Filemon 1
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1Paulus, de geboeide van Christus Jesus, en broeder Timóteus; aan onzen beminden medearbeider Filemon,
1Павел, вязник Ісуса Христа, та Тимотей брат, Филимонові, нашому любому і помічникові,
2alsook aan onze zuster Appia, aan onzen strijdmakker Archippus en aan de gemeente, die bij u vergadert:
2та любій Апфиї, та Архипові, товаришові воїну нашому і домашній твоїй церкві:
3genade en vrede zij u van God onzen Vader en van den Heer Jesus Christus.
3Благодать вам і мир од Бога Отця нашого і Господа Ісуса Христа.
4Ik breng dank aan mijn God, telkens wanneer ik u in mijn gebeden gedenk,
4Дякую Богу моєму всякого часу, згадуючи тебе в молитвах моїх,
5omdat ik hoor van uw liefde, die ge aan alle heiligen bewijst, en van uw geloof, waarmee ge in den Heer Jesus gelooft.
5чуючи про любов твою та віру, що маєш до Господа Ісуса і до всїх сьвятих,
6Moge uw geloofsbezit zich ook tonen door de daad, door de erkenning van al het goede, dat er is in ons, die aan Christus toebehoren.
6щоб спільність віри твоєї була дїйственна в розумінню всякого добра, яке в вас є через Христа Ісуса.
7Ja waarlijk, broeder, door uw liefde heb ik veel vreugde en troost ondervonden, omdat ge rust hebt gebracht in de harten der heiligen.
7Велику бо маємо радість і утїху з любови твоєї, бо серця сьвятих дізнали одради через тебе, брате.
8Ofschoon ik in Christus het volste recht heb, u te bevelen wat uw plicht is,
8Тим, хоч велику сьміливость маю в Христї, наказувати тобі, що треба,
9wil ik daarom toch liever een beroep op uw liefde doen. Zie, ik Paulus, een oud man en thans bovendien nog geboeid voor Christus Jesus,
9та ради любови лучче благаю, бувши таким, як Павел, старець, тепер же і вязник Ісуса Христа;
10ikzelf kom u smeken voor Onésimus, mijn kind, dat ik in mijn boeien heb verwekt,
10благаю тебе про мого сина, котрого я породив у кайданах моїх, Онисима,
11en dat u vroeger van weinig nut is geweest, maar thans zowel voor u als voor mij van groot nut is geworden.
11колись тобі непотрібного, тепер же тобі й менї вельми потрібного, котрого я послав,
12Ik zend hem u terug; hem, dat is mijn eigen hart.
12ти ж його, чи то серце моє, прийми.
13Ik had hem gaarne bij me gehouden, opdat hij mij in úw plaats zou dienen gedurende mijn gevangenschap voor het Evangelie.
13Хотїв був я при собі держати його, щоб замість тебе служив менї в кайданах благовістя;
14Maar ik heb niets zonder uw toestemming willen doen, opdat uw goede daad niet afgedwongen zou zijn, maar vrijwillig zou geschieden.
14та без твоєї волї не хотїв я нїчого зробити, щоб не мов по неволї добро твоє було, а по волї.
15Want misschien is hij juist daarom een tijdje van u weg geweest, opdat ge hem zoudt bezitten voor eeuwig;
15Бо може тому розлучивсь на час, щоб на віки прийняв єси його,
16niet meer als slaaf, doch meer dan dat, als een geliefden broeder. Geldt dit voor mij, hoeveel te meer geldt het dan voor u, die hem terugkrijgt zowel naar het lichaam als in den Heer.
16вже не яко слугу, а вище слуги, яко брата любого, найбільше менї, скілько ж більше тобі, і по тїлу, і в Господї.
17Indien ge me dus als een vriend beschouwt, neem hem dan op, als was ik het zelf.
17Коли ж маєш мене за спільника, прийми його, як мене.
18Wanneer hij u enige schade heeft berokkend of u iets schuldig is, zet het dan op mijn rekening;
18Коли ж чим обидив тебе, або (чим) винуватий, на менї те полїчи.
19ik Paulus schrijf het eigenhandig: Ik zal het betalen. Of liever nog: zet het op uw eigen rekening; want ge zijt mij uzelf schuldig.
19Я, Павел, написав рукою моєю: я оддам, щоб не казати тобі, що і сам себе менї завинуватив.
20Ja broeder, laat mij nu in den Heer ook wat voordeel hebben van u; stel in Christus mijn hart gerust.
20Так, брате, нехай маю потїху з тебе в Господї; звесели серце моє в Господї.
21Ik schrijf u, omdat ik op uw bereidwilligheid vertrouw, en omdat ik weet, dat ge nog meer zult doen dan ik vraag.
21Надїявшись на слухняність твою, написав я тобі, знаючи, що і більш, нїж говорю, зробиш.
22Bovendien moet ge u gereed houden, om ook mij als gast te ontvangen; want ik hoop, dat ge mij door uw gebeden terug zult bekomen.
22Разом же наготов менї і господу; надїюсь бо, що молитвами вашими буду дарований вам.
23U groet Épafras, mijn medegevangene in Christus Jesus;
23Витають тебе Єпафрас, товариш, неволї моєї в Христї Ісусї, Марко, Аристарх, Димас, Лука, помічники мої.
24ook mijn medearbeiders Markus, Aristarchus, Demas en Lukas.
24Благодать Господа нашого Ісуса Христа з духом вашим. Амінь.
25De genade van den Heer Jesus Christus zij met uw geest!
no verse 25 in this text
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.