2 Johannes 1
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Londona Biblio (Esperanto, 1910)
1De présbuter aan de uitverkoren Vrouwe en haar kinderen, die ikzelf niet alleen, maar ook allen, die de waarheid hebben erkend, waarachtig liefhebben
1La presbitero al la elektita sinjorino kaj ŝiaj infanoj, kiujn mi amas en la vero; kaj ne mi sola, sed ankaŭ ĉiuj, kiuj konas la veron;
2om de waarheid, die in ons woont en die in eeuwigheid bij ons zal blijven:
2pro la vero restanta en ni, kaj ĝi estos ĉe ni por ĉiam:
3de genade, barmhartigheid en vrede van God den Vader en van Jesus Christus, den Zoon des Vaders, zullen ons deel zijn door de waarheid en de liefde.
3Graco, kompato, paco, estos ĉe ni, de Dio, la Patro, kaj de Jesuo Kristo, la Filo de la Patro, en vero kaj amo.
4Het heeft mij uitermate verheugd, dat ik onder uw kinderen er aangetroffen heb, die in de waarheid wandelen naar het bevel, dat we van den Vader hebben ontvangen.
4Mi treege ĝojas, ke mi trovis iujn el viaj infanoj iradantajn en la vero tiel same, kiel ni ricevis ordonon de la Patro.
5En nu bid ik u, Vrouwe, dat we elkander mogen beminnen; ik schrijf u dit niet als een nieuw gebod, maar als een, dat we bezitten van de aanvang af.
5Kaj nun mi vin petegas, sinjorino, skribante ne kvazaŭ novan ordonon al vi, sed tiun, kiun ni havis de la komenco, ke ni amu unu la alian.
6En dit is de liefde: laat ons dus wandelen naar zijn geboden; dit is ook het gebod, dat gij van de aanvang af hebt vernomen: leeft er dus naar.
6Kaj jen estas la amo: ke ni iradu laŭ Liaj ordonoj. Tio estas la ordono, tiu sama, kiun vi aŭdis de la komenco, ke vi iradu en ĝi.
7Want er zijn veel dwaalleraars uitgegaan over de wereld, die niet belijden, dat Jesus Christus in het Vlees is gekomen. Zo iemand is dwaalleraar en Antichrist.
7Ĉar multaj delogantoj eliris en la mondon, kiuj ne konfesas Jesuon Kriston venantan en karno. Tio estas la deloganto kaj la antikristo.
8Let op uzelf, opdat gij niet verliest, wat wij tot stand hebben gebracht, maar het volle loon moogt ontvangen.
8Gardu vin, ke vi ne perdu viajn elfaritaĵojn, sed ke vi ricevu plenan rekompencon.
9Wie nieuwigheden aanbrengt, en niet in de leer van Christus blijft, hij heeft God niet; maar wie standvastig blijft in de leer, hij heeft zowel den Vader als den Zoon.
9Ĉiu, kiu iras antaŭen kaj ne restas en la instruado de Kristo, ne havas Dion; kiu restas en la instruado, tiu havas kaj la Patron kaj la Filon.
10Wanneer iemand bij u komt en deze leer niet verkondigt, dan moet gij hem niet in uw huis ontvangen, noch een groet tot hem richten;
10Se iu al vi venas kaj ne kunportas ĉi tiun instruadon, ne ricevu lin en la domon, kaj al li ne donu salutan vorton;
11want wie een groet tot hem richt, neemt deel aan zijn boze werken.
11ĉar kiu al li salute parolas, tiu partoprenas en liaj malbonfaroj.
12Ik heb u nog veel te schrijven, maar ik wil het niet doen met papier en met inkt; ik hoop echter bij u te komen, en dan te spreken van mond tot mond, opdat onze vreugde volkomen mag zijn.
12Havante multon por skribi al vi, mi ne volis skribi per papero kaj inko; sed mi esperas veni al vi kaj paroli vizaĝon kontraŭ vizaĝo, por ke via ĝojo estu plena.
13De kinderen van uw uitverkoren Zuster groeten u!
13Salutas vin la infanoj de via fratino, la elektita.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.