Filippenzen
Chapter 1

Filippenzen

Petrus Canisius Bible, 1…
vs Londona Biblio (Es…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Londona Biblio (Esperanto, 1910)
1Paulus en Timóteus, dienaars van Christus Jesus: aan al de heiligen in Christus Jesus, die te Filippi zijn, met hun bisschoppen en diakens:
1Paŭlo kaj Timoteo, servistoj de Jesuo Kristo, al ĉiuj sanktuloj en Kristo Jesuo, kiuj estas en Filipi, kun la episkopoj kaj diakonoj:
2Genade en vrede zij u van God onzen Vader en van den Heer Jesus Christus.
2Graco al vi kaj paco estu de Dio, nia Patro, kaj de la Sinjoro Jesuo Kristo.
3Ik breng dank aan mijn God, -zo dikwijls ik aan u denk,
3Mi dankas mian Dion ĉe ĉiu rememoro pri vi,
4en bij al mijn gebeden met blijdschap voor u allen bid,
4ĉiam en ĉiu mia preĝo por vi ĉiuj farante la peton kun ĝojo,
5voor uw gehechtheid aan het Evangelie van de eerste dag af tot heden toe.
5pro via partopreno en la evangelio de post la unua tago ĝis nun;
6Want ik heb het vaste vertrouwen, dat Hij, die in u het goede werk is begonnen, het ook zal voltooien tot op de Dag van Christus Jesus.
6pri tio mem fidante, ke Tiu, kiu komencis bonan faron ĉe vi, ĝin perfektigados ĝis la tago de Jesuo Kristo;
7Want het is niet meer dan billijk, dat ik zó over u allen denk, daar ik u ronddraag in mijn hart, en daar gij allen deelgenoot aan mijn genade zijt, zowel in mijn boeien als in de verdediging en bevestiging van het Evangelie.
7kaj ja decas, ke mi tion sentu pri vi ĉiuj, ĉar vi havas min en via koro, kaj vi ĉiuj estas kun mi partoprenantoj en la graco, kiel en miaj katenoj, tiel ankaŭ en la defendo kaj fortigado de la evangelio.
8God is mijn getuige, hoe ik met de hartelijke liefde van Christus Jesus naar u allen verlang.
8Ĉar Dio estas mia atestanto, kiel fervore mi sopiras al vi ĉiuj laŭ la koramo de Kristo Jesuo.
9En ik bid, dat uw liefde steeds meer moge winnen aan kennis en zedelijk inzicht,
9Kaj mi preĝas, ke via amo abundu ankoraŭ plie kaj plie, en scio kaj ĉia saĝo,
10om scherp het goed van het kwaad te onderscheiden; en dat gij op de Dag van Christus rein en onberispelijk moogt zijn,
10por ke vi aprobu la plej bonajn aferojn kaj estu sinceraj kaj senofendaj ĝis la tago de Kristo,
11beladen met de vrucht der gerechtigheid, die door Jesus Christus is verworven, tot eer en glorie van God.
11plenigite de la fruktoj de justeco, kiuj estas per Jesuo Kristo, al la gloro kaj laŭdo de Dio.
12Broeders, ik wil u doen weten, dat mijn lotgevallen veel hebben bijgedragen tot de vooruitgang van het Evangelie.
12Sed, fratoj, mi volas certigi vin, ke miaj aferoj plie efektiviĝis por la progresado de la evangelio,
13Heel de keizerlijke lijfwacht en alle anderen zijn er door te weten gekomen, dat ik mijn boeien draag om Christus’ wil;
13tiel, ke miaj katenoj estas evidentigitaj en Kristo tra la tuta Pretorio kaj ĉie aliloke;
14en de meeste broeders zijn door mijn boeien met vertrouwen vervuld op den Heer, en verkondigen het woord Gods met groter durf en zonder vrees.
14kaj la plimulto el la fratoj en la Sinjoro, pro miaj katenoj fariĝinte sentimaj, supermezure kuraĝas persiste elparoladi la vorton de Dio.
15Zeker, sommigen preken Christus uit nijd en strijd, maar anderen toch ook met een zuivere mening.
15Unuj ja proklamas Kriston eĉ envie kaj malpace, sed aliaj bonvole;
16Dezen preken Christus uit liefde, omdat ze weten, dat ik voor de verdediging van het Evangelie gevangen zit;
16ĉi tiuj kun amo, sciante, ke mi estas metita, por defendi la evangelion;
17anderen echter uit partijzucht, en met de verkeerde bedoeling, om daardoor mijn boeien nog te verzwaren.
