Jacobus
Chapter 1

Jacobus

Petrus Canisius Bible, 1…
vs Daničić–Karadžić B…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Daničić–Karadžić Bible (1868), Cyrillic
1Jakobus, dienaar van God en van den Heer Jesus Christus, aan de twaalf stammen in de verstrooiing: heil!
1Од Јакова, Бога и Господа Исуса Христа слуге, свима дванаест колена расејаним по свету поздравље.
2Mijn broeders, acht het een zeer grote vreugde, wanneer gij in allerhande bekoringen valt.
2Сваку радост имајте, браћо моја, кад падате у различне напасти,
3Want gij weet, dat de beproeving van uw geloof de oorzaak is van geduld;
3знајући да кушање ваше вере гради трпљење;
4welnu, het geduld behoeft slechts volkomen te worden, dan zijt gij volmaakt en ongerept, en schiet gij in niets te kort.
4а трпљење нека дело довршује, да будете савршени и цели без икакве мане.
5Komt iemand van u dan wijsheid te kort, hij vrage ze aan God, die ze aan allen verleent, eenvoudigweg en zonder verwijt; dan zal ze hem geschonken worden.
5Ако ли коме од вас недостаје премудрости, нека иште у Бога који даје свакоме без разлике и не кори никога, и даће му се;
6Maar hij moet vragen met geloof en zonder te weifelen; want wie weifelt, gelijkt op een golf van de zee, die door de wind wordt bewogen, en heen en weer wordt geslingerd.
6али нека иште с вером, не сумњајући ништа; јер који се сумња он је као морски валови, које ветрови подижу и размећу.
7Zo iemand toch verbeelde zich niet, dat hij iets van den Heer zal ontvangen;
7Јер такав човек нека не мисли да ће примити шта од Бога.
8dubbelhartig man als hij is, ongestadig in heel zijn gedrag.
8Који двоуми непостојан је у свима путевима својим.
9Laat de broeder van nederige staat zich op zijn verheffing beroemen.
9А понижени брат нека се хвали висином својом;
10Maar de rijke op zijn geringheid; want hij zal verdwijnen als een bloem in het gras.
10а богати својом понизношћу; јер ће проћи као цвет травни.
11Want de zon gaat op met haar gloed en doet het gras verdorren; dan valt ook zijn bloem, en haar schoonheid vliedt heen. Zo zal ook de rijke verkwijnen op zijn levenspad.
11Јер сунце огреја с врућином, и осуши траву, и цвет њен отпаде, и красота лица њена погибе; тако ће и богати у хођењу свом увенути.
12Zalig de man, die staande blijft bij de bekoring; want wanneer hij de proef heeft doorstaan, zal hij de kroon des levens ontvangen, die God beloofd heeft aan hen, die Hem liefhebben.
12Благо човеку који претрпи напаст; јер кад буде кушан примиће венац живота, који Бог обрече онима који га љубе.
13Niemand mag zeggen, als hij bekoord wordt: ik word door God bekoord. Want evenmin als God zelf door het kwaad wordt bekoord, brengt Hij wien ook in bekoring.
13Ниједан кад се куша да не говори: Бог ме куша; јер се Бог не може злом искушати, и Он не куша никога;
14Neen, iedere mens wordt door zijn eigen begeerlijkheid bekoord, verleid en verlokt;
14него сваког куша његова сласт, која га вуче и мами.
15wanneer dan de begeerlijkheid is bevrucht, baart ze de zonde, en als de zonde volgroeid is, brengt ze de dood.
15Тада затрудневши сласт рађа грех; а грех учињен рађа смрт.
16Bedriegt u niet, mijn geliefde broeders.
16Не варајте се, љубазна браћо моја!
17Niet dan goede gift en volmaakte gave komt van boven, en daalt neer van den Vader der lichten, bij wien geen verandering bestaat of schaduw van wisselvalligheid.
17Сваки добри дар и сваки поклон савршени одозго је, долази од Оца светлости, у ког нема промењивања ни мењања видела и мрака;
18Uit vrije wil heeft Hij ons door de prediking der waarheid verwekt, opdat we de eersteling zijner schepselen zouden zijn.
18јер нас драговољно породи речју истине, да будемо новина од Његовог створења.
19Verstaat dit goed, mijn geliefde broeders! Een ieder zij vlug in het horen, maar traag in het spreken, traag in de toorn;
19Зато, љубазна браћо моја, нека буде сваки човек брз чути а спор говорити и спор срдити се.
20want ‘s mensen toorn bewerkt geen gerechtigheid Gods.
20Јер срдња човечија не чини правде Божије.
21Legt daarom alle onreinheid af en uitwas van boosheid, maar neemt met zachtmoedigheid het woord in u op, dat op u is geënt, en dat uw zielen kan redden.
21Зато одбаците сваку нечистоту и сувишак злобе, и с кротошћу примите усађену реч која може спасти душе ваше.
22Weest werkers van het woord, en niet hoorders alleen; anders bedriegt gij uzelf.
22Будите, пак, творци речи, а не само слушачи, варајући сами себе.
23Immers, wanneer iemand het woord aanhoort, maar er zich niet naar gedraagt, dan gelijkt hij op een man, die zijn gelaat, door de natuur hem geschonken, in een spiegel beziet;
23Јер ако ко слуша реч а не твори, он је као човек који гледа лице тела свог у огледалу;
24want als hij toegekeken heeft en heen is gegaan, is hij aanstonds vergeten, hoe hij er uitzag.
24јер се огледа па отиде, и одмах заборави какав беше.
25Maar hij, die met volle aandacht de volmaakte wet der vrijheid beschouwt, en zich er ook naar gedraagt, —geen vergeetachtig hoorder, maar een man van de daad, —hij zal zalig worden door zijn werken.
25Али који провиди у савршени закон слободе и остане у њему, и не буде заборавни слушач, него творац дела, онај ће бити блажен у делу свом.
26Zo iemand vroom meent te zijn, maar zijn tong niet beteugelt, dan bedriegt hij zichzelf, en zijn vroomheid is ijdel.
26Ако који од вас мисли да верује, и не зауздава језик свој, него вара срце своје, његова је вера узалуд.
27Reine en vlekkeloze vroomheid in de ogen van God en den Vader is deze: zorg te dragen voor wezen en weduwen in hun rampspoed, en zich onbesmet van de wereld te houden.
27Јер вера чиста и без мане пред Богом и Оцем јесте ова: обилазити сироте и удовице у њиховим невољама, и држати себе неопогањеног од света.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.