Galaten 5
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Daničić–Karadžić Bible (1868), Cyrillic
1Christus heeft ons vrij gemaakt, om in de vrijheid te blijven; staat dus vast, en kromt u niet opnieuw onder het slavenjuk.
1Стојте дакле у слободи којом нас Христос ослободи, и не дајте се опет у јарам ропства ухватити.
2Zie, ik Paulus zeg het u: Als gij u besnijden laat, zal Christus u niets baten.
2Ево ја Павле кажем вам да ако се обрежете Христос вам ништа неће помоћи.
3En nog eens verklaar ik aan iedereen, die zich besnijden laat, dat hij dan verplicht is de hele Wet te onderhouden;
3А опет сведочим сваком човеку који се обрезује да је дужан сав закон творити.
4en aan ieder van u, die gerechtvaardigd wil worden door de Wet, dat gij u losmaakt van Christus, en vervallen zijt van de genade.
4Изгубисте Христа, ви који хоћете законом да се оправдате, и отпадосте од благодати.
5Door den Geest immers verwachten we de gehoopte gerechtigheid uit kracht van het geloof;
5Јер ми духом чекамо од вере наду правде.
6want in Christus Jesus is besnijdenis noch onbesnedenheid van waarde, maar wel het geloof, dat werkt door de liefde.
6Јер у Христу Исусу нити шта помаже обрезање ни необрезање, него вера, која кроз љубав ради.
7Gij waart zo goed aan het lopen; wie heeft u gestuit in het volgen der waarheid?
7Добро трчасте; ко вам забрани да се не покоравате истини?
8Dat was zeker geen ingeving van Hem, die u roept;
8То одвраћање није од Оног који вас позва.
9een weinig zuurdeeg verzuurt al het deeg!
9Мало квасца укисели све тесто.
10Ik vertrouw op u in den Heer, dat gij er niet anders over zult denken; maar wie verwarring onder u zaait, zal zijn straf ondergaan; wie het ook is.
10Ја се за вас надам у Господу да ништа друго нећете мислити. А који вас смета понеће грех, макар ко био.
11Broeders, wanneer ikzelf nog steeds de besnijdenis zou preken, waarom blijft men mij dan nog vervolgen; dan was toch de ergernis van het kruis wel verdwenen.
11А ја, браћо, ако још обрезање проповедам, зашто ме гоне? Тако се укиде саблазан крстова.
12Laten zij, die u opstoken, zich maar verder verminken!
12О да би одсечени били они који вас кваре!
13Zeker broeders, gij zijt tot vrijheid geroepen; maar tot geen vrijheid, die een voorwendsel is voor het vlees. Integendeel, dient elkander uit liefde;
13Јер сте ви, браћо, на слободу позвани: само да ваша слобода не буде на жељу телесну, него из љубави служите један другом.
14want de ganse Wet wordt vervuld in één enkel gebod: “Ge zult uw naaste liefhebben als uzelf.”
14Јер се сав закон извршује у једној речи, то јест: Љуби ближњег свог као себе.
15Maar zo gij elkander bijt en verslindt, ziet dan toe, dat gij niet door elkaar wordt verteerd.
15Али ако се међу собом кољете и једете, гледајте да један другог не истребите.
16Ook zeg ik u: leeft naar de geest, dan zult gij niet de begeerten inwilligen van het vlees.
16Велим пак: по духу ходите, и жеља телесних не извршујте.
17Want het vlees begeert tegen de geest, en de geest tegen het vlees; ze staan vijandig tegenover elkaar, zodat gij niet doet, wat gij zoudt willen.
17Јер тело жели против духа, а дух против тела; а ово се противи једно другом, да не чините оно шта хоћете.
18Indien gij u door de geest laat leiden, dan valt gij niet onder de Wet.
18Ако ли вас дух води, нисте под законом.
19Welnu, de werken van het vlees zijn bekend: ontucht, onreinheid en losbandigheid;
19А позната су дела телесна, која су прељубочинство, курварство, нечистота, бесрамност,
20afgoderij en toverij; vijandschap, twist, afgunst, gramschap, partijzucht, verdeeldheid, scheuring,
20идолопоклонство, чарања, непријатељства, свађе, пакости, срдње, пркоси, распре, саблазни, јереси,
21en nijd; dronkenschap, brasserij en dergelijke; en ik waarschuw u, zoals ik het ook vroeger deed: wie zo iets doet, zal het koninkrijk Gods niet beërven.
21зависти, убиства, пијанства, ждерања, и остала оваква за која вам напред казујем као што и казах напред, да они који тако чине неће наследити царство Божије.
22Maar de vrucht van de geest is: liefde, blijdschap en vrede; lankmoedigheid, welwillendheid en goedhartigheid; betrouwbaarheid,
22А род је духовни љубав, радост, мир, трпљење, доброта, милост, вера,
23zachtmoedigheid en gematigdheid. En tegen dit alles is de Wet niet gericht.
23кротост, уздржање; на то нема закона.
24Welnu, zij die Christus toebehoren, hebben het vlees gekruisigd met zijn driften en begeerten.
24А који су Христови, распеше тело са сластима и жељама.
25Zo we leven door de geest, laat ons dan ook handelen naar de geest;
25Ако у духу живимо по духу и да ходимо,
26niet begerig naar ijdele glorie, elkander niet tartend, elkaar niet benijdend.
26да не тражимо лажне славе раздражујући један другог, и завидећи један другом.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.