Lucas 1
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1Daar reeds velen ondernomen hebben, een verhaal samen te stellen van de gebeurtenissen, die onder ons zijn geschied,
1Яко ж бо многі заходились споряджувати повість про добре знані нам речі,
2en zoals ze ons door de eerste ooggetuigen en bedienaars van het Woord zijn overgeleverd,
2як передали нам ті, що з почину були самовидцями й слугами слова;
3kwam het ook mij wenselijk voor, beste Teófilus, na alles, van de aanvang af, nauwkeurig te hebben onderzocht, het ordelijk voor u te beschrijven,
3то здалось і менї гаразд, довідавшись од почину про все пильно, поряду тобі написати, високоповажний Теофиле,
4om u de waarachtigheid te doen zien van de leer, waarin ge onderwezen zijt.
4щоб знав певноту того, чого тебе навчено.
5In de dagen van Herodes, koning van Judea, was er een priester Zakarias geheten, uit het priesterlijk geslacht van Abias; zijn vrouw behoorde tot de dochters van Aäron, en heette Elisabet.
5Був за Ірода, царя Юдейського, один сьвященик, на ймя Захарія, з черги Авиїної, а жінка його з дочок Ааронових, а ймя її Єлисавета.
6Beiden waren rechtschapen in de ogen van God, en leefden onberispelijk in al de geboden en voorschriften van den Heer.
6Були ж праведні обоє перед Богом, ходячи у всїх заповідях та наказах Господнїх безпорочні.
7Ze hadden geen kinderen; want Elisabet was onvruchtbaar, en beiden waren reeds hoogbejaard.
7І не було в них дитини: бо Єлисавета була неплідна, й обоє постарілись у днях своїх.
8Eens, dat zijn afdeling de beurt had, om de dienst voor God te verrichten,
8Стало ся ж, як служив він порядком черги своєї перед Богом,
9werd hij, zoals dit bij de priesters gebruikelijk was, door het lot aangewezen, om de tempel des Heren binnen te gaan en wierook te offeren.
9то, звичаєм сьвященства, довелось йому кадити, увійшовши в церкву Господню.
10En al het volk stond buiten te bidden op het uur van het wierookoffer.
10А все множество народу молилось ізнадвору під час кадження.
11Daar verscheen hem een engel des Heren, die rechts van het wierookaltaar stond.
11Явив ся ж йому ангел Господень, стоячи правобіч жертівнї кадильної.
12Zakarias ontstelde bij dit gezicht, en beefde van angst.
12І вжахнув ся Захарія побачивши, і страх обняв його.
13Maar de engel sprak tot hem: Vrees niet, Zakarias, want uw gebed is verhoord; Elisabet, uw vrouw, zal u een zoon schenken, en ge zult hem Johannes noemen.
13Рече ж до него ангел: Не лякай ся, Захаріє: бо вислухана молитва твоя, і жінка твоя Єлисавета вродить сина тобі, й даси ймя йому Йоан.
14Ge zult juichen en jubelen, en velen zullen zich over zijn geboorte verheugen.
14І буде радість тобі й веселість; і многі різдвом його радувати муть ся.
15Want hij zal groot zijn voor den Heer; hij zal geen wijn drinken, noch sterke drank; en reeds van de schoot zijner moeder af zal hij worden vervuld van den Heiligen Geest.
15Буде бо великий перед Господем, і вина нї міцного напитку не пити ме; й Духом сьвятим сповнить ся ще з утроби матери своєї.
16En vele kinderen van Israël zal hij bekeren tot den Heer hun God;
16І многих синів Ізраїлевих наверне до Господа Бога їх.
17hij zal voor Hem uitgaan met de geest en de macht van Elias, om de harten der vaders tot de kinderen terug te brengen, en de weerspannigen tot de gezindheid van rechtvaardigen, en den Heer een goedgestemd volk gaan bereiden.
17І йти ме він перед Ним духом і силою Ілиї, щоб навернути серця батьків до дїтей, і неслухняних до мудрости праведних, приготовити Господеві людей готових.
18Maar Zakarias zei tot den engel: Waaraan zal ik dat erkennen? Want ik ben oud, en ook mijn vrouw is reeds op jaren.
18І рече Захарія до ангела: По чім же знати му се? я бо старий, і жінка моя ізстарілась у днях своїх.
