2 Kronieken 7
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Bíblia Portuguesa Mundial (Brazilian Portuguese)
1Toen Salomon zijn gebed had beëindigd, daalde er vuur van de hemel, dat het brandoffer en de slachtoffers verteerde, en werd het gebouw vervuld van de glorie van Jahweh.
1Quando Salomão acabou de orar, desceu fogo do céu e consumiu o holocausto e os sacrifícios; e a glória do SENHOR encheu a casa.
2De priesters konden het huis van Jahweh niet ingaan, daar de glorie van Jahweh zijn tempel vervulde.
2Os sacerdotes não podiam entrar na casa do SENHOR, porque a glória do SENHOR enchia a casa do SENHOR.
3En toen alle Israëlieten aanschouwden, hoe het vuur neerdaalde en de glorie van Jahweh de tempel vervulde, bogen zij allen in aanbidding hun gelaat op het plaveisel ter aarde neer, en weerklonk de lofzang: “Looft Jahweh, want Hij is goed, en eeuwig duurt zijn barmhartigheid!”
3Todos os filhos de Israel olhavam, quando o fogo desceu, e a glória do SENHOR estava sobre a casa. Eles se prostraram com o rosto em terra sobre o pavimento, adoraram e deram graças ao SENHOR, dizendo: “Porque ele é bom, porque a sua misericórdia dura para sempre!”
4Nu bracht de koning met al het volk offers aan Jahweh;
4Então o rei e todo o povo ofereceram sacrifícios diante do SENHOR.
5koning Salomon offerde wel twee en twintigduizend runderen en honderd twintigduizend schapen; zo werd het Godshuis door den koning en al het volk ingewijd.
5O rei Salomão ofereceu um sacrifício de vinte e duas mil cabeças de gado e cento e vinte mil ovelhas. Assim o rei e todo o povo dedicaram a casa de Deus.
6En terwijl de priesters hun dienst verrichtten, stonden de levieten met de muziekinstrumenten van Jahweh, die koning David had laten vervaardigen om het loflied te spelen: “Looft Jahweh, want eeuwig duurt zijn barmhartigheid”, en hieven ze het loflied van David aan; tegenover hen bliezen de priesters op de bazuin, en heel Israël stond recht overeind.
6Os sacerdotes estavam em pé, em seus postos; os levitas também com os instrumentos musicais do SENHOR, que o rei Davi tinha feito para dar graças ao SENHOR, quando Davi oferecia louvores por meio do ministério deles, dizendo: “Porque a sua misericórdia dura para sempre”. Os sacerdotes tocavam trombetas diante deles; e todo o Israel estava em pé.
7Nu verklaarde Salomon ook het middengedeelte van de voorhof, die voor de tempel van Jahweh ligt, voor heilig, omdat hij daar brandoffers en het vet van vredeoffers moest opdragen. Want op het bronzen altaar, dat Salomon gemaakt had, was geen plaats genoeg voor al de brand- en spijsoffers en voor het vet.
7Além disso, Salomão consagrou o meio do pátio que estava diante da casa do SENHOR; pois ali ele ofereceu os holocaustos e a gordura das ofertas pacíficas, porque o altar de bronze que Salomão tinha feito não era capaz de receber o holocausto, a oferta de cereais e a gordura.
8Daarna vierde Salomon een feest van zeven dagen, en heel Israël met hem; want een zeer groot aantal feestgangers was van de weg naar Chamat tot aan de beek van Egypte saamgekomen.
8Assim, Salomão celebrou a festa naquele tempo por sete dias, e todo o Israel com ele, uma assembleia muito grande, desde a entrada de Hamate até o ribeiro do Egito.
9Op de achtste dag hielden ze een hoogtij; want de inwijding van het altaar met het gehele feest had zeven dagen geduurd.
9No oitavo dia, eles realizaram uma assembleia solene; pois celebraram a dedicação do altar por sete dias, e a festa por sete dias.
10Op de dertiende dag van de zevende maand liet hij het volk naar zijn woonplaatsen terugkeren, blij en opgeruimd om al het goede, dat Jahweh voor David, voor Salomon en Israël, zijn volk, had gedaan.
10No vigésimo terceiro dia do sétimo mês, ele despediu o povo para as suas tendas, alegres e de coração contente pela bondade que o SENHOR tinha mostrado a Davi, a Salomão e a Israel, seu povo.
