2 Kronieken 26
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1De gehele bevolking van Juda koos Ozias, ofschoon hij nog maar zestien jaar oud was, en riep hem uit als opvolger van zijn vader Amas-jáhoe.
1І взяв увесь народ Юдейський Озію, що йому було шіснайцять років, і настановили його царем замість батька його Амасії.
2Onmiddellijk nadat hij den koning bij zijn vaderen te ruste gelegd had, begon hij Elat te versterken, en het weer aan Juda te brengen.
2Він забудував Елат і вернув його Юдеї, після того, як спочив царь при батьках своїх.
3Ozias was zestien jaar, toen hij koning werd, en regeerde twee en vijftig jaar te Jerusalem. Zijn moeder heette Jekolja, en was afkomstig uit Jerusalem.
3Шіснайцять років було Озії, як став він царем, а царював пятьдесять два роки в Ерусалимі: мати його звалась Ехолїя з Ерусалиму.
4Hij deed wat goed was in de ogen van Jahweh, juist zoals zijn vader Amas-jáhoe gedaan had.
4І чинив він угодне в очах Господа, саме так, як чинив Амасія, отець його;
5Zolang Zekarjáhoe leefde, die hem in de vreze Gods had opgevoed, vereerde hij Jahweh; en zolang hij Jahweh vereerde, schonk God hem voorspoed.
5І обертався він до Бога, докі жив Захарія, що навчав страху Божому, а в той час, коли він обертавсь до Господа, щастив йому Бог.
6Hij trok ten strijde tegen de Filistijnen, sloopte de muur van Gat, Jabne en Asjdod, en bouwde steden in de omgeving van Asjdod en in het filistijnse gebied.
6І вийшов він і воювався з Филистіями, й порозвалював мури Гету й мури Ябнеї та мури Азоту, й побудував міста в краю Азотскому й в Филистіїв.
7Behalve tegen de Filistijnen hielp God hem tegen de Arabieren, die in Goer-Báal wonen, en tegen de Meoenieten.
7І допомагав йому Бог проти Филистіїв і проти Арабів, що жили в Гур-Баалї, та проти Меунїїв;
8Ook de Ammonieten brachten schatting aan Ozias, en zijn faam verbreidde zich tot de grens van Egypte om de grote kracht, waarmee hij optrad.
8І платили Аммонїї Озії данину, й доходила слава його до гряниць Египту, бо він вбивався щораз більше в силу.
9In Jerusalem liet Ozias torens bouwen aan de Hoekpoort, de Dalpoort en op de Hoek, en versterkte ze;
9І збудував Озія башти в Ерусалимі над брамою угловою й над долинною брамою й на углї, та й скріпив їх.
10ook bouwde hij torens in de woestijn. Bovendien liet hij een groot aantal bronnen slaan; want hij bezat een grote veestapel, en had landbouwers in de kustvlakte en op de hoogvlakte, en wijngaardeniers op het gebergte en de Karmel; hij was namelijk een liefhebber van landbouw.
10І будував вежі в пустинї, й повикопував багато криниць, бо мав много товару по низинах і по рівнинах, і хлїборобів та виноградарів на горах і на Кармелї, бо любувався в хлїборобстві.
11Ozias had een leger, dat krijgsdienst verrichtte en uittrok in zoveel afdelingen, als de schrijver Jeïël en de beambte Maäsejáhoe onder toezicht van Chananjáhoe, een van ‘s konings opperste beambten, gemonsterd hadden.
11Було в Озії й військо, що виходило на війну загонами, після перелїку в їх списї, зложеному рукою писаря Еєла й врядника Маасеї, під приводом Хананїї, одного з найбільших вельмож царських.
12Het aantal familiehoofden, de dappere mannen, bedroeg zes en twintighonderd in het geheel.
12Усїх голов над поколїннями, хоробрих воінів, було дві тисячі шістьсот.
13Onder hun bevel stond een legermacht van driehonderd zevenduizend vijfhonderd strijdvaardige mannen in hun volle kracht, om den koning tegen den vijand te helpen.
13А під їх рукою всієї військової сили — триста сїм тисяч пятьсот, що виступали до битви з воєнним завзяттєм на поміч цареві проти ворогів.
14Voor heel het leger liet Ozias schilden, lansen, helmen, pantsers, bogen en slingerstenen aanschaffen.
