Filemon
Chapter 1

Filemon

Petrus Canisius Bible, 1…
vs Londona Biblio (Es…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Londona Biblio (Esperanto, 1910)
1Paulus, de geboeide van Christus Jesus, en broeder Timóteus; aan onzen beminden medearbeider Filemon,
1Paŭlo, malliberulo por Kristo Jesuo, kaj Timoteo, la frato, al Filemon, nia amato kaj kunlaboranto,
2alsook aan onze zuster Appia, aan onzen strijdmakker Archippus en aan de gemeente, die bij u vergadert:
2kaj al Apfia, la fratino, kaj al Arĥipo, nia kunbatalanto, kaj al la eklezio en via domo:
3genade en vrede zij u van God onzen Vader en van den Heer Jesus Christus.
3Graco al vi kaj paco de Dio, nia Patro, kaj de la Sinjoro Jesuo Kristo.
4Ik breng dank aan mijn God, telkens wanneer ik u in mijn gebeden gedenk,
4Mi ĉiam dankas mian Dion, memorigante pri vi en miaj preĝoj,
5omdat ik hoor van uw liefde, die ge aan alle heiligen bewijst, en van uw geloof, waarmee ge in den Heer Jesus gelooft.
5aŭdinte pri via amo kaj pri la fido, kiun vi havas al la Sinjoro Jesuo kaj al ĉiuj sanktuloj;
6Moge uw geloofsbezit zich ook tonen door de daad, door de erkenning van al het goede, dat er is in ons, die aan Christus toebehoren.
6por ke la partoprenado en via fido fariĝu energia per la sciigo de ĉiu bonaĵo, kiu estas en vi, por Kristo.
7Ja waarlijk, broeder, door uw liefde heb ik veel vreugde en troost ondervonden, omdat ge rust hebt gebracht in de harten der heiligen.
7Ĉar mi tre ĝojis kaj havis multon da konsolo pro via amo, ĉar la koroj de la sanktuloj refreŝiĝis per vi, frato mia.
8Ofschoon ik in Christus het volste recht heb, u te bevelen wat uw plicht is,
8Kvankam do mi havas plenan kuraĝon en Kristo, por ordoni al vi tion, kio estas konvena,
9wil ik daarom toch liever een beroep op uw liefde doen. Zie, ik Paulus, een oud man en thans bovendien nog geboeid voor Christus Jesus,
9tamen pro la amo mi preferas petegi tia, kia mi estas, Paŭlo, maljunulo kaj nun ankaŭ malliberulo pro Kristo Jesuo;
10ikzelf kom u smeken voor Onésimus, mijn kind, dat ik in mijn boeien heb verwekt,
10mi petegas vin koncerne mian filon, kiun mi naskis en miaj katenoj; tio estis Onesimo,
11en dat u vroeger van weinig nut is geweest, maar thans zowel voor u als voor mij van groot nut is geworden.
11kiu estis iam senutila por vi, sed nun estas utila por vi kaj por mi;
12Ik zend hem u terug; hem, dat is mijn eigen hart.
12mi ĵus resendis al vi lin mem, alivorte, mian propran koron;
13Ik had hem gaarne bij me gehouden, opdat hij mij in úw plaats zou dienen gedurende mijn gevangenschap voor het Evangelie.
13lin mi volonte ja tenus apud mi, por ke anstataŭ vi li estu al mi helpanto en la ligiloj de la evangelio;
14Maar ik heb niets zonder uw toestemming willen doen, opdat uw goede daad niet afgedwongen zou zijn, maar vrijwillig zou geschieden.
14sed mi nenion volis fari sen via konsento; por ke via boneco estu ne kvazaŭ deviga, sed laŭvola.
15Want misschien is hij juist daarom een tijdje van u weg geweest, opdat ge hem zoudt bezitten voor eeuwig;
15Ĉar eble li pro tio estas apartigita for de vi por kelka tempo, por ke vi havu lin por ĉiam;
16niet meer als slaaf, doch meer dan dat, als een geliefden broeder. Geldt dit voor mij, hoeveel te meer geldt het dan voor u, die hem terugkrijgt zowel naar het lichaam als in den Heer.
16jam ne kiel sklavon, sed kiel pli bonan ol sklavo, kiel fraton amatan, precipe por mi, sed des pli por vi, kaj en la karno kaj en la Sinjoro.
17Indien ge me dus als een vriend beschouwt, neem hem dan op, als was ik het zelf.
17Se vi do rigardas min kiel kunulon, akceptu lin tiel same, kiel min mem.
18Wanneer hij u enige schade heeft berokkend of u iets schuldig is, zet het dan op mijn rekening;
18Se tamen li faris ian malhonestaĵon, aŭ ŝuldas ion al vi, tion enkalkulu en mian konton;
19ik Paulus schrijf het eigenhandig: Ik zal het betalen. Of liever nog: zet het op uw eigen rekening; want ge zijt mij uzelf schuldig.
19mi, Paŭlo, skribas per mia propra mano, mi ĝin repagos; mi tamen ne diras al vi, ke vi viaparte ŝuldas al mi eĉ vin mem.
20Ja broeder, laat mij nu in den Heer ook wat voordeel hebben van u; stel in Christus mijn hart gerust.
20Jes, frato mia, lasu min havi plezuron de vi en la Sinjoro; refreŝigu mian koron en Kristo.
21Ik schrijf u, omdat ik op uw bereidwilligheid vertrouw, en omdat ik weet, dat ge nog meer zult doen dan ik vraag.
21Fidante pri via obeo, mi skribas al vi, sciante, ke vi faros eĉ pli multe, ol kiom mi diras.
22Bovendien moet ge u gereed houden, om ook mij als gast te ontvangen; want ik hoop, dat ge mij door uw gebeden terug zult bekomen.
22Sed krom tio pretigu por mi gastoĉambron; ĉar mi esperas, ke mi, laŭ viaj preĝoj, estos donita al vi.
23U groet Épafras, mijn medegevangene in Christus Jesus;
23Salutas vin Epafras, mia kunmalliberulo en Kristo Jesuo,
24ook mijn medearbeiders Markus, Aristarchus, Demas en Lukas.
24Marko, Aristarĥo, Demas, Luko, miaj kunlaborantoj.
25De genade van den Heer Jesus Christus zij met uw geest!
25La graco de nia Sinjoro Jesuo Kristo estu kun via spirito. Amen.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.