Judit 1
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Douay-Rheims Bible, American Edition (1899)
1Eerste deel. De benauwing van betoel door Holofernes. Nabukodonosors woede op het westen en het Joodse land. Toen Arpaksad, de koning der Meden, een groot aantal volkeren aan zijn heerschappij had onderworpen, bouwde hij een zeer sterke stad, die hij Ekbátana noemde.
1Now Arphaxad king of the Medes had brought many nations under his dominions, and he built a very strong city, which he called Ecbatana,
2Uit vierkant gekapte stenen trok hij de muren op van zeventig el hoogte en dertig el breedte; hij voorzag haar van torens, die honderd el hoog
2Of stones squared and hewed: he made the walls thereof seventy cubits broad, and thirty cubits high, and the towers thereof he made a hundred cubits high. But on the square of them, each side was extended the space of twenty feet.
3en aan alle vier zijden twintig voet breed waren, en hij maakte haar poorten even hoog als de torens.
3And he made the gates thereof according to the height of the towers:
4Overtuigd van zijn macht ging hij groot op de kracht van zijn leger, en op de roem van zijn strijdwagens.
4And he gloried as a mighty one in the force of his army and in the glory of his chariots.
5Maar in het twaalfde jaar van zijn regering ondernam Nabukodonosor, de koning der Assyriërs, die in de grote stad Ninive regeerde, een veldtocht tegen Arpaksad en nam hem gevangen
5Now in the twelfth year of his reign, Nabuchodonosor king of the Assyrians, who reigned in Ninive the great city, fought against Arphaxad and overcame him,
6in de grote vlakte, die Ragaoe heet. Hij werd daarbij geholpen door de bevolking aan de Eufraat, de Tiger en de Jádason, onder aanvoering van Arjok, den koning der Elamieten
6In the great plain which is called Ragua, about the Euphrates, and the Tigris, and the Jadason, in the plain of Erioch the king of the Elicians.
7Maar toen zijn rijk daardoor in aanzien gestegen was, werd Nabukodonosor hoogmoedig. En hij zond een oproep, om zich bij hem aan te sluiten, aan alle bewoners van Cilicië, Damascus en de Libanon,
7Then was the kingdom of Nabuchodonosor exalted, and his heart was elevated: and he sent to all that dwelt in Cilicia and Damascus, and Libanus,
8aan de volksstammen op de Karmel en in Gilad, aan de bewoners van Galilea in de grote vlakte van Jizreël,
8And to the nations that are in Carmelus, and Cedar, and to the inhabitants of Galilee in the great plain of Asdrelon,
9aan allen die in Samaria woonden en over de Jordaan tot aan Jerusalem toe, en aan de gehele landstreek Gésjem tot aan de grens van Ethiopië.
9And to all that were in Samaria, and beyond the river Jordan even to Jerusalem, and all the land of Jesse till you come to the borders of Ethiopia.
10Naar al deze volkeren zond Nabukodonosor, de koning der Assyriërs, zijn afgezanten;
10To all these Nabuchodonosor king of the Assyrians, sent messengers:
11maar allen weigerden eenstemmig, zonden hen onverrichterzake terug en wezen hen oneerbiedig af.
11But they all with one mind refused, and sent them back empty, and rejected them without honour.
12Toen ontstak koning Nabukodonosor in felle woede tegen al die landen, en zwoer bij zijn troon en zijn rijk, dat hij zich op al die gebieden zou wreken.
12Then king Nabuchodonosor being angry against all that land, swore by his throne and kingdom that he would revenge himself of all those countries.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.