2 Kronieken 19
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1Koning Josafat van Juda keerde echter ongedeerd naar huis in Jerusalem terug.
1І вертавсь Йосафат, царь Юдейський, з миром до своєї господи в Ерусалим;
2Daar verscheen voor hem de ziener Jehoe, de zoon van Chanani, en sprak tot koning Josafat: Moest gij een booswicht helpen, en bevriend zijn met hen, die Jahweh haten? Daarom zal de toorn van Jahweh u treffen,
2Аж ось вийшов на зустріч йому пророк Іуй Ананїєнко й сказав цареві Йосафатові: Чи слїд було тобі помагати нечестивцеві й любити ненавидячих Господа? За се (мав упасти) на тебе гнїв від лиця Господнього;
3ofschoon er nog iets goeds in u wordt gevonden, omdat gij de heilige palen uit het land hebt verwijderd en uw hart er op hebt gezet, God te vereren.
3Одначе й добре знайшлось в тобі, бо ти позносив ідолів по землї Юдейській і звернув своє серце, щоб шукати Господа.
4Nadat Josafat enige tijd in Jerusalem was gebleven, trok hij er wederom op uit, om het volk, van Beër-Sjéba tot het Efraïmgebergte, terug te brengen tot Jahweh, den God hunner vaderen.
4І жив Йосафат в Ерусалимі. І знов став він обходити свій народ від Бирсавиї до гори Ефраїмової, й навертав їх до Господа, Бога батьків їх.
5Ook stelde hij rechters aan in het land en in alle vestingen van Juda, stad voor stad.
5І понастановляв суддїв в землї по всїх утверджених містах Юдеї, в кожному містї;
6En hij sprak tot de rechters: Let wel op hetgeen gij doet; want niet op last van mensen spreekt gij recht, maar in naam van Jahweh. Hij is bij u, wanneer gij recht spreekt.
6І казав суддям: Дивіться, що ви робите; ви бо держите не людський суд, а суд Господнїй; і він при вас на судї.
7Hebt dus een heilig ontzag voor Jahweh, en gaat eerlijk te werk; want bij Jahweh, onzen God, bestaat er geen onrecht, geen partijdigheid en geen omkoperij.
7Тим то нехай буде страх Господнїй на вас: поступайте обережно, бо нема в Господа, Бога нашого, неправди, нї вваги на особу, нї підкупства.
8Ook in Jerusalem stelde Josafat enige levieten, priesters en familiehoofden van Israël aan, om Jahweh’s rechten te handhaven, en de geschillen tussen de burgers van Jerusalem te beslechten.
8Та й в Ерусалимі настановив Йосафат декого з левітів і сьвященників та старшин над поколїннями в Ізраїлї до суду Господнього й до позвів: (І повертались у Ерусалим)
9En hij beval hun: Doet uw plicht in ontzag voor Jahweh, in oprechtheid en met een onverdeeld hart.
9І дав їм приказ, кажучи: Так чинїть в страсї Господньому, вірно й з чистим серцем;
10Bij alle rechtszaken, die door uw broeders, die in hun steden wonen, voor u worden gebracht over doodslag of over de uitleg van wetten, geboden, bepalingen en voorschriften, moet gij een vermaning voegen, dat ze zich niet tegen Jahweh bezondigen, en gij met uw broeders niet door zijn toorn wordt getroffen. Zo moet gij optreden; anders maakt gij u zelf schuldig.
10У всїх справах неясних, які прийдуть до вас від братів ваших, живучих по містах своїх, чи то про пролив крові, чи про закон та заповідї, постанови й обряди, навчайте їх, щоб вони не проступились перед Господом, і не було гнїву його на вас і на братів ваших; оттак дїйте, — і ви не помилитесь.
11De opperpriester Amarjáhoe zal uw voorzitter zijn in alle aangelegenheden van Jahweh; en Zebadjáhoe, de zoon van Jisjmaël, het hoofd van de stam Juda, in alle aangelegenheden des konings; en de levieten zullen als beambten te uwer beschikking staan. Gaat vastberaden aan het werk, en moge Jahweh met den deugdzame zijn.
11А оце Амарія, первосьвященник, над вами в кожній справі Господнїй, а Зебадія Ізмаїленко, князь дому Юдиного, в кожній справі царевій, і вчителї левіти перед вами. Будьте постійні й робіть, а Господь буде при добрих.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.