1 Tessalonicenzen 1
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Douay-Rheims Bible, American Edition (1899)
1Paulus, Silvanus en Timóteus, aan de kerk der Tessalonicenzen, in God den Vader en in den Heer Jesus Christus: Genade en vrede zij u.
1Paul and Sylvanus and Timothy: to the church of the Thessalonians, in God the Father, and in the Lord Jesus Christ.
2Steeds danken we God voor u allen, zo dikwijls we u herdenken in onze gebeden.
2Grace be to you and peace. We give thanks to God always for you all; making a remembrance of you in our prayers without ceasing,
3Zonder ophouden toch zijn we voor God, onzen Vader, uw werkdadig geloof indachtig, uw zwoegende liefde, uw geduldige hoop op onzen Heer Jesus Christus.
3Being mindful of the work of your faith, and labour, and charity, and of the enduring of the hope of our Lord Jesus Christ before God and our Father:
4Van God geliefde broeders, van uw uitverkiezing zijn we overtuigd.
4Knowing, brethren beloved of God, your election:
5Want ons Evangelie is niet tot u gekomen door woord alleen, maar ook met kracht, met den heiligen Geest, en met grote beslistheid; gij weet toch nog wel, hoe we om uwentwil onder u zijn opgetreden.
5For our gospel hath not been unto you in word only, but in power also, and in the Holy Ghost, and in much fulness, as you know what manner of men we have been among you for your sakes.
6En gij, van uw kant, zijt navolgers geworden van ons en van den Heer, door onder veel wederwaardigheden met een blijdschap van den heiligen Geest het woord te aanvaarden;
6And you became followers of us, and of the Lord; receiving the word in much tribulation, with joy of the Holy Ghost:
7zodat gij een voorbeeld werdt voor alle gelovigen in Macedonië en Achaja.
7So that you were made a pattern to all that believe in Macedonia and in Achaia.
8Want door u kreeg het woord des Heren een goede naam niet slechts in Macedonië en Achaja, maar in iedere plaats kwam uw geloof in God aan de dag. Ik had dus niet nodig, daarover te spreken;
8For from you was spread abroad the word of the Lord, not only in Macedonia, and in Achaia, but also in every place, your faith which is towards God, is gone forth, so that we need not to speak any thing.
9want uit eigen beweging vertelde men van ons: hoe wij onder u zijn opgetreden; en hoe gij u van de afgoden tot God hebt bekeerd, om den levenden en waarachtigen God te dienen,
9For they themselves relate of us, what manner of entering in we had unto you; and how you turned to God from idols, to serve the living and true God.
10en om uit de hemel zijn Zoon te verwachten, dien Hij van de doden heeft opgewekt: Jesus, die ons verlost van de komende Toorn.
10And to wait for his Son from heaven (whom he raised up from the dead,) Jesus, who hath delivered us from the wrath to come.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.