1 Tessalonicenzen
Chapter 1

1 Tessalonicenzen

Petrus Canisius Bible, 1…
vs Londona Biblio (Es…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Londona Biblio (Esperanto, 1910)
1Paulus, Silvanus en Timóteus, aan de kerk der Tessalonicenzen, in God den Vader en in den Heer Jesus Christus: Genade en vrede zij u.
1Paŭlo kaj Silvano kaj Timoteo al la eklezio de la Tesalonikanoj en Dio, la Patro, kaj la Sinjoro Jesuo Kristo: Graco al vi kaj paco.
2Steeds danken we God voor u allen, zo dikwijls we u herdenken in onze gebeden.
2Ni ĉiam dankas Dion pri vi ĉiuj, memorigante pri vi en niaj preĝoj;
3Zonder ophouden toch zijn we voor God, onzen Vader, uw werkdadig geloof indachtig, uw zwoegende liefde, uw geduldige hoop op onzen Heer Jesus Christus.
3memorante senĉese vian laboron de fido kaj penadon de amo kaj paciencon de espero al nia Sinjoro Jesuo Kristo, antaŭ nia Dio kaj Patro;
4Van God geliefde broeders, van uw uitverkiezing zijn we overtuigd.
4sciante, fratoj, amataj de Dio, vian elekton,
5Want ons Evangelie is niet tot u gekomen door woord alleen, maar ook met kracht, met den heiligen Geest, en met grote beslistheid; gij weet toch nog wel, hoe we om uwentwil onder u zijn opgetreden.
5ĉar nia evangelio venis al vi ne nur parole, sed ankaŭ kun potenco kaj kun la Sankta Spirito kaj plena certigo; vi scias, kiaj homoj ni ĉe vi montriĝis pro vi.
6En gij, van uw kant, zijt navolgers geworden van ons en van den Heer, door onder veel wederwaardigheden met een blijdschap van den heiligen Geest het woord te aanvaarden;
6Kaj vi fariĝis imitantoj de ni kaj de la Sinjoro, ricevinte la vorton en multe da aflikto, kun ĝojo de la Sankta Spirito;
7zodat gij een voorbeeld werdt voor alle gelovigen in Macedonië en Achaja.
7tiel, ke vi fariĝis modelo por ĉiuj kredantoj en Makedonujo kaj en la Aĥaja lando.
8Want door u kreeg het woord des Heren een goede naam niet slechts in Macedonië en Achaja, maar in iedere plaats kwam uw geloof in God aan de dag. Ik had dus niet nodig, daarover te spreken;
8Ĉar de vi la vorto de la Sinjoro estas diseĥita ne nur en Makedonujo kaj la Aĥaja lando, sed en ĉiu loko via fido al Dio disvastiĝis, tiel, ke ni ne bezonas diri ion.
9want uit eigen beweging vertelde men van ons: hoe wij onder u zijn opgetreden; en hoe gij u van de afgoden tot God hebt bekeerd, om den levenden en waarachtigen God te dienen,
9Ĉar ili mem pri ni rakontas, kian alvenon ni havis ĉe vi; kaj kiel vi vin turnis al Dio for de idoloj, por servi vivantan kaj veran Dion,
10en om uit de hemel zijn Zoon te verwachten, dien Hij van de doden heeft opgewekt: Jesus, die ons verlost van de komende Toorn.
10kaj atendi Lian Filon el la ĉielo, la Filon, kiun Li levis el la mortintoj, Jesuon, kiu nin savas de la estonta kolerego.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.