Matteus 28
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Douay-Rheims Bible, American Edition (1899)
1Na de sabbat, bij het aanbreken van de eerste dag der week, kwamen Maria Magdalena en de andere Maria het graf bezoeken.
1And in the end of the sabbath, when it began to dawn towards the first day of the week, came Mary Magdalen and the other Mary, to see the sepulchre.
2En zie, er brak een hevige aardbeving los. Want een engel des Heren daalde af van de hemel, kwam naderbij, rolde de steen weg, en ging daarop zitten.
2And behold there was a great earthquake. For an angel of the Lord descended from heaven, and coming, rolled back the stone, and sat upon it.
3Zijn aangezicht was als de bliksem, en zijn kleed wit als sneeuw.
3And his countenance was as lightning, and his raiment as snow.
4En de wachters sidderden voor hem van vrees, en werden als doden.
4And for fear of him, the guards were struck with terror, and became as dead men.
5Maar de engel sprak tot de vrouwen: Vreest niet; want ik weet, dat ge Jesus zoekt, den gekruiste.
5And the angel answering, said to the women: Fear not you; for I know that you seek Jesus who was crucified.
6Hij is niet hier, want Hij is verrezen, zoals Hij gezegd heeft. Komt en ziet de plaats, waar Hij was neergelegd.
6He is not here, for he is risen, as he said. Come, and see the place where the Lord was laid.
7Gaat haastig heen, en zegt aan zijn leerlingen: Hij is verrezen van de doden. En ziet, Hij gaat u voor naar Galilea; daar zult gij Hem zien. Ziet, dat kwam ik u zeggen.
7And going quickly, tell ye his disciples that he is risen: and behold he will go before you into Galilee; there you shall see him. Lo, I have foretold it to you.
8Haastig liepen ze weg van het graf, met vrees, maar ook met grote blijdschap vervuld; ze snelden heen, om aan zijn leerlingen de tijding te brengen.
8And they went out quickly from the sepulchre with fear and great joy, running to tell his disciples.
9En zie, daar kwam Jesus haar tegen, en sprak: Weest gegroet. Ze kwamen nader, omklemden zijn voeten, en aanbaden Hem.
9And behold Jesus met them, saying: All hail. But they came up and took hold of his feet, and adored him.
10Nu sprak Jesus tot haar: Vreest niet; gaat, en boodschapt mijn broeders, dat ze naar Galilea moeten gaan; daar zullen ze Mij zien.
10Then Jesus said to them: Fear not. Go, tell my brethren that they go into Galilee, there they shall see me.
11Toen ze waren heengegaan, zie, daar gingen enigen van de wacht naar de stad, en berichtten aan de opperpriesters al wat er gebeurd was.
11Who when they were departed, behold some of the guards came into the city, and told the chief priests all things that had been done.
12Dezen vergaderden met de oudsten, en gaven na onderling overleg een grote som gelds aan de soldaten.
12And they being assembled together with the ancients, taking counsel, gave a great sum of money to the soldiers,
13Ze zeiden: Zegt: “Zijn leerlingen zijn Hem ‘s nachts komen stelen, terwijl we sliepen.”
13Saying: Say you, His disciples came by night, and stole him away when we were asleep.
14En als dit den landvoogd ter ore mocht komen, dan zullen we hem wel tevreden stellen, en zorgen, dat gij ongemoeid blijft.
14And if the governor shall hear this, we will persuade him, and secure you.
15Ze namen het geld, en deden, zoals het hun was voorgezegd. En dit verzinsel bleef onder de Joden verspreid tot op de huidige dag.
15So they taking the money, did as they were taught: and this word was spread abroad among the Jews even unto this day.
16De elf leerlingen gingen naar Galilea, naar de berg, die Jesus hun had aangewezen.
16And the eleven disciples went into Galilee, unto the mountain where Jesus had appointed them.
17En toen ze Hem zagen, aanbaden ze Hem, ofschoon ze eerst hadden getwijfeld.
17And seeing them they adored: but some doubted.
18Jesus trad op hen toe, en sprak: Mij is alle macht gegeven in de hemel en op de aarde.
18And Jesus coming, spoke to them, saying: All power is given to me in heaven and in earth.
19Gaat dus heen; onderwijst alle volken, doopt ze in de naam van den Vader en van den Zoon en van den Heiligen Geest,
19Going therefore, teach ye all nations; baptizing them in the name of the Father, and of the Son, and of the Holy Ghost.
20en leert ze onderhouden al wat Ik u heb geboden. Ziet, Ik blijf altijd bij u, tot aan het einde der wereld.
20Teaching them to observe all things whatsoever I have commanded you: and behold I am with you all days, even to the consummation of the world.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.