2 Kronieken 16
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1maar in het zes en dertigste regeringsjaar van Asa trok koning Basja van Israël tegen Juda op, en versterkte Rama, om te beletten, dat er nog iemand van koning Asa van Juda het land in- of uitging.
1Трийцять шестого року Асиного царювання вирушив Бааса, царь Ізраїлський, на Юдею й почав утведжувати Раму, щоб нїхто нї відходив від Аси, царя Юдейського, нї приходив.
2Maar Asa nam zilver en goud uit de schatkamers van de tempel van Jahweh en van het koninklijk paleis, en zond er zijn beambten mee naar Ben-Hadad, den koning van Aram, die te Damascus woonde. Hij liet hem zeggen:
2Тодї взяв Аса срібло та золото з скарбівень дому Господнього та дому царського, й послав до Бенадада, царя Сирийського, що жив у Дамаску, кажучи:
3Laat ons een verbond sluiten, zoals er een bestond tussen mijn vader en uw vader. Hierbij zend ik u zilver en goud. Verbreek dus uw verbond met Basja, den koning van Israël, dan zal hij wel van mij wegtrekken.
3Нехай стане вмова між мною й тобою, як була між моїм отцем і твоїм отцем; оце я посилаю тобі срібла та золота: візьми та покинь твою спілку з Баасою, царем Ізраїлським, щоб він відступився від мене.
4Ben-Hadad willigde het verzoek van koning Asa in; hij zond zijn legeroversten naar de steden van Israël, en overweldigde Ijjon, Dan, Abel-Máim en alle opslagplaatsen in Neftali.
4І послухав Бенадад царя Аси, й послав військових начальників, що були в його, проти міст Ізраїлських, і вони спустошили Йон і Дан, та Авелмаїм, і всї запаси в городах Нефталїєвих.
5Toen Basja dit hoorde, hield hij op met Rama te versterken en liet hij het werk rusten.
5Як перечув про це Бааса, то й перестав утверджувати Раму, й залишив свою роботу.
6Nu riep koning Asa heel Juda op, om de stenen en het hout weg te halen, waarmee Basja Rama had willen versterken en versterkte daarmee Géba en Mispa.
6А царь Аса зібрав усїх Юдеїв, і вони повивозили з Рами каміння та деревню, що вживав Бааса до утверджування, й укріпив із їх Гиву та Масфу.
7Bij die gelegenheid kwam de ziener Chanani bij koning Asa van Juda, en sprak tot hem: Omdat gij op den koning van Aram gerekend hebt, en uw toevlucht niet hebt genomen tot Jahweh, uw God, daarom is de legermacht van den koning van Aram aan uw handen ontglipt.
7В той час прийшов віщий Ананїй до Аси, царя Юдейського, й сказав йому: За те, що ти поклав надїю на царя Сирийського, а не на Господа, Бога твого, спаслось військо царя Сирийського від твоєї руки.
8Hadden dan de Koesjieten en de Lybiërs soms geen groot aantal strijdwagens en een talrijke ruiterij? Maar omdat gij toen uw toevlucht tot Jahweh hebt genomen, heeft Hij ze aan u overgeleverd.
8Чи ж не були Етіопії та Ливії в білшій силї, та з колесницями, й многочисленими їздецями? Але позаяк ти покладав надїю на Господа, то він віддав їх у руку твою,
9Want de ogen van Jahweh doorvorsen de gehele aarde, om hen te helpen, wier hart onverdeeld op Hem is gericht. Gij hebt hiermede dwaas gehandeld; en van nu af aan zult ge oorlogen moeten voeren.
9Бо ж очі Господнї обіймають усю землю, щоб піддержувати тих, що їх серце цїлковито йому віддане. Ти нерозсудливо зробив тепер. За се будуть від сього часу в тебе війни.
10Maar Asa ergerde zich aan den ziener, en was om die vermaning zo boos op hem, dat hij hem in de gevangenis liet zetten. Bij die gelegenheid mishandelde Asa nog andere mensen uit het volk.
10І розсердився Аса на пророка, й вкинув його в тюрму, бо розгнївався за се на його; тїснив Аса в той час і многих із народу.
11De geschiedenis van Asa de vroegere zowel als de en Israël.
11А дїї Асині, перші й останні, записані в книзї про царів Юдейських та Ізраїлських.
12In het negen en dertigste jaar van zijn regering kreeg Asa een voetkwaal van ernstige aard; doch zelfs in zijn ziekte zocht hij geen hulp bij Jahweh, maar bij geneesheren.
12І став Аса нездужати на ноги трицять девятого року свого царювання, а хороба його дійшла до верхнїх часток тїла; але він в своїй слабостї шукав не Господа, а лїкарів.
13Asa ging bij zijn vaderen te ruste: hij stierf in het een en veertigste jaar van zijn regering.
13І спочив Аса з батьками своїми, й помер сорок першого року царювання.
14Hij werd begraven in het graf dat hij voor zich zelf had uitgehouwen in de Davidstad; men legde hem op een rustbed, dat men geheel had belegd met welriekende kruiden en verschillende soorten specerijen, kunstig gemengd, en ontstak ter ere van hem een buitengewoon groot dodenvuur.
14І поховали його в гробовищі, що його спорудив собі в містї Давидовому; й зложили його на ліжку наповненому пахощами й усякими добірними мастями, й спалили їх для його велику силу.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.