Filemon 1
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Diodati Bibbia 1885
1Paulus, de geboeide van Christus Jesus, en broeder Timóteus; aan onzen beminden medearbeider Filemon,
1PAOLO, prigione di Gesù Cristo, e il fratello Timoteo, a Filemone, nostro diletto, e compagno d'opera;
2alsook aan onze zuster Appia, aan onzen strijdmakker Archippus en aan de gemeente, die bij u vergadert:
2ed alla diletta Appia, e ad Archippo, nostro compagno di milizia, ed alla chiesa che è in casa tua;
3genade en vrede zij u van God onzen Vader en van den Heer Jesus Christus.
3grazia a voi e pace, da Dio Padre nostro, e dal Signor Gesù Cristo.
4Ik breng dank aan mijn God, telkens wanneer ik u in mijn gebeden gedenk,
4Io rendo grazie all'Iddio mio, facendo sempre di te memoria nelle mie orazioni;
5omdat ik hoor van uw liefde, die ge aan alle heiligen bewijst, en van uw geloof, waarmee ge in den Heer Jesus gelooft.
5udendo la tua carità, e la fede che tu hai inverso il Signore Gesù, e inverso tutti i santi;
6Moge uw geloofsbezit zich ook tonen door de daad, door de erkenning van al het goede, dat er is in ons, die aan Christus toebehoren.
6acciocchè la comunione della tua fede sia efficace, col far riconoscere tutto il bene che è in voi, inverso Cristo Gesù.
7Ja waarlijk, broeder, door uw liefde heb ik veel vreugde en troost ondervonden, omdat ge rust hebt gebracht in de harten der heiligen.
7Perciocchè noi abbiamo grande allegrezza e consolazione della tua carità; poichè le viscere dei santi siano state per te ricreate, fratello.
8Ofschoon ik in Christus het volste recht heb, u te bevelen wat uw plicht is,
8PERCIÒ, benchè io abbia molta libertà in Cristo, di comandarti ciò che è del dovere;
9wil ik daarom toch liever een beroep op uw liefde doen. Zie, ik Paulus, een oud man en thans bovendien nog geboeid voor Christus Jesus,
9pur nondimeno , più tosto ti prego per carità così come sono, Paolo, vecchio, ed al presente ancora prigione di Gesù Cristo;
10ikzelf kom u smeken voor Onésimus, mijn kind, dat ik in mijn boeien heb verwekt,
10ti prego, dico , per lo mio figliuolo Onesimo, il quale io ho generato ne' miei legami.
11en dat u vroeger van weinig nut is geweest, maar thans zowel voor u als voor mij van groot nut is geworden.
11Il quale già ti fu disutile, ma ora è utile a te ed a me.
12Ik zend hem u terug; hem, dat is mijn eigen hart.
12Il quale io ho rimandato; or tu accoglilo, cioè, le mie viscere.
13Ik had hem gaarne bij me gehouden, opdat hij mij in úw plaats zou dienen gedurende mijn gevangenschap voor het Evangelie.
13Io lo voleva ritenere appresso di me, acciocchè in vece tua mi ministrasse nei legami dell'evangelo;
14Maar ik heb niets zonder uw toestemming willen doen, opdat uw goede daad niet afgedwongen zou zijn, maar vrijwillig zou geschieden.
14ma non ho voluto far nulla senza il tuo parere; acciocchè il tuo beneficio non fosse come per necessità, ma di spontanea volontà.
15Want misschien is hij juist daarom een tijdje van u weg geweest, opdat ge hem zoudt bezitten voor eeuwig;
15Perciocchè, forse per questa cagione egli si è dipartito da te per un breve tempo, acciocchè tu lo ricoveri in perpetuo;
16niet meer als slaaf, doch meer dan dat, als een geliefden broeder. Geldt dit voor mij, hoeveel te meer geldt het dan voor u, die hem terugkrijgt zowel naar het lichaam als in den Heer.
16non più come servo, ma da più di servo, come caro fratello, a me sommamente; ora, quanto più a te, ed in carne, e nel Signore?
17Indien ge me dus als een vriend beschouwt, neem hem dan op, als was ik het zelf.
17Se dunque tu mi tieni per consorte, accoglilo come me stesso.
18Wanneer hij u enige schade heeft berokkend of u iets schuldig is, zet het dan op mijn rekening;
18Che se ti ha fatto alcun torto, o ti deve cosa alcuna , scrivilo a mia ragione.
19ik Paulus schrijf het eigenhandig: Ik zal het betalen. Of liever nog: zet het op uw eigen rekening; want ge zijt mij uzelf schuldig.
19Io Paolo ho scritto questo di man propria, io lo pagherò, per non dirti che tu mi devi più di ciò, cioè te stesso.
20Ja broeder, laat mij nu in den Heer ook wat voordeel hebben van u; stel in Christus mijn hart gerust.
20Deh! fratello, fammi pro in ciò nel Signore; ricrea le mie viscere nel Signore.
21Ik schrijf u, omdat ik op uw bereidwilligheid vertrouw, en omdat ik weet, dat ge nog meer zult doen dan ik vraag.
21Io ti ho scritto, confidandomi della tua ubbidienza, sapendo che tu farai eziandio sopra ciò che io dico.
22Bovendien moet ge u gereed houden, om ook mij als gast te ontvangen; want ik hoop, dat ge mij door uw gebeden terug zult bekomen.
22OR apparecchiami insieme ancora albergo; perciocchè io spero che per le vostre orazioni vi sarò donato.
23U groet Épafras, mijn medegevangene in Christus Jesus;
23Epafra, prigione meco in Cristo Gesù,
24ook mijn medearbeiders Markus, Aristarchus, Demas en Lukas.
24e Marco, ed Aristarco, e Dema, e Luca, miei compagni d'opera, ti salutano.
25De genade van den Heer Jesus Christus zij met uw geest!
25La grazia del Signor nostro Gesù Cristo sia con lo spirito vostro. Amen.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.