11Toen Salomon de tempel van Jahweh en het koningspaleis voltooid had, en op een voorspoedige wijze in de tempel van Jahweh en in zijn eigen paleis alles tot stand had gebracht, wat hij had ontworpen,
11Assim Salomão terminou a casa do SENHOR e a casa do rei; e ele concluiu com êxito tudo o que veio ao coração de Salomão para fazer na casa do SENHOR e em sua própria casa.
12verscheen Jahweh in een nacht aan Salomon. En Hij sprak tot hem: Ik heb uw gebed verhoord, en Mij deze tempel als offerplaats uitverkoren.
12Então o SENHOR apareceu a Salomão de noite, e lhe disse: “Eu ouvi a sua oração, e escolhi este lugar para mim como uma casa de sacrifício.
13Wanneer Ik de hemel sluit, zodat er geen regen valt, of Ik gebied de sprinkhanen het land kaal te vreten, of Ik zend een pestziekte onder mijn volk:
13“Se eu fechar o céu para que não haja chuva, ou se eu ordenar aos gafanhotos que devorem a terra, ou se eu enviar peste entre o meu povo,
14en het volk, waarover mijn Naam is uitgeroepen, buigt zich neer en bidt, zoekt mijn aanschijn en bekeert zich van zijn boze wandel: dan zal Ik het in de hemel verhoren, hun zonden vergeven, en hun land doen opleven.
14se o meu povo, que se chama pelo meu nome, se humilhar, orar, buscar a minha face e se desviar dos seus maus caminhos, então eu ouvirei dos céus, perdoarei o seu pecado e sararei a sua terra.
15Mijn ogen zullen geopend zijn en mijn oren zullen luisteren naar het gebed, dat op deze plaats wordt gestort.
15Agora os meus olhos estarão abertos e os meus ouvidos atentos à oração que for feita neste lugar.
16Thans heb Ik deze tempel uitverkoren en geheiligd. Mijn Naam zal daar voor eeuwig wonen, en mijn ogen en mijn hart zullen daar voor altijd verwijlen.
16Pois agora eu escolhi e santifiquei esta casa, para que o meu nome esteja ali para sempre; e os meus olhos e o meu coração estarão ali perpetuamente.
17En wanneer gij, juist als David, uw vader, voor mijn aanschijn blijft wandelen, volgens mijn geboden leeft, en mijn wetten en voorschriften onderhoudt:
17“Quanto a você, se andar diante de mim como andou Davi, seu pai, e fizer de acordo com tudo o que eu lhe ordenei, e guardar os meus estatutos e as minhas ordenanças,
18dan zal Ik uw koningstroon voor altijd bevestigen, zoals Ik aan uw vader David beloofd heb, toen Ik hem zeide: “Nooit zal het u aan een afstammeling op de troon van Israël ontbreken!”
18então eu estabelecerei o trono do seu reino, conforme a aliança que fiz com Davi, seu pai, dizendo: ‘Não lhe faltará um homem para ser governante em Israel.’
19Maar wanneer gij u van Mij afkeert, de geboden en wetten, die Ik u gaf, niet meer onderhoudt, en andere goden gaat dienen en u voor hen neerwerpt,
19Mas se vocês se desviarem e abandonarem os meus estatutos e os meus mandamentos que coloquei diante de vocês, e forem e servirem a outros deuses e os adorarem,
20dan zal Ik ze wegvagen uit het land, dat Ik hun heb gegeven, het huis, dat Ik voor mijn Naam heb geheiligd, verwerpen, en het maken tot een schimp en een schande voor alle volken.
20então eu os arrancarei pelas raízes da minha terra que lhes dei; e esta casa, que santifiquei para o meu nome, eu a lançarei para longe da minha presença, e farei dela um provérbio e um objeto de zombaria entre todos os povos.
21Dan zal deze tempel, die zo’n indruk maakte, elken voorbijganger doen huiveren. En wanneer men zal vragen: Waarom heeft Jahweh zó met dit land en deze tempel gedaan,
21E desta casa, que é tão imponente, todo aquele que passar por ela ficará espantado e dirá: ‘Por que o SENHOR fez isso a esta terra e a esta casa?’
22dan zal het antwoord zijn: Omdat zij Jahweh, den God van hun vaderen, die hen uit Egypte voerde, hebben verlaten, om zich aan andere goden te hechten, zich voor hen neer te werpen en hen te dienen; daarom heeft Hij al deze ellende over hen gebracht!
22E responderão: ‘Porque abandonaram o SENHOR, o Deus de seus pais, que os tirou da terra do Egito, e se apegaram a outros deuses, os adoraram e os serviram. Por isso ele trouxe todo este mal sobre eles.’”
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.