2 Kronieken
Chapter 10
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Kulish and Puluj B…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1Daar heel Israël nu te Sikem bijeenkwam, om Roboam tot koning uit te roepen, ging ook deze er heen.
1І пійшов Робоам у Сихему, бо в Сихемі зійшлись усї Ізрайлитяни, щоб окликнути його царем.
2Zodra echter Jeroboam dat vernam, de zoon van Nebat, die zich in Egypte ophield, waarheen hij voor koning Salomon uitgeweken was, keerde hij uit Egypte terug.
2Як зачув про це Еробоам Набатенко, що був в Египтї, втїкши туди від царя Соломона, то вернувсь Еробоам із Египту.
3Men liet hem ontbieden, en zo kwamen hij en alle Israëlieten voor Roboam en zeiden:
3І послали, й покликали його, й прийшов Еробоам і ввесь Ізраїль, і казали Робоамові так:
4Uw vader heeft ons een zwaar juk opgelegd; verlicht gij nu de harde dienstbaarheid, waartoe uw vader ons dwong, en het zware juk, dat hij ons heeft opgelegd, en wij zullen u dienen.
4Панотець твій наложив на нас важке ярмо, але ти полегши важку роботу батька твого й важенне ярмо, що він наложив на нас, а ми служити мемо тобі.
5Hij antwoordde: Gaat heen tot overmorgen, en komt dan bij mij terug. Toen het volk weg was,
5І відказав він їм: Через три днї прийдїть знов до мене. І розійшовсь народ.
6ging koning Roboam te rade bij de bejaarde mannen, die bij het leven van zijn vader Salomon diens vertrouwelingen waren geweest, en vroeg hun: Wat raadt gij mij, dit volk te antwoorden?
6І радився царь Робоам із старшинами, що стояли перед лицем Соломона, батька його, за життя його, й промовив: Як ви порадите, відповісти народові сьому?
7Ze zeiden hem: Wanneer gij dit volk nu terwille zijt, en het een goedgunstig antwoord geeft, zal het u voor altijd dienen.
7Вони сказали йому: Коли ти (сьогоднї) будеш добрий до сього народу й догодиш їм, і говорити меш з ним ласково, то вони будуть тобі слугами по всяк час.
8Maar hij verwierp de raad, die de bejaarde mannen hem gegeven hadden, en ging te rade bij de jongelieden, die met hem waren opgegroeid en nu zijn vertrouwelingen waren.
8Але він змаловажив раду старшин, яку вони давали йому, й став радитись із людьми молодими, що зросли вкупі з ним, й стояли перед лицем його;
9Hij zeide hun: Wat raadt gij mij, dit volk te antwoorden, dat mij heeft durven zeggen: “Verlicht het juk, dat uw vader ons heeft opgelegd.”
9І промовив до їх: Як ви порадите менї відповісти народові сьому, казавшому менї так: Полегши ярмо, яке наложив на нас твій батько?
10En de jongemannen, die met hem waren opgegroeid, zeiden hem: Dit moet ge antwoorden aan dit volk, dat tot u durfde zeggen: “Uw vader heeft ons een zwaar juk opgelegd; maak gij het nu lichter!” Zo moet ge tot hen spreken: Mijn pink is dikker dan mijns vaders middel.
10І говорили з ним молоді люде, що зросли вкупі з ним, і сказали: Так скажи народові, говорившому тобі: Твій батько наложив на нас тяжке ярмо, а ти полегши нам — оттак скажи їм: Мій мізинець товщий за клуба батька мого.
11Heeft mijn vader u een zwaar juk opgelegd, ik zal uw juk nog verzwaren; heeft mijn vader u met zwepen getuchtigd, ik zal het met schorpioenen doen.
11Батько мій наложив на вас важке ярмо, а я збільшу ваше ярмо; мій батько карав вас бичами, а я бити му скорпіонами.
12Toen Jeroboam met al het volk op bevel van den koning, om overmorgen bij hem terug te komen, na drie dagen bij den koning kwam,
12І прийшов Еробоам і ввесь народ до Робоама третього дня, як звелїв царь, сказавши: Прийдїть до мене знов через три днї.
13gaf de koning een hard antwoord aan het volk. Want koning Roboam stoorde zich niet aan de raad, die de bejaarde mannen hem hadden gegeven,
13Тодї дав їм царь жорстку відповід, бо знехтував царь Робоам раду старших, і говорив їм, як пораяли молоді, так:
14maar volgens de raad der jongelieden zeide hij hun: Heeft mijn vader u een zwaar juk opgelegd, ik zal het nog verzwaren. Heeft mijn vader u met zwepen getuchtigd, ik zal het met schorpioenen doen.
14Панотець мій наложив на вас важке ярмо, а я його збільшу: панотець мій карав вас бичами, а я бити му вас скорпіонами.
15De koning was dus het volk niet terwille; want Jahweh had het zo beschikt om zijn belofte te houden, die Hij door den profeet Achijáhoe van Sjilo aan Jeroboam, den zoon van Nebat, had gedaan.
15І не послухав царь народу, бо так призначено було від Бога, щоб справдити Господеві слово своє, що вирік він через Ахію з Силому Еробоамові, синові Набатовому.
16Toen Israël dus zag, dat de koning hun niet ter wille was, riep heel het volk den koning toe: Wat hebben wij met David te maken? Wij hebben niets uit te staan met den zoon van Jesse! Terug naar uw tenten, Israël! David, zorg voor uw eigen huis! Heel Israël trok zich dus terug naar zijn tenten,
16Як побачив увесь Ізраїль, що царь його не слухає, то й відповів народ цареві, кажучи: Яка нам частка в Давидї? Нема нам спілки з сином Ессеєвим; Ізраїлю, до дому! Теперечки знай свій дім, Давиде. — І розійшлись усї Ізрайлитяне по домівках своїх.
17en Roboam werd koning alleen over de Israëlieten, die in de steden van Juda woonden.
17Тільки над синами Ізрайлевими, що жили в містах Юдиних, зістався царем Робоам.
18Wel vaardigde koning Roboam den leider van de arbeidsdienst Hadoram nog af, maar Israël stenigde hem dood, en koning Roboam moest overhaast zijn wagen bestijgen, om nog naar Jerusalem te kunnen vluchten.
18Як же послав царь Робоам Адонирама, начальника над поборами податків, то сини Ізрайлеві закидали його каміннєм, і він умер. А царь Робоам вскочив на колесницю, щоб втїкти до Ерусалиму.
19Zo scheurde Israël zich van het huis van David los; dit bleef zo tot op de huidige dag.
19Так відпали Ізрайлитяне від дому Давидового по сей день.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.