19De engel antwoordde hem: Ik ben Gábriël; ik sta voor Gods aanschijn, en ben gezonden, om u toe te spreken, en u deze blijde boodschap te brengen.
19І озвавшись ангел, рече йому: Я Гавриїл, що стою перед Господем; і послано мене промовити до тебе та сповістити тебе про се.
20Zie, ge zult stom zijn en niet kunnen spreken, tot de dag waarop dit geschieden zal; omdat ge mijn woorden niet hebt geloofd, die te hunner tijd in vervulling zullen gaan.
20І ось замовкнеш і не зможеш говорити, аж по день, коли станеть ся се, за те що не поняв віри словам моїм, котрі справдять ся пори своєї.
21Intussen stond het volk op Zakarias te wachten, en verwonderde zich er over, dat hij zolang in de tempel bleef.
21І ждав народ Захарії, і дивував ся, що барить ся він у церкві.
22Maar toen hij buiten kwam, en niet tot hen kon spreken, begrepen ze, dat hij in de tempel een verschijning gezien had; wel maakte hij gebaren, maar hij bleef stom.
22Вийшовши ж він, не зміг промовити до них; і постерегли вони, що видїннє бачив у церкві; бо він кивав до них, і зоставсь нїмий.
23Toen zijn diensttijd voorbij was, ging hij naar huis.
23І сталось, як сповнились днї служення його, пійшов до господи своєї.
24Enige tijd later kwam zijn vrouw Elisabet in gezegende omstandigheden; ze verborg zich vijf maanden lang, en sprak:
24Після ж тих днїв зачала Єлисавета, жінка його, й таїлась пять місяцїв, говорячи:
25Dit heeft de Heer voor mij gedaan, toen Hij neerzag, om mijn schande bij de mensen weg te nemen.
25Що так менї дав Господь у ті днї, як зглянув ся, зняти з мене докір між людьми.
26In de zesde maand werd de engel Gábriël door God naar een stad van Galilea gezonden, Názaret genaamd,
26Місяця ж шестого післав Бог ангела Гавриїла в город Галилейський, званий Назарет,
27tot een maagd, die verloofd was aan een man, die Josef heette, en uit het huis van David was; de naam van de maagd was Maria.
27до дїви, зарученої чоловікові, на ймя Йосифові, з дому Давидового; а ймя дїви Мария.
28De engel trad bij haar binnen, en sprak: Wees gegroet, vol van genade. De Heer is met u; gij zijt de gezegende onder de vrouwen.
28І прийшовши ангел до неї, рече: Радуй ся, благодатная, Господь з тобою; благословенна єси між женами.
29Ze verschrok van dit woord, en vroeg zich af, wat die groet kon beduiden.
29Вона ж, побачивши його, вжахнулась словами його, та й подумала, що б се було за витаннє таке.
30De engel zeide haar: Vrees niet, Maria, want gij hebt genade gevonden bij God.
30І рече ангел їй: Не лякай ся, Мариє: знайшла бо єси ласку в Бога.
31Zie, gij zult in uw schoot ontvangen, en een Zoon baren; en gij zult Hem Jesus noemen.
31І ось зачнеш ти в утробі твоїй, і вродиш Сина, й наречеш імя Йому Ісус.
32Hij zal groot zijn, en Zoon van den Allerhoogste worden genoemd. God de Heer zal Hem de troon van zijn vader David geven; Hij zal koning zijn over het huis van Jakob in eeuwigheid,
32Сей буде великий, і Сином Вишнього звати меть ся, і дасть Йому Господь Бог престол Давида, отця Його:
33en aan zijn koningschap zal geen einde komen.
33і царювати ме Він над домом Якововим по віки, й царству Його не буде кінця.
34Maria sprak tot den engel: Hoe kan dit geschieden, daar ik geen man beken?
34Рече ж Мария до ангела: Як буде се, коли чоловіка не знаю?
35De engel antwoordde haar: De Heilige Geest zal op u neerdalen, en de kracht van den Allerhoogste zal u overschaduwen; daarom ook zal wat uit u wordt geboren, heilig zijn, en de Zoon van God worden genoemd.
35І озвавшись ангел, рече їй: Дух сьвятий найде на тебе, й сила Вишнього отїнить тебе; тим і, що вродить ся сьвяте, звати меть ся Сином Божим.