17sed tiuj kun partieco predikas Kriston, ne sincere, supozante, ke ili aldonos doloron al miaj katenoj.
18Maar wat doet het er toe? Hoe dan ook, met of zonder bijbedoeling, wanneer Christus maar wordt gepreekt! Daarover verheug ik mij, en zal ik me ook blijven verheugen.
18Kio do? nur tio, ke ĉiamaniere, ĉu pretekste aŭ vere, oni predikas Kriston: kaj pro tio mi ĝojas kaj ankoraŭ plu ĝojos.
19Want ik weet, dat dit mij tot heil strekken zal, dank zij uw gebed en de bijstand van den Geest van Jesus Christus.
19Ĉar mi scias, ke ĉi tio efikos al mia savo, per viaj preĝoj kaj la provizado de la Spirito de Jesuo Kristo,
20Hiernaar smacht ik en hoop ik, dat ik in geen enkel opzicht zal worden beschaamd, maar dat ik nu zoals immer met alle vrijmoedigheid Christus verheerlijken zal in mijn lichaam, hetzij door leven of dood.
20laŭ mia fervora atendado kaj espero, ke mi pri nenio hontiĝos, sed ke per ĉia liberparolo, kiel ĉiam, tiel ankaŭ nun, Kristo estos glorata en mia korpo, ĉu per vivo aŭ per morto.
21Want leven is voor mij: “Christus,” en sterven dus een gewin;
21Ĉar ĉe mi la vivado estas Kristo, kaj morti estas gajno.
22maar wanneer ik in het vlees blijf leven, dan betekent dit voor mij: vruchtbare arbeid. Ik weet dus niet, wat ik kiezen moet;
22Sed se mi vivados korpe, tio signifas pluan frukton de laboro; kaj mi ne scias, kion elekti.
23ik word naar twee kanten getrokken. Ik smacht er naar, ontbonden te worden en met Christus te zijn; want dit is verreweg het beste.
23Ĉar ambaŭflanke mi estas embarasata, havante deziron foriri kaj esti kun Kristo, kio estas multe pli bona;
24Maar meer noodzakelijk is het om wille van u, dat ik blijf leven in het vlees.
24tamen mia restado en la karno estas pli bezona por vi.
25En omdat ik hiervan overtuigd ben, weet ik ook, dat ik zal blijven leven, en bij u allen zal blijven voor uw vooruitgang in het geloof, en uw vreugde daarin.
25Kaj tiel fidante, mi scias, ke mi restos kaj apudrestados kun vi ĉiuj, por via progreso kaj ĝojo de fido;
26Zo zult gij bij mijn terugkeer nog meer over mij kunnen roemen in Christus Jesus.
26por ke mi pli abunde en Kristo Jesuo gratulu min pri vi, per mia denova ĉeestado kun vi.
27Enkel dit! Leidt een leven, dat het Evangelie van Christus waardig is. Zó, dat ik bij mijn komst het kan zien, of bij mijn afwezigheid horen, dat gij vast blijft staan in één geest, dat gij eensgezind strijdt voor het geloof in het Evangelie,
27Sed via vivmaniero nur estu inda je la evangelio de Kristo, por ke, ĉu mi alvenos kaj vin vidos, aŭ forestos, mi aŭdu pri viaj aferoj, ke vi fortike staras unuspirite, kunbatalantaj unuanime por la fido de la evangelio,
28en dat gij u helemaal niet bang laat maken door de tegenstanders. Voor hen is dit een teken van ondergang, maar voor u een teken van zaligheid; en wel een teken van God.
28kaj neniel timigitaj de la kontraŭuloj: kio estas al ili certa signo de pereo, sed al vi certa signo (nepre de Dio) pri via saviĝo;
29Want dan valt u de genade ten deel, in Christus te geloven niet alleen, maar ook voor Hem te lijden,
29ĉar estas al vi permesite pro Kristo, ne sole kredi al li, sed ankaŭ suferi pro li;
30en dezelfde strijd te doorstaan, die gij vroeger van mij hebt gezien, en thans van mij hoort.
30havantaj la saman bataladon, kiun vi vidis ĉe mi, kaj pri kiu vi nun aŭdas, ke ĉe mi ĝi ankoraŭ ekzistas.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.