Marcus 1
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Douay-Rheims Bible, American Edition (1899)
1Aanvang der blijde boodschap van Jesus Christus, den Zoon van God:
1The beginning of the gospel of Jesus Christ, the Son of God.
2zoals geschreven staat bij den profeet Isaias: Zie, Ik zend mijn gezant voor U uit, Om voor U de weg te bereiden.
2As it is written in Isaias the prophet: Behold I send my angel before thy face, who shall prepare the way before thee.
3De stem van een roepende in de woestijn: Bereidt de weg des Heren, Maakt recht zijn paden.
3A voice of one crying in the desert: Prepare ye the way of the Lord, make straight his paths.
4Johannes de Doper trad op in de woestijn, en preekte een doopsel van boetvaardigheid tot vergiffenis der zonden.
4John was in the desert baptizing, and preaching the baptism of penance, unto remission of sins.
5En het hele land van Judea en allen uit Jerusalem liepen naar hem uit, en lieten zich door hem dopen in de rivier de Jordaan, terwijl ze hun zonden beleden.
5And there went out to him all the country of Judea, and all they of Jerusalem, and were baptized by him in the river of Jordan, confessing their sins.
6Johannes droeg een kemelharen mantel, en een leren heupkleed om zijn lenden; hij at sprinkhanen en wilde honing. En hij preekte aldus:
6And John was clothed with camel’s hair, and a leathern girdle about his loins; and he ate locusts and wild honey.
7Na mij komt er Een, die machtiger is dan ik; ik ben niet waardig, om mij voor Hem neer te bukken, en zijn schoenriem los te maken.
7And he preached, saying: There cometh after me one mightier than I, the latchet of whose shoes I am not worthy to stoop down and loose.
8Ik heb u met water gedoopt, maar Hij zal u dopen met den Heiligen Geest.
8I have baptized you with water; but he shall baptize you with the Holy Ghost.
9In die dagen kwam Jesus uit Názaret van Galilea, en werd in de Jordaan door Johannes gedoopt.
9And it came to pass, in those days, Jesus came from Nazareth of Galilee, and was baptized by John in the Jordan.
10Maar onmiddellijk steeg Hij uit het water op, en zag de Hemel geopend, en den Geest op Zich neerdalen als een duif.
10And forthwith coming up out of he water, he saw the heavens opened, and the Spirit as a dove descending, and remaining on him.
11En er kwam een stem uit de hemel: Gij zijt mijn welbeminde Zoon, in U heb Ik welbehagen.
11And there came a voice from heaven: Thou art my beloved Son; in thee I am well pleased.
12Dadelijk daarna dreef de Geest Hem naar de woestijn.
12And immediately the Spirit drove him out into the desert.
13Veertig dagen bleef Hij in de woestijn, waar Hij door de satan werd bekoord; Hij vertoefde onder de wilde dieren, en de engelen dienden Hem.
13And he was in the desert forty days and forty nights, and was tempted by Satan; and he was with beasts, and the angels ministered to him.
14Nadat Johannes was gevangen gezet, kwam Jesus in Galilea, en verkondigde het Evangelie van het koninkrijk Gods.
14And after that John was delivered up, Jesus came into Galilee, preaching the gospel of the kingdom of God,
15Hij zeide: De tijd is vervuld, en het koninkrijk Gods is nabij; bekeert u, en gelooft in het evangelie.
15And saying: The time is accomplished, and the kingdom of God is at hand: repent, and believe the gospel.
16Toen Hij eens langs het meer van Galilea ging, zag Hij Simon en Andreas, den broer van Simon, het net uitwerpen in het meer; want ze waren vissers.
16And passing by the sea of Galilee, he saw Simon and Andrew his brother, casting nets into the sea (for they were fishermen).
17En Jesus sprak tot hen: Volgt Mij; Ik zal mensenvissers van u maken.
17And Jesus said to them: Come after me, and I will make you to become fishers of men.
18Aanstonds verlieten ze de netten, en volgden Hem.
18And immediately leaving their nets, they followed him.
19Een weinig verder zag Hij Jakobus, den zoon van Zebedeüs, en Johannes zijn broer, die ook in een boot waren en de netten herstelden.
19And going on from thence a little farther, he saw James the son of Zebedee, and John his brother, who also were mending their nets in the ship:
20Aanstonds riep Hij ze. En ze lieten hun vader Zebedeüs in de boot met de bemanning achter, en volgden Hem.
20And forthwith he called them. And leaving their father Zebedee in the ship with his hired men, they followed him.
21Zij begaven zich nu naar Kafárnaum. En terstond ging Hij op de sabbat de synagoge binnen, en trad als leraar op.
21And they entered into Capharnaum, and forthwith upon the sabbath days going into the synagogue, he taught them.
22Men stond verbaasd over zijn leer; want Hij leerde hen als een die gezag heeft, en niet zoals de schriftgeleerden.
22And they were astonished at his doctrine. For he was teaching them as one having power, and not as the scribes.