36Zie, uw bloedverwant Elisabet heeft ook een zoon ontvangen in haar ouderdom, en zij, die onvruchtbaar heette, is in haar zesde maand;
36І ось Єлисавета, родичка твоя, вона також зачала сина в старостї своїй, і се шестий місяць їй, званій неплідною.
37want niets is onmogelijk bij God.
37Бо не буде неможливе у Бога всяке слово.
38Nu sprak Maria: Zie de dienstmaagd des Heren; mij geschiede naar uw woord. En de engel ging van haar heen.
38Рече ж Мария: Се рабиня Господня: нехай станеть ся менї по слову твоєму. І пійшов від неї ангел.
39In die dagen ging Maria op weg, en spoedde zich het bergland in, naar een stad van Juda.
39Уставши ж Мария тими днями, пійшла швидко в підгіррє, у город Юдин;
40Ze kwam in het huis van Zakarias, en begroette Elisabet.
40і ввійшла в господу Захаріїну, і виталась із Єлисаветою.
41Toen Elisabet de groet van Maria vernam, sprong het kind op in haar schoot, en werd Elisabet van den Heiligen Geest vervuld.
41І сталось, як почула Єлисавета витаннє Мариїне, кинулась дитина в утробі її; і сповнилась Єлисавета Духом сьвятим,
42Met luider stem hief ze aan: Gij zijt de gezegende onder de vrouwen, en gezegend is de vrucht van uw schoot!
42і промовила голосом великим, і рече: Благословенна єси між женами, й благословенний плід утроби твоєї.
43Wat valt mij te beurt, dat de moeder van mijn Heer naar mij toekomt?
43І звідкіля менї се, що прийшла мати Господа мого до мене?
44Want zie, zodra de klank van uw groet mij in de oren klonk, sprong het kind van vreugde op in mijn schoot.
44Ось бо, як дійшов голос витання твого до ушей моїх, кинулась з радости дитина в утробі моїй.
45Zalig zij, die geloofd heeft; want wat haar namens den Heer is gezegd, zal worden vervuld.
45І благословенна, що увірувала, бо сповнить ся, що сказано їй від Господа.
46Maria sprak: Mijn ziel prijst groot den Heer, Mijn geest jubelt van vreugde
46І рече Мария: Величає душа моя Господа,
47In God, mijn Redder;
47і зрадував ся дух мій у Бозї Спасї моїм,
48Want Hij ziet op de geringheid neer van zijn dienstmaagd. Zie, van nu af prijzen mij zalig Alle geslachten;
48що споглянув на смиреннє слуги своєї: ось бо від нинї блаженною звати муть мене всї роди:
49Want de Machtige heeft aan mij grote dingen gedaan: Zijn Naam is heilig!
49бо зробив менї велике Сильний; і сьвяте імя Його.
50Zijn barmhartigheid reikt van geslacht tot geslacht Over hen, die Hem vrezen;
50І милость Його від роду до роду на боячих ся Його.
51Hij toont de kracht van zijn arm, En slaat de trotsen van harte uiteen.
51Зробив силу рукою своєю; розсипав гордих у думках сердець їх;
52De machtigen haalt Hij neer van de troon, Maar Hij verheft de geringen;
52поскидав потужних з престолів, і підняв угору смиренних;
53Behoeftigen overlaadt Hij met gaven, En rijken zendt Hij ledig heen.
53голодних сповнив добром, а багатих одіслав упорожнї;
54Hij heeft Zich over Israël, zijn dienaar, ontfermd; Zijn barmhartigheid indachtig:
54прийняв Ізраїля, слугу свого, на спомин милости,
55Zoals Hij tot onze vaderen sprak: Aan Abraham en zijn zaad voor altijd.
55(як промовив до батьків наших) Авраамові й насїнню його по віки.
56Maria bleef ongeveer drie maanden bij haar; toen keerde ze terug naar huis.
56Пробувала ж Мария з нею місяцїв зо три, та й вернулась до домівки своєї.
57Zo kwam voor Elisabet de tijd van haar moederschap, en ze baarde een zoon.
57Єлисаветї ж сповнив ся час родити, й вродила вона сина.
58Haar buren en familie hoorden, dat de Heer haar grote barmhartigheid had betoond, en ze deelden in haar vreugde.
58І чули сусїде її і родина її, що Господь показав велику милость свою до неї, і радувались із нею.
