Lucas
Chapter 1
Petrus Canisius Bible, 1…

Read in

Smith–Van Dyck Arabic Bible (فان دايك)Brezhoneg (Breton Gospels, 1827)Judson Burmese Bible (1840)Chamorro: Gospels, Acts and PsalmsChinese Union Version, punctuated (Simplified)Chinese Union Version, punctuated (Traditional)Coptic New TestamentCoptic New Testament (Bohairic)Kralice Bible (1613)Testamenta Marra (Dieri New Testament)Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)Asang Khongca Bible (Eastern Khumi Chin, 2019)Berean Standard BibleDouay-Rheims Bible, American Edition (1899)King James Version with ApocryphaWorld English BibleLondona Biblio (Esperanto, 1910)Louis Segond 1910Lutherbibel 1912Greek New Testament, word by word (STEPBible TAGNT)Greek New Testament: 1904 Patriarchal Text (Byzantine)Greek New Testament: Byzantine Text (Robinson–Pierpont 2018)Greek New Testament: Textus ReceptusSBL Greek New TestamentBaibala Hemolele (Hawaiian Bible, 1868 revision)Modern Hebrew BibleDiodati Bibbia 1885Freedom Bible (フリーダム・バイブル)Korean Bible, 1910 (한국어 성경)Bible Mutal (Kosraean)Clementine Vulgate, 1598Baibal Olcim (Matupi Chin)Meriam Mir GospelsOld Persian Version (ترجمه قدیم)Kadede Kap (Pohnpeian New Testament and Psalms)Bíblia Portuