Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Douay-Rheims Bible, American Edition (1899)
1Aan de Joden in Egypte, onze broeders: heil! De Joodse broeders in Jerusalem en het land Judea wensen u vrede en welvaart.
1To the brethren the Jews that are throughout Egypt, the brethren, the Jews that are in Jerusalem, and in the land of Judea, send health, and good peace.
2Moge God u zegenen, en het verbond indachtig zijn, dat Hij sloot met Abraham, Isaäk en Jakob, zijn trouwe dienaars.
2May God be gracious to you, and remember his covenant that he made with Abraham, and Isaac, and Jacob, his faithful servants:
3Hij schenke u allen het verlangen, Hem te dienen en zijn geboden met grote toewijding en bereidwilligheid te onderhouden.
3And give you all a heart to worship him, and to do his will with a great heart, and a willing mind.
4Hij opene uw hart voor zijn wet en zijn geboden, en schenke u de vrede.
4May he open your heart in his law, and in his commandments, and send you peace.
5Moge Hij uw gebeden verhoren, Zich met u verzoenen, en u niet verlaten in tijden van nood.
5May he hear your prayers, and be reconciled unto you, and never forsake you in the evil time.
6Zo bidden wij hier voor u.
6And now here we are praying for you.
7Onder de regering van koning Demétrius in het jaar 169. Wij, Joden, hebben u een brief geschreven in de uiterste nood, die in deze jaren over ons is gekomen, sinds Jáson en zijn aanhang van het heilige land en van het rijk zijn afgevallen.
7When Demetrius reigned, in the year one hundred and sixty-nine, we Jews wrote to you, in the trouble, and violence, that came upon us in those years, after Jason withdrew himself from the holy land, and from the kingdom.
8De hoofdingang werd in brand gestoken, en er werd onschuldig bloed vergoten. Toen baden wij tot den Heer, en werden verhoord. Wij brachten weer brand- en spijsoffers, staken de lampen aan en legden de toonbroden neer.
8They burnt the gate, and shed innocent blood: then we prayed to the Lord, and were heard, and we offered sacrifices, and fine flour, and lighted the lamps, and set forth the leaves.
9Viert ook gij dus de dagen van het loofhuttenfeest in de maand Kislew. Gegeven in het jaar 148.
9And now celebrate ye the days of Scenopegia in the month of Casleu.
10De inwoners van Jerusalem en Judea, tezamen met de hoge raad en met Judas, aan Aristobúlus, den leermeester van koning Ptoleméus en afstammeling van het geslacht der gezalfde priesters, alsmede aan de Joden van Egypte: heil en voorspoed!
10In the year Bone hundred and eighty-eight, the people that is at Jerusalem, and in Judea, and the senate, and Judas, to Aristobolus, the preceptor of king Ptolemee, who is of the stock of the anointed priests, and to the Jews that are in Egypt, health and welfare.
11Door God uit grote gevaren gered, danken wij Hem vurig, dat wij zo krachtig tegen den koning konden optreden.
11Having been delivered by God out of great dangers, we give him great thanks, forasmuch as we have been in war with such a king.
12Hij toch was het, die de vijanden met geweld uit de heilige stad heeft verdreven.
12For he made numbers of men swarm out of Persia that have fought against us, and the holy city.
13Want toen de veldheer met zijn schijnbaar onweerstaanbaar leger in Perzië was aangekomen, werden zij in de tempel van Nána vermoord, omdat de priesters van Nána een list hadden gebruikt. Antiochus was daar namelijk met zijn vertrouwelingen heengetrokken,
13For when the leader himself was in Persia, and with him a very great army, he fell in the temple of Nanea, being deceived by the counsel of the priests of Nanea.
14onder voorwendsel van een huwelijk met de godin, maar in werkelijkheid, om de rijke schatten als huwelijksgift mee te nemen.
14For Antiochus, with his friends, came to the place as though he would marry her, and that he might receive great sums of money under the title of a dowry.
15De Nánapriesters haalden dus de schatten te voorschijn, en Antiochus ging met een klein gevolg de tempelafsluiting binnen. Zodra hij echter binnen was, sloten zij de tempel,
15And when the priests of Nanea had set it forth, and he with a small company had entered into the compass of the temple, they shut the temple,
16openden een geheime deur in het dak en wierpen stenen omlaag, waarmee zij den veldheer verpletterden. Zij hakten hen in stukken, en wierpen de afgesneden hoofden naar hen, die buiten stonden.
16When Antiochus was came in: and opening a secret entrance of the temple, they cast stones and slew the leader, and them that were with him, and hewed them in pieces, and cutting off their heads they threw them forth.
17Voor dit alles zij onze God geprezen, die de goddelozen in het verderf heeft gestort!
17Blessed be God in all things, who hath delivered up the wicked.
18Daar wij het plan hebben opgevat, op de vijf en twintigste Kislew de reiniging van de tempel te vieren, voelen wij ons verplicht, u dit mede te delen, opdat ook gij zowel het loofhutten- als het vuurfeest zoudt vieren, ter herinnering aan het feit, dat Nehemias de tempel en het brandofferaltaar weer opbouwde en offers opdroeg.
18Therefore whereas we purpose to keep the purification of the temple on the five and twentieth day of the month of Casleu, we thought it necessary to signify it to you: that you also may keep the day of Scenopegia, and the day of the fire, that was given when Nehemias offered sacrifice, after the temple and the altar was built.
