2 Kronieken 19
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Bíblia Portuguesa Mundial (Brazilian Portuguese)
1Koning Josafat van Juda keerde echter ongedeerd naar huis in Jerusalem terug.
1Josafá, rei de Judá, voltou em paz para sua casa em Jerusalém.
2Daar verscheen voor hem de ziener Jehoe, de zoon van Chanani, en sprak tot koning Josafat: Moest gij een booswicht helpen, en bevriend zijn met hen, die Jahweh haten? Daarom zal de toorn van Jahweh u treffen,
2Jeú, filho de Hanani, o vidente, saiu ao seu encontro e disse ao rei Josafá: “Você deveria ajudar os ímpios e amar aqueles que odeiam o SENHOR? Por causa disso, a ira da parte do SENHOR está sobre você.
3ofschoon er nog iets goeds in u wordt gevonden, omdat gij de heilige palen uit het land hebt verwijderd en uw hart er op hebt gezet, God te vereren.
3Contudo, coisas boas foram encontradas em você, pois você removeu os postes de Aserá da terra, e dispôs o seu coração para buscar a Deus.”
4Nadat Josafat enige tijd in Jerusalem was gebleven, trok hij er wederom op uit, om het volk, van Beër-Sjéba tot het Efraïmgebergte, terug te brengen tot Jahweh, den God hunner vaderen.
4Josafá morava em Jerusalém; e ele saiu novamente entre o povo, desde Berseba até a região montanhosa de Efraim, e os trouxe de volta ao SENHOR, o Deus de seus pais.
5Ook stelde hij rechters aan in het land en in alle vestingen van Juda, stad voor stad.
5Ele estabeleceu juízes na terra, em todas as cidades fortificadas de Judá, cidade por cidade,
6En hij sprak tot de rechters: Let wel op hetgeen gij doet; want niet op last van mensen spreekt gij recht, maar in naam van Jahweh. Hij is bij u, wanneer gij recht spreekt.
6e disse aos juízes: “Considerem o que vocês fazem, pois vocês não julgam para o homem, mas para o SENHOR; e ele está com vocês no julgamento.
7Hebt dus een heilig ontzag voor Jahweh, en gaat eerlijk te werk; want bij Jahweh, onzen God, bestaat er geen onrecht, geen partijdigheid en geen omkoperij.
7Agora, portanto, que o temor do SENHOR esteja sobre vocês. Tenham cuidado ao agir; pois não há iniquidade no SENHOR nosso Deus, nem acepção de pessoas, nem aceitação de suborno.”
8Ook in Jerusalem stelde Josafat enige levieten, priesters en familiehoofden van Israël aan, om Jahweh’s rechten te handhaven, en de geschillen tussen de burgers van Jerusalem te beslechten.
8Além disso, em Jerusalém, Josafá nomeou alguns levitas, sacerdotes e chefes das casas paternas de Israel para julgarem as causas do SENHOR e as controvérsias. Eles voltaram para Jerusalém.
9En hij beval hun: Doet uw plicht in ontzag voor Jahweh, in oprechtheid en met een onverdeeld hart.
9Ele lhes ordenou, dizendo: “Vocês farão isso no temor do SENHOR, com fidelidade e com um coração íntegro.
10Bij alle rechtszaken, die door uw broeders, die in hun steden wonen, voor u worden gebracht over doodslag of over de uitleg van wetten, geboden, bepalingen en voorschriften, moet gij een vermaning voegen, dat ze zich niet tegen Jahweh bezondigen, en gij met uw broeders niet door zijn toorn wordt getroffen. Zo moet gij optreden; anders maakt gij u zelf schuldig.
10Sempre que alguma controvérsia chegar a vocês de seus irmãos que habitam em suas cidades, entre sangue e sangue, entre lei e mandamento, estatutos e ordenanças, vocês devem adverti-los, para que não se tornem culpados perante o SENHOR, e assim a ira venha sobre vocês e sobre seus irmãos. Façam isso, e vocês não serão culpados.
11De opperpriester Amarjáhoe zal uw voorzitter zijn in alle aangelegenheden van Jahweh; en Zebadjáhoe, de zoon van Jisjmaël, het hoofd van de stam Juda, in alle aangelegenheden des konings; en de levieten zullen als beambten te uwer beschikking staan. Gaat vastberaden aan het werk, en moge Jahweh met den deugdzame zijn.
11Eis que Amarias, o sumo sacerdote, está sobre vocês em todos os assuntos do SENHOR; e Zebadias, filho de Ismael, o líder da casa de Judá, em todos os assuntos do rei. Além disso, os levitas serão oficiais perante vocês. Ajam com coragem, e que o SENHOR esteja com os bons.”
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.