Соломона приводили з Египту та з Куви; царські купцї з Куви доставляли їх за готові гроші.
17Ook de strijdwagens werden in Moesri gekocht, en kostten zeshonderd zilveren sikkels; voor een paard werden er honderd vijftig betaald. Voor deze prijs werden ze door hen ook aan al de koningen der Chittieten en de koningen van Aram geleverd.
17Кожну колесницю приставляли з Египту за шістьсот секлів срібла, а коня — за сто пятьдесять. Так само приставляли вони своїми руками для всїх царів Геттїйських і царів Арамейських.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.