19Want toen onze vaderen naar Perzië werden verbannen, namen de toenmalige vrome priesters in het geheim iets weg van het vuur van het brandofferaltaar, verborgen het in de diepte van een uitgedroogde put, en sloten het daar zo veilig weg, dat niemand iets van die plaats afwist.
19For when our fathers were led in Persia, the priests that then were worshippers of God took privately the fire from the altar, and hid it in a valley where there was a deep pit without water, and there they kept it safe, so that the place was unknown to all men.
20Maar toen het na verloop van veel lange jaren Gode behaagde, dat Nehemias door den koning van Perzië werd teruggezonden, ontbood deze de afstammelingen van de priesters, die het vuur hadden verborgen, en liet het hen zoeken. Zij deelden Nehemias echter mede, dat er geen vuur was te vinden, maar alleen drabbig water. Toch beval hij hun, er wat van te scheppen en het mee te brengen.
20But when many years had passed, and it pleased God that Nehemias should be sent by the king of Persia, he sent some of the posterity of those priests that had hid it, to seek for the fire: and as they told us, they found no fire, but thick water.
21En toen alles voor het offer gereed was, gaf Nehemias aan de priesters bevel, het hout, en wat daarop lag, met dit water te begieten. Dit gebeurde.
21Then he bade them draw it up, and bring it to him: and the priest Nehemias commanded the sacrifices that were laid on, to be sprinkled with the same water, both the wood, and the things that were laid upon it.
22Maar zodra na enige tijd de zon, die tot dan toe door wolken bedekt was, hel begon te schijnen, laaiden er tot aller verbazing grote vlammen uit op. Terwijl nu het offer verteerde,
22And when this was done, and the time came that the sun shone out, which before was in a cloud, there was a great fire kindled, so that all wondered.
23begonnen de priesters en alle aanwezigen te bidden. Jochanan zette in, en de overigen antwoordden tezamen met Nehemias.
23And all the priests made prayer, while the sacrifice was consuming, Jonathan beginning, and the rest answering.
24Het gebed luidde als volgt: Jahweh, Heer en God, Schepper van alles; Ontzagwekkende en Machtige, Rechtvaardige en Barmhartige; Gij alleen zijt Koning en goed!
24And the prayer of Nehemias was after this manner: O Lord God, Creator of all things, dreadful and strong, just and merciful, who alone art the goad king,
25Gij alleen geeft het leven; Gij alleen zijt rechtvaardig, almachtig en eeuwig; Gij zijt het, die Israël redt uit alle nood, Die onze vaderen uitverkoren hebt en geheiligd.
25Who alone art gracious, who alone art just, and almighty, and eternal, who deliverest Israel from all evil, who didst choose the fathers and didst sanctify them:
26Wil dit offer aanvaarden, Dat voor heel Israël, uw volk, wordt gebracht; Wil uw erfdeel beschermen, En heilig het weer.
26Receive the sacrifice for all thy people Israel, and preserve thy own portion, and sanctify it.
27Breng ons uit de verstrooiing bijeen, En verlos hen, die onder de heidenen dienen; Zie neer op die zijn versmaad en veracht; Laat de heidenen erkennen, dat Gij onze God zijt!
27Gather together our scattered people, deliver them that are slaves to the Gentiles, and look upon them that are despised and abhorred: that the Gentiles may know that thou art our God.
28Straf hen, die ons geweld aandoen, En die hoogmoedig ons honen;
28Punish them that oppress us, and that treat us injuriously with pride.
29Maar plant uw volk weer op uw heilige plaats, Zoals Moses beloofd heeft!
29Establish thy people in thy holy place, as Moses hath spoken.
30Daarna zongen de priesters de gebruikelijke lofliederen.
30And the priests sung hymns till the sacrifice was consumed.
31En nadat de offergaven geheel en al waren verbrand, liet Nehemias het overige water op grotere stenen uitgieten.
31And when the sacrifice was consumed, Nehemias commanded the water that was left to be poured out upon the great stones.
32Toen dit gebeurd was, laaide er een vlam op, die echter door het opflikkerende altaarvuur werd verteerd.
32Which being done, there was kindled a dame from them: but it was consumed by the light that shined from the altar.
33Deze gebeurtenis werd overal bekend; en toen men ook den perzischen koning bericht had, dat er op de plaats, waar de verbannen priesters het vuur hadden verborgen, water te voorschijn was gekomen, waarmee Nehemias' mannen de offers hadden gewijd,
33And when this matter became public, it was told to the king of Persia, that in the place where the priests that were led away, had hid the fire, there appeared water, with which Nehemias and they that were with him had purified the sacrifices.
34liet de koning, na een onderzoek te hebben ingesteld, de plaats met een heining omringen en tot een heiligdom verklaren.
34And the king considering, and diligently examining the matter, made a temple for it, that he might prove what had happened.
35Bovendien nam de koning veel kostbare geschenken en gaf die aan de boden mee.
35And when he had proved it, he gave the priests many goods, and divers presents, and he took and distributed them to them with his own hand.
36Nehemias' mannen noemden het water Néftar, wat reiniging betekent; bij de meesten heet het echter Néftai.
36And Nehemias called this place Nephthar, which is interpreted purification. But many call it Nephi.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.