1 Tessalonicenzen 3
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Douay-Rheims Bible, American Edition (1899)
1Daar we het dus niet langer meer konden uithouden, gaven we er de voorkeur aan, alleen in Athene achter te blijven,
1For which cause, forbearing no longer, we thought it good to remain at Athens alone:
2en zonden we Timóteus, onzen broeder en Gods dienaar in het Evangelie van Christus, om u te versterken, en u te bemoedigen in uw geloof,
2And we sent Timothy, our brother, and the minister of God in the gospel of Christ, to confirm you and exhort you concerning your faith:
3opdat niemand door deze wederwaardigheden aan het wankelen zou worden gebracht. Zelf weet gij toch wel, dat dergelijke dingen ons te wachten staan;
3That no man should be moved in these tribulations: for yourselves know, that we are appointed thereunto.
4bovendien hebben we, toen we bij u waren, u toch vooruit gezegd, dat we wederwaardigheden zouden te verduren hebben; en zo is het ook gebeurd, als gij weet.
4For even when we were with you, we foretold you that we should suffer tribulations, as also it is come to pass, and you know.
5Omdat ik het dus niet langer meer uithield, heb ik er hem op afgezonden, om te weten, hoe het staat met uw geloof: de bekoorder mocht u eens hebben verleid, en onze arbeid vergeefs zijn geweest.
5For this cause also, I, forbearing no longer, sent to know your faith: lest perhaps he that tempteth should have tempted you, and our labour should be made vain.
6Zo juist is Timóteus van u teruggekeerd, en heeft ons goede tijding gebracht van uw geloof en van uw liefde tot ons, en hoe gij steeds een goede herinnering aan ons bewaart en vurig verlangt, ons weer te zien, zoals wij u.
6But now when Timothy came to us from you, and related to us your faith and charity, and that you have a good remembrance of us always, desiring to see us as we also to see you;
7Daarom broeders, zijn we bij al onze nood en druk door uw geloof met troost over u vervuld;
7Therefore we were comforted, brethren, in you, in all our necessity and tribulation, by your faith,
8want nu leven we op, zo gij maar vast staat in den Heer.
8Because now we live, if you stand in the Lord.
9Hoe kunnen we God genoeg om u danken voor al de vreugde, waarmee we ons over u verblijden voor het aanschijn van onzen God.
9For what thanks can we return to God for you, in all the joy wherewith we rejoice for you before our God,
10Vurig bidden we nacht en dag, om u te mogen weerzien, en de leemten aan te vullen in uw geloof.
10Night and day more abundantly praying that we may see your face, and may accomplish those things that are wanting to your faith?
11Moge dan onze God en Vader zelf en onze Heer Jesus òns de weg naar u banen;
11Now God himself and our Father, and our Lord Jesus Christ, direct our way unto you.
12moge de Heer ú echter vervullen en doen overvloeien van liefde tot elkander en tot iedereen, zoals wij ze hebben tot u.
12And may the Lord multiply you, and make you abound in charity towards one another, and towards all men: as we do also towards you,
13Zo make Hij uw harten sterk en onberispelijk in heiligheid voor het aanschijn van God, onzen Vader, bij de komst van onzen Heer Jesus, met al zijn heiligen.
13To confirm your hearts without blame, in holiness, before God and our Father, at the coming of our Lord Jesus Christ, with all his saints. Amen.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.