Galaten
Chapter 5

Galaten

Petrus Canisius Bible, 1…
vs King James Version…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
King James Version with Apocrypha
1Christus heeft ons vrij gemaakt, om in de vrijheid te blijven; staat dus vast, en kromt u niet opnieuw onder het slavenjuk.
1Stand fast therefore in the liberty wherewith Christ hath made us free, and be not entangled again with the yoke of bondage.
2Zie, ik Paulus zeg het u: Als gij u besnijden laat, zal Christus u niets baten.
2Behold, I Paul say unto you, that if ye be circumcised, Christ shall profit you nothing.
3En nog eens verklaar ik aan iedereen, die zich besnijden laat, dat hij dan verplicht is de hele Wet te onderhouden;
3For I testify again to every man that is circumcised, that he is a debtor to do the whole law.
4en aan ieder van u, die gerechtvaardigd wil worden door de Wet, dat gij u losmaakt van Christus, en vervallen zijt van de genade.
4Christ is become of no effect unto you, whosoever of you are justified by the law; ye are fallen from grace.
5Door den Geest immers verwachten we de gehoopte gerechtigheid uit kracht van het geloof;
5For we through the Spirit wait for the hope of righteousness by faith.
6want in Christus Jesus is besnijdenis noch onbesnedenheid van waarde, maar wel het geloof, dat werkt door de liefde.
6For in Jesus Christ neither circumcision availeth any thing, nor uncircumcision; but faith which worketh by love.
7Gij waart zo goed aan het lopen; wie heeft u gestuit in het volgen der waarheid?
7Ye did run well; who did hinder you that ye should not obey the truth?
8Dat was zeker geen ingeving van Hem, die u roept;
8This persuasion cometh not of him that calleth you.
9een weinig zuurdeeg verzuurt al het deeg!
9A little leaven leaveneth the whole lump.
10Ik vertrouw op u in den Heer, dat gij er niet anders over zult denken; maar wie verwarring onder u zaait, zal zijn straf ondergaan; wie het ook is.
10I have confidence in you through the Lord, that ye will be none otherwise minded: but he that troubleth you shall bear his judgment, whosoever he be.
11Broeders, wanneer ikzelf nog steeds de besnijdenis zou preken, waarom blijft men mij dan nog vervolgen; dan was toch de ergernis van het kruis wel verdwenen.
11And I, brethren, if I yet preach circumcision, why do I yet suffer persecution? then is the offence of the cross ceased.
12Laten zij, die u opstoken, zich maar verder verminken!
12I would they were even cut off which trouble you.
13Zeker broeders, gij zijt tot vrijheid geroepen; maar tot geen vrijheid, die een voorwendsel is voor het vlees. Integendeel, dient elkander uit liefde;
13For, brethren, ye have been called unto liberty; only use not liberty for an occasion to the flesh, but by love serve one another.
14want de ganse Wet wordt vervuld in één enkel gebod: “Ge zult uw naaste liefhebben als uzelf.”
14For all the law is fulfilled in one word, even in this; Thou shalt love thy neighbour as thyself.
15Maar zo gij elkander bijt en verslindt, ziet dan toe, dat gij niet door elkaar wordt verteerd.
15But if ye bite and devour one another, take heed that ye be not consumed one of another.
16Ook zeg ik u: leeft naar de geest, dan zult gij niet de begeerten inwilligen van het vlees.
16This I say then, Walk in the Spirit, and ye shall not fulfil the lust of the flesh.
17Want het vlees begeert tegen de geest, en de geest tegen het vlees; ze staan vijandig tegenover elkaar, zodat gij niet doet, wat gij zoudt willen.
17For the flesh lusteth against the Spirit, and the Spirit against the flesh: and these are contrary the one to the other: so that ye cannot do the things that ye would.
18Indien gij u door de geest laat leiden, dan valt gij niet onder de Wet.
18But if ye be led of the Spirit, ye are not under the law.
19Welnu, de werken van het vlees zijn bekend: ontucht, onreinheid en losbandigheid;
19Now the works of the flesh are manifest, which are these ; Adultery, fornication, uncleanness, lasciviousness,
20afgoderij en toverij; vijandschap, twist, afgunst, gramschap, partijzucht, verdeeldheid, scheuring,
20Idolatry, witchcraft, hatred, variance, emulations, wrath, strife, seditions, heresies,
21en nijd; dronkenschap, brasserij en dergelijke; en ik waarschuw u, zoals ik het ook vroeger deed: wie zo iets doet, zal het koninkrijk Gods niet beërven.
21Envyings, murders, drunkenness, revellings, and such like: of the which I tell you before, as I have also told you in time past, that they which do such things shall not inherit the kingdom of God.
22Maar de vrucht van de geest is: liefde, blijdschap en vrede; lankmoedigheid, welwillendheid en goedhartigheid; betrouwbaarheid,
22But the fruit of the Spirit is love, joy, peace, longsuffering, gentleness, goodness, faith,
23zachtmoedigheid en gematigdheid. En tegen dit alles is de Wet niet gericht.
23Meekness, temperance: against such there is no law.
24Welnu, zij die Christus toebehoren, hebben het vlees gekruisigd met zijn driften en begeerten.
24And they that are Christ’s have crucified the flesh with the affections and lusts.
25Zo we leven door de geest, laat ons dan ook handelen naar de geest;
25If we live in the Spirit, let us also walk in the Spirit.
26niet begerig naar ijdele glorie, elkander niet tartend, elkaar niet benijdend.
26Let us not be desirous of vain glory, provoking one another, envying one another.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.