Galaten 1
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Londona Biblio (Esperanto, 1910)
1Paulus, apostel, —niet op gezag van mensen noch door bemiddeling van een mens, maar door Jesus Christus en door God den Vader, die Hem uit de doden heeft opgewekt,
1Paŭlo, apostolo (ne de homoj, nek per homo, sed per Jesuo Kristo, kaj Dio, la Patro, kiu levis lin el la mortintoj),
2met al de broeders die bij me zijn: aan de kerken van Galátië.
2kaj ĉiuj fratoj, kiuj estas kun mi, al la eklezioj de Galatujo:
3Genade en vrede zij u van God onzen Vader, en van den Heer Jesus Christus,
3Graco al vi kaj paco de Dio, la Patro, kaj de nia Sinjoro Jesuo Kristo,
4die Zich voor onze zonden, —om ons te ontrukken aan deze boze wereld, —heeft overgeleverd volgens de wil van onzen God en Vader;
4kiu sin donis pro niaj pekoj, por liberigi nin el la nuna malbona mondo, laŭ la volo de nia Dio kaj Patro;
5aan wien de glorie in de eeuwen der eeuwen. Amen!
5al kiu estu la gloro por ĉiam kaj eterne. Amen.
6Ik sta er verbaasd over, dat gij zo spoedig af. valt van Hem, die u geroepen heeft door de genade van Christus, en naar een ander evangelie overgaat.
6Mi miras, ke tiel rapide vi foriĝas for de Tiu, kiu vokis vin en la gracon de Kristo, al malsama evangelio;
7Eigenlijk is het geen ander; maar alleen zijn er enkelen opgestaan, die onrust onder u stoken, en het Evangelie van Christus willen vervalsen.
7kiu ja ne estas alia, sed troviĝas iuj, kiuj vin maltrankviligas kaj deziras renversi la evangelion de Kristo.
8Waarachtig, wanneer wijzelf, of zelfs een engel uit de hemel, u een ander evangelie zouden verkondigen, dat wat wij u verkondigd hebben, hij zij vervloekt!
8Tamen se eĉ ni, aŭ anĝelo el la ĉielo, al vi instruus ian evangelion krom tiu, kiun ni jam al vi instruis, tiu estu anatemita.
9Zoals we het vroeger hebben gezegd, zo herhaal ik het ook thans: Wanneer iemand u een ander evangelie verkondigt dan gij ontvangen hebt, hij zij vervloekt!
9Kiel ni antaŭe diris, tiel nun mi denove diras: Se iu al vi instruas ian evangelion krom tiu, kiun vi ricevis, tiu estu anatemita.
10Heet dit nu soms mensen gunstig stemmen, of God; zoek ik soms nu nog aan mensen te behagen? Zo ik nu nog aan mensen tracht te behagen, dan zou ik geen dienaar van Christus zijn.
10Ĉar ĉu mi nun influas homojn, aŭ Dion? aŭ ĉu mi celas plaĉi al homoj? se mi ankoraŭ nun plaĉus al homoj, mi ne estus servisto de Kristo.
11Ik verzeker u toch, broeders, dat het Evangelie, door mij verkondigd, niet van menselijke oorsprong is;
11Ĉar mi sciigas vin, fratoj, rilate al la evangelio predikita de mi, ke ĝi ne estas laŭ homo.
12want ik heb het niet van een mens ontvangen of aangeleerd, maar door een openbaring van Jesus Christus.
12Ĉar mi ne ricevis ĝin de homo, kaj ĝi ne estas instruita al mi krom per malkaŝo de Jesuo Kristo.
13Gij hebt immers gehoord van mijn vroeger leven in het Jodendom: hoe ik Gods Kerk heftig vervolgde en haar trachtte te verdelgen;
13Ĉar vi iam aŭdis pri mia estinta vivmaniero en Judismo, ke mi forte persekutis la eklezion de Dio kaj ĝin atakis;
14hoe ik ook boven velen van mijn volk en van mijn leeftijd uitblonk in het Jodendom, en hen in ijver voor de overlevering mijner vaders verre overtrof.
14kaj mi plimulte progresis en Judismo, ol multaj miaj samaĝuloj en mia nacio, estante multe pli fervoranima pri la tradicioj de miaj prapatroj.
15En toen het Hem had behaagd, die mij van de moederschoot af door zijn genade had uitverkoren en geroepen, toen het Hem had behaagd, zijn Zoon aan mij te openbaren,
15Sed kiam bonvole plaĉis al Dio, kiu el la ventro de mia patrino apartigis min kaj per Sia graco min vokis,
16opdat ik Hem onder de heidenen zou verkondigen, —toen ben ik van de aanvang af niet bij vlees en bloed te rade gegaan,
16por malkaŝi en mi Sian Filon, por ke mi prediku lin inter la nacianoj: mi ne konsiliĝis kun karno kaj sango,
17of naar Jerusalem vertrokken naar hen, die vóór mij apostelen waren; maar toen ben ik naar Arabië gegaan en naar Damascus teruggekeerd.
17kaj mi ne supreniris al Jerusalem, al la antaŭ mi apostoloj, sed mi tuj foriris en Arabujon, kaj poste mi revenis al Damasko.
18Eerst drie jaar later ben ik naar Jerusalem vertrokken, om Kefas te bezoeken, en ben ik veertien dagen bij hem gebleven;
18Tiam, post tri jaroj, mi supreniris al Jerusalem, por viziti Kefason, kaj mi restis kun li dek kvin tagojn.
19maar van de andere apostelen heb ik niemand gezien dan Jakobus, den broeder des Heren.
19Sed neniun alian el la apostoloj mi vidis, krom Jakobo, la frato de la Sinjoro.
20Voor het aanschijn Gods: zie ik lieg niet bij wat ik u schrijf.
20Pri tio, kion mi skribas al vi, jen, antaŭ Dio, mi ne mensogas.
21Daarna ben ik naar de gewesten van Syrië en Cilicië vertrokken.
21Poste mi venis en la regionojn de Sirio kaj Kilikio.
22Ik was dus persoonlijk onbekend aan de kerken van Judea, die in Christus zijn.
22Kaj mi ankoraŭ estis vizaĝe nekonata de la eklezioj de Judujo, kiuj estis en Kristo;
23Ze hadden alleen horen zeggen: Hij die ons eertijds vervolgde, hij preekt thans het geloof, dat hij vroeger verwoestte;
23sed ili nur aŭdis la jenon: Kiu nin iam persekutis, tiu nun predikas la fidon, kiun iam li atakis;
24en ze verheerlijkten God om mij.
24kaj ili gloris Dion en mi.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.