23Al heel spoedig was er in hun synagoge een man met een onreinen geest. Hij riep:
23And there was in their synagogue a man with an unclean spirit; and he cried out,
24Wat hebt Gij met ons te maken, Jesus van Názaret? Zijt Gij gekomen, om ons in het verderf te storten? Ik weet, wie Gij zijt: de Heilige Gods.
24Saying: What have we to do with thee, Jesus of Nazareth? art thou come to destroy us? I know who thou art, the Holy One of God.
25Maar Jesus gebood hem: Zwijg, en ga van hem uit.
25And Jesus threatened him, saying: Speak no more, and go out of the man.
26En onder stuiptrekken en luid geschreeuw ging de onreine geest van hem uit.
26And the unclean spirit tearing him, and crying out with a loud voice, went out of him.
27Allen waren verbaasd, en vroegen zich af: Wat kan dat toch zijn? Een nieuwe leer met gezag! Bovendien gebiedt Hij de onreine geesten, en ze gehoorzamen Hem!
27And they were all amazed, insomuch that they questioned among themselves, saying: What thing is this? what is this new doctrine? for with power he commandeth even the unclean spirits, and they obey him.
28En zijn faam ging aanstonds overal rond door heel het land van Galilea.
28And the fame of him was spread forthwith into all the country of Galilee.
29Toen zij de synagoge hadden verlaten, begaven zij zich, van Jakobus en Johannes vergezeld, rechtstreeks naar het huis van Simon en Andreas.
29And immediately going out of the synagogue they came into the house of Simon and Andrew, with James and John.
30De schoonmoeder van Simon lag ziek aan de koorts; en aanstonds vertelden ze het Hem.
30And Simon’s wife’s mother lay in a fit of a fever: and forthwith they tell him of her.
31Hij trad nader, vatte haar bij de hand, en richtte haar op; de koorts verliet haar, en ze bediende Hem.
31And coming to her, he lifted her up, taking her by the hand; and immediately the fever left her, and she ministered unto them.
32Toen het avond was geworden en de zon was ondergegaan, bracht men alle zieken en bezetenen naar Hem toe;
32And when it was evening, after sunset, they brought to him all that were ill and that were possessed with devils.
33de hele stad stond voor de deur bijeen.
33And all the city was gathered together at the door.
34En Hij genas er velen, die aan verschillende kwalen leden. Ook dreef Hij veel duivels uit; maar Hij liet niet toe, dat de duivels zeiden, dat ze Hem kenden.
34And he healed many that were troubled with divers diseases; and he cast out many devils, and he suffered them not to speak, because they knew him.
35Zeer vroeg in de morgen stond Hij op, en ging heen; Hij begaf zich naar een eenzame plaats, om er te bidden.
35And rising very early, going out, he went into a desert place: and there he prayed.
36Simon en zijn gezellen gingen Hem achterna,
36And Simon, and they that were with him, followed after him.
37vonden Hem, en zeiden: Iedereen zoekt U.
37And when they had found him, they said to him: All seek for thee.
38Maar Hij sprak tot hen: Laten we naar de omliggende dorpen gaan, om ook daar te preken; want daartoe ben Ik gekomen.
38And he saith to them: Let us go into the neighbouring towns and cities, that I may preach there also; for to this purpose am I come.
39Zo trok Hij heel Galilea rond: Hij preekte in hun synagogen, en dreef de duivels uit.
39And he was preaching in their synagogues, and in all Galilee, and casting out devils.
40Eens kwam een melaatse naar Hem toe, die smekend voor Hem op de knieën viel, en tot Hem sprak: Zo Gij wilt, kunt Gij me reinigen.
40And there came a leper to him, beseeching him, and kneeling down said to him: If thou wilt, thou canst make me clean.
41Jesus had medelijden met hem: Hij strekte zijn hand uit, raakte hem aan, en zeide tot hem: Ik wil, word gereinigd!
41And Jesus having compassion on him, stretched forth his hand; and touching him, saith to him: I will. Be thou made clean.
42Terstond verdween de melaatsheid; hij was gereinigd.
42And when he had spoken, immediately the leprosy departed from him, and he was made clean.
43Onmiddellijk zond Hij hem weg, vermaande hem ernstig.
43And he strictly charged him, and forthwith sent him away.
44en zei hem: Pas op, dat ge het niemand zegt; maar ga heen, vertoon u aan den priester, en offer voor uw reiniging wat Moses als bewijs voor hen heeft voorgeschreven.
44And he saith to him: See thou tell no one; but go, shew thyself to the high priest, and offer for thy cleansing the things that Moses commanded, for a testimony to them.
45Maar nauwelijks was hij heengegaan, of hij begon het overal te vertellen, en het geval ruchtbaar te maken; zodat Jesus niet meer openlijk in een stad kon komen, maar buiten op eenzame plaatsen vertoefde. Toch kwam men van alle kanten naar Hem toe.
45But he being gone out, began to publish and to blaze abroad the word: so that he could not openly go into the city, but was without in desert places: and they flocked to him from all sides.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.