59Op de achtste dag kwam men het kind besnijden, en men wilde het Zakarias noemen, naar de naam van zijn vader.
59І сталось, восьмого дня прийшли обрізати хлопятко, і хотїли назвати його ймям батька його, Захарією.
60Maar zijn moeder nam het woord en sprak: Neen, Johannes zal hij heten.
60І озвавшись мати його, каже: Нї, а нехай назветь ся Йоаном.
61Ze zeiden haar: Er is niemand in uw familie, die deze naam heeft.
61І казали до неї: Що нїкого нема в родинї твоїй, щоб звав ся імям сим.
62Nu gaven ze zijn vader een teken, hoe hij hem wilde noemen.
62Кивали ж батькові його, як схотїв би назвати його.
63Hij vroeg een schrijfbordje, en schreef: Zijn naam is Johannes. Allen waren er over verwonderd.
63І, попросивши таблицї, написав слова: Йоан буде ймя йому. І дивувались усї.
64Maar op hetzelfde ogenblik ging zijn mond en tong los; hij sprak, en zegende God.
64Відкрили ся ж уста його зараз, і язик його, й заговорив, прославляючи Бога.
65Al hun buren werden met ontzag vervuld, en in heel het bergland van Judea werden al deze dingen besproken.
65І був на всїх страх, що жили кругом них; і по всьому підгіррю Юдейському пронеслись усї слова ті.
66Allen, die het hoorden, dachten er over na, en zeiden: Wat zal er toch worden van dat kind? Waarachtig, de hand des Heren was met hem!
66І положили всї, хто чув, у серцї своїм, кажучи: Що ж то за дитина се буде! І рука Господня була з ним.
67En zijn vader Zakarias, vervuld van den Heiligen Geest, profeteerde en sprak:
67І Захарія, батько його, сповнив ся Духом сьвятим, і прорік, глаголючи:
68Geloofd zij de Heer, Israëls God! Want Hij heeft zijn volk bezocht en verlost,
68Благословен Господь Бог Ізраїлїв, що одвідав і зробив ізбавленнє народові своєму,
69En ons een hoorn van redding verwekt In het huis van David, zijn dienaar.
69і підняв ріг спасення нам у дому Давида, слуги свого,
70Zoals Hij eeuwen geleden beloofd had Door de mond zijner heilige profeten:
70(як промовляв устами сьвятих од віку пророків своїх,)
71Om ons redding te brengen van onze vijanden, En uit de hand van al, die ons haten.
71спасеннє од ворогів наших і з руки всїх ненавидників наших,
72Om Zich te ontfermen over onze vaderen, En zijn heilig Verbond te gedenken,
72щоб зробити милость отцям нашим, і спогадати завіт свій сьвятий,
73De eed, die Hij zwoer, Aan Abraham, onzen vader.
73клятьбу, що кляв ся перед Авраамом, отцем нашим,
74Om ons te vergunnen, om zonder vrees, Uit de hand onzer vijanden verlost,
74та що дасть нам без страху, з рук ворогів наших визволившись,
75Hem te dienen, vroom en rechtschapen, Voor zijn aanschijn al onze dagen.
75служити Йому в сьвятостї та праведностї перед Ним, по всї днї життя нашого.
76En Gij nu, kleine knaap, Zult profeet van den Allerhoogste worden genoemd; Want ge zult uitgaan voor den Heer, Om zijn wegen te bereiden.
76А ти, дитино, пророком Вишнього звати меш ся: ходити меш бо перед лицем Господнїм, готовити дороги Його;
77Om zijn volk het heil te doen kennen In de vergiffenis zijner zonden,
77щоб давати знаннє спасення народові Його в оставленню гріхів їх,
78Door de tedere ontferming van onzen God, Die ons de Dageraad uit den hoge zal brengen.
78по благій милостї Бога нашого, в котрій одвідав нас Схід з висоти,
79Om te verlichten, die in duisternis zijn, En in de schaduw van de dood zijn gezeten; Om onze schreden te richten Naar de weg van de vrede.
79щоб засияв сидячим у темряві і тїнї смертнїй, щоб направити ноги наші на дорогу впокою.
80En de knaap groeide op, en kreeg een krachtige geest. Hij bleef in de woestijn tot de dag, dat hij voor Israël zou optreden.
80Хлопятко ж росло та міцнїло духом, і пробувало в пустинї аж до дня явлення свого перед Ізраїлем.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.