Galaten 1
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Daničić–Karadžić Bible (1868), Cyrillic
1Paulus, apostel, —niet op gezag van mensen noch door bemiddeling van een mens, maar door Jesus Christus en door God den Vader, die Hem uit de doden heeft opgewekt,
1Павле апостол, ни од људи, ни кроз човека, него кроз Исуса Христа и Бога Оца, који Га васкрсе из мртвих,
2met al de broeders die bij me zijn: aan de kerken van Galátië.
2и сва браћа која су са мном, црквама галатским:
3Genade en vrede zij u van God onzen Vader, en van den Heer Jesus Christus,
3Благодат вам и мир од Бога Оца и Господа нашег Исуса Христа,
4die Zich voor onze zonden, —om ons te ontrukken aan deze boze wereld, —heeft overgeleverd volgens de wil van onzen God en Vader;
4који даде себе за грехе наше да избави нас од садашњег света злог, по вољи Бога и Оца нашег,
5aan wien de glorie in de eeuwen der eeuwen. Amen!
5коме слава ва век века. Амин.
6Ik sta er verbaasd over, dat gij zo spoedig af. valt van Hem, die u geroepen heeft door de genade van Christus, en naar een ander evangelie overgaat.
6Чудим се да се тако одмах одвраћате на друго јеванђеље од Оног који вас позва благодаћу Христовом,
7Eigenlijk is het geen ander; maar alleen zijn er enkelen opgestaan, die onrust onder u stoken, en het Evangelie van Christus willen vervalsen.
7које није друго, само што неки сметају вас, и хоће да изврну јеванђеље Христово.
8Waarachtig, wanneer wijzelf, of zelfs een engel uit de hemel, u een ander evangelie zouden verkondigen, dat wat wij u verkondigd hebben, hij zij vervloekt!
8Али ако и ми, или анђео с неба јави вам јеванђеље другачије него што вам јависмо, проклет да буде!
9Zoals we het vroeger hebben gezegd, zo herhaal ik het ook thans: Wanneer iemand u een ander evangelie verkondigt dan gij ontvangen hebt, hij zij vervloekt!
9Као што пре рекосмо и сад опет велим: ако вам ко јави јеванђеље другачије него што примисте, проклет да буде!
10Heet dit nu soms mensen gunstig stemmen, of God; zoek ik soms nu nog aan mensen te behagen? Zo ik nu nog aan mensen tracht te behagen, dan zou ik geen dienaar van Christus zijn.
10Зар ја сад људе наговарам или Бога? Или тражим људима да угађам? Јер кад бих ја још људима угађао, онда не бих био слуга Христов.
11Ik verzeker u toch, broeders, dat het Evangelie, door mij verkondigd, niet van menselijke oorsprong is;
11Али вам дајем на знање, браћо, да оно јеванђеље које сам ја јавио, није по човеку.
12want ik heb het niet van een mens ontvangen of aangeleerd, maar door een openbaring van Jesus Christus.
12Јер га ја не примих од човека, нити научих, него откривењем Исуса Христа.
13Gij hebt immers gehoord van mijn vroeger leven in het Jodendom: hoe ik Gods Kerk heftig vervolgde en haar trachtte te verdelgen;
13Јер сте чули моје живљење некад у Јеврејству, да сам одвише гонио цркву Божију и раскопавао је.
14hoe ik ook boven velen van mijn volk en van mijn leeftijd uitblonk in het Jodendom, en hen in ijver voor de overlevering mijner vaders verre overtrof.
14И напредовах у Јеврејству већма од многих врсника својих у роду свом, и одвише ревновах за отачке своје обичаје.
15En toen het Hem had behaagd, die mij van de moederschoot af door zijn genade had uitverkoren en geroepen, toen het Hem had behaagd, zijn Zoon aan mij te openbaren,
15А кад би угодно Богу, који ме изабра од утробе матере моје и призва благодаћу својом.
16opdat ik Hem onder de heidenen zou verkondigen, —toen ben ik van de aanvang af niet bij vlees en bloed te rade gegaan,
16Да јави Сина свог у мени, да Га јеванђељем објавим међу људима незнабошцима; одмах не питах тело и крв,
17of naar Jerusalem vertrokken naar hen, die vóór mij apostelen waren; maar toen ben ik naar Arabië gegaan en naar Damascus teruggekeerd.
17нити изиђох у Јерусалим к старијим апостолима од себе него отидох у арапску, и опет се вратих у Дамаск.
18Eerst drie jaar later ben ik naar Jerusalem vertrokken, om Kefas te bezoeken, en ben ik veertien dagen bij hem gebleven;
18А после тога на три године изиђох у Јерусалим да видим Петра, и остадох у њега петнаест дана.
19maar van de andere apostelen heb ik niemand gezien dan Jakobus, den broeder des Heren.
19Али другог од апостола не видех, осим Јакова брата Господњег.
20Voor het aanschijn Gods: zie ik lieg niet bij wat ik u schrijf.
20А шта вам пишем ево Бог види да не лажем.
21Daarna ben ik naar de gewesten van Syrië en Cilicië vertrokken.
21А потом дођох у земље сирске и киликијске.
22Ik was dus persoonlijk onbekend aan de kerken van Judea, die in Christus zijn.
22А бејах лицем непознат Христовим црквама јудејским;
23Ze hadden alleen horen zeggen: Hij die ons eertijds vervolgde, hij preekt thans het geloof, dat hij vroeger verwoestte;
23него само беху чули да онај који нас некад гони сад проповеда веру коју некад раскопаваше.
24en ze verheerlijkten God om mij.
24И слављаху Бога за мене.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.