14І наготував для їх Озія, на усе військо, щити і списи, й шеломи, й панцири, й сагайдаки, й пращі до метання камінцями.
15Ook liet hij in Jerusalem oorlogswerktuigen vervaardigen, die door een vakman waren uitgevonden, en op de torens en op de hoeken werden gebruikt, om pijlen en grote stenen weg te slingeren. Zo werd zijn faam wijd en zijd bekend; want hij werd op wonderbaarlijke wijze geholpen, totdat hij sterk genoeg was geworden.
15І поробив він в Ерусалимі штучно вигадані машини, щоб стояли на баштах та на углах, на те, щоб випускати стріли та велике каміннє. І понеслось імя його далеко, тим що він навдивовижу захистив себе й скріпився.
16Maar toen hij machtig geworden was, werd hij hoogmoedig tot zijn eigen verderf; want hij vergreep zich aan Jahweh, zijn God, en betrad de tempel van Jahweh, om een offer te brengen op het reukofferaltaar.
16Та як вбився він у силу, то й згордїло серце його на його погибель, і стався він проступником перед Господом, Богом своїм, бо ввійшов в храм Господнїй, щоб палити кадило на вівтарі кадильному.
17De priester Azarjáhoe, vergezeld van tachtig priesters van Jahweh, onverschrokken mannen, volgde hem naar binnen,
17І пійшов за ним Азарія сьвященник, а з ним вісїмдесять сьвященників Господнїх, людей поважаних.
18ging bij koning Ozias staan en sprak tot hem: Ozias, het komt u niet toe, aan Jahweh te offeren; dat is de taak van de priesters, de zonen van Aäron, die voor de offerdienst zijn gewijd. Verlaat dus het heiligdom; want gij bezondigt u, en legt er zeker geen eer mee in bij Jahweh, uw God.
18І заперечили цареві Озії й сказали йому: Не слїд тобі, Озію, кадити Господеві; се дїло сьвященників, синів Ааронових, на те й посьвячених, щоб кадити; вийди з сьвятинї, бо ти вчинив се проти закону, й не буде тобі за се честь у Господа Бога.
19Maar toen Ozias, met het wierookvat in de hand, in razende woede tegen de priesters uitbarstte, verscheen eensklaps ten aanschouwen der priesters voor het reukofferaltaar in de tempel van Jahweh de melaatsheid op zijn voorhoofd.
19І розсердився Озія, — а в його в руцї кадильниця, щоб кадити, — та як тільки він розсердився на сьвященників, появилась на його чолї проказа, перед очима сьвященників, в домі Господньому, коло вівтаря кадильного.
20Azarjáhoe, de opperpriester, en al de andere priesters onderzochten hem; en toen zij er zeker van waren, dat hij aan het voorhoofd melaats was, verwijderden zij hem vol ontzetting. Maar ook zelf had hij haast, om weg te komen, omdat Jahweh hem getroffen had.
20І глянув на його первосьвященник Азарія і всї сьвященники, аж оце проказа на чолї його. І силували його, щоб виходив звідтїль, та й сам він квапився вийти, бо спізнав, що Господь його вдарив.
21Koning Ozias bleef melaats tot aan zijn dood. En daar hij buiten de tempel van Jahweh was gesloten, trok hij zich als een melaatse in een huis van afzondering terug, terwijl zijn zoon Jotam het bestuur van het paleis overnam, en recht sprak over het volk in het land.
21І був царь Озія прокаженим по день своєї смертї, й жив в особньому домі, і відлучений був від дому Господнього. А Йоатам, син його, розпоряджав домом царським і правив народом краю.
22De verdere geschiedenis van Ozias, de vroegere zowel als de latere, heeft de profeet Isaias, de zoon van Amos, beschreven.
22Прочі дїї Озіїні, перші й останні, списав пророк Ісаїя, син Амосів.
23Ozias ging bij zijn vaderen te ruste. Men begroef hem bij zijn vaderen op het veld, waar de begraafplaats der koningen lag; want men zeide: Hij is melaats. Zijn zoon Jotam volgde hem op.
23І спочив Озія з батьками своїми, й поховали його при батьках його на полі коло гробовищ царських, бо казали: Він прокажений. І став царем Йоатам, син його, замість його.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.