Job
Chapter 1
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Daničić–Karadžić B…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Daničić–Karadžić Bible (1868), Cyrillic
1Er was eens een man in het land van Oes, Job geheten. Deze man was onberispelijk en rechtschapen; hij vreesde God en schuwde het kwaad.
1Беше човек у земљи Узу по имену Јов; и тај човек беше добар и праведан, и бојаше се Бога, и уклањаше се ода зла.
2Hij had zeven zonen en drie dochters gekregen;
2И роди му се седам синова и три кћери.
3bovendien bezat hij een kudde van zevenduizend schapen, drieduizend kamelen, vijfhonderd span ossen, vijfhonderd ezelinnen en een groot aantal slaven, zodat hij wel de aanzienlijkste man was van alle bewoners van het oosten.
3И имаше стоке седам хиљада оваца и три хиљада камила и пет стотина јармова волова и пет стотина магарица, и чељади веома много; и беше тај човек највећи од свих људи на истоку.
4Zijn zonen waren gewoon, om elk op zijn beurt en in zijn eigen huis een feestmaal te houden, waarop zij ook hun drie zusters uitnodigden, om met hen te eten en te drinken.
4И синови његови састајаху се и даваху гозбе код куће, сваки свог дана, и слаху те позиваху три сестре своје да једу и пију с њима.
5Maar zodra dan de dagen van het feestmaal voorbij waren, liet Job ze bij zich ontbieden, om hen te heiligen, en droeg dan in de vroege morgen voor ieder van hen een brandoffer op. Want Job dacht: Misschien hebben mijn kinderen gezondigd en God vervloekt in hun hart. Zo deed Job geregeld.
5И кад би се обредили гозбом, пошиљаше Јов и освећиваше их, и устајући рано приношаше жртве паљенице према броју свих њих; јер говораше Јов: Може бити да су се огрешили синови моји и похулили на Бога у срцу свом. Тако чињаше Јов сваки пут.
6Het gebeurde nu op zekere dag, dat de zonen Gods voor Jahweh verschenen, en dat ook de satan zich in hun midden bevond.
6А један дан дођоше синови Божји да стану пред Господом, а међу њих дође и Сотона.
7En Jahweh sprak tot satan: Waar komt ge vandaan? Satan gaf Jahweh ten antwoord: Van een zwerfen speurtocht over de aarde.
7И Господ рече Сотони: Од куда идеш? А Сотона одговори Господу и рече: Проходих земљу и обилазих.
8Jahweh vroeg Satan: Hebt ge daarbij gelet op mijn dienaar Job, en hoe er op aarde zijns gelijke niet is: geen zo onberispelijk en rechtschapen, geen die God vreest en het kwaad schuwt, als hij?
8И рече Господ Сотони: Јеси ли видео слугу мог Јова? Нема онаквог човека на земљи, доброг и праведног, који се боји Бога и уклања се ода зла.
9Maar satan gaf Jahweh ten antwoord: Is Job soms godvrezend om niet?
9А Сотона одговори Господу и рече: Еда ли се узалуд Јов боји Бога?
10Hebt Gij hem, zijn gezin en al wat hij heeft, niet van alle kant met een haag omringd; hebt Gij het werk zijner handen niet gezegend, en overstroomt niet zijn kudde het land?
10Ниси ли га Ти оградио и кућу његову и све што има свуда унаоколо? Дело руку његових благословио си, и стока се његова умножила на земљи.
11Maar strek uw hand eens tegen hem uit, en tast hem eens aan in wat hij bezit: dan vloekt hij U in het aangezicht!
11Али пружи руку своју и дотакни се свега што има, псоваће те у очи.
12Daarop sprak Jahweh tot satan: Ge moogt doen wat ge wilt met heel zijn bezit; maar hemzelf raakt ge met de hand niet aan! Zo ging satan van Jahweh heen.
12А Господ рече Сотони: Ево, све што има нека је у твојој руци; само на њега не дижи руке своје. И отиде Сотона од Господа.
13Toen nu enige tijd later de zonen en dochters van Job in het huis van hun oudsten broer zaten te eten en wijn te drinken,
13А један дан кад синови његови и кћери његове јеђаху и пијаху вино у кући брата свог најстаријег,
14kwam hem een bode berichten: De Sjabeërs hebben een inval gedaan, terwijl uw ossen aan het ploegen waren, en de ezelinnen vlak bij hen graasden;
14дође гласник Јову и рече: Волови ораху и магарице пасаху покрај њих,
15zij hebben ze weggeroofd en uw knechten over de kling gejaagd; ik alleen ben ontsnapt, en kom het u melden!
15а Савеји ударише и отеше их, и побише момке оштрим мачем; и само ја један утекох да ти јавим.
16Nog was hij niet uitgesproken, of een tweede kwam binnen en riep: De bliksem is uit de hemel geslagen, en heeft uw kudde met de herders verbrand en verteerd; ik alleen ben ontsnapt, en kom het u melden!
16Док овај још говораше, дође други и рече: Огањ Божји спаде с неба и спали овце и момке, и прождре их; и само ја један утекох да ти јавим.
17Nog was deze niet uitgesproken, of een derde kwam binnen en riep: De Chaldeën, in drie benden gesplitst, hebben zich op uw kamelen geworpen, ze weggeroofd, en uw knechten over de kling gejaagd; ik alleen ben ontsnapt, en kom het u melden!
17Докле овај још говораше, дође други и рече: Халдејци у три чете ударише на камиле и отеше их, и побише момке оштрим мачем; и само ја један утекох да ти јавим.
18En nog was hij niet uitgesproken, of weer een ander kwam binnen en riep: Terwijl uw zonen en dochters zaten te eten en wijn te drinken in het huis van hun oudsten broer,
18Докле овај још говораше, дође други и рече: Синови твоји и кћери твоје јеђаху и пијаху вино у кући брата свог најстаријег;
19stak er eensklaps een geweldige storm op uit de richting van de woestijn, die het huis aan al de vier hoeken deed schudden; het stortte boven de kinderen in, en zij stierven; ik alleen ben ontsnapt, en kom het u melden!
19а то ветар велик дође испреко пустиње и удари у четири угла од куће, те паде на децу и погибоше; и само ја један утекох да ти јавим.
20Toen stond Job op en scheurde zijn kleed; hij schoor zijn hoofd en wierp zich plat ter aarde neer.
20Тада уста Јов и раздре плашт свој, и остриже главу, и паде на земљу и поклони се,
21Maar hij sprak: Naakt kwam ik uit de schoot van mijn moeder; Naakt keer ik er terug! Het was Jahweh, die gaf; het was Jahweh, die nam: De Naam van Jahweh zij gezegend!
21и рече: Го сам изашао из утробе матере своје, го ћу се и вратити онамо. Господ даде, Господ узе, да је благословено име Господње.
22Dus ondanks dit alles heeft Job niet gezondigd, en geen onvertogen woord tot God gericht.
22Уза све то не сагреши Јов, нити рече безумља за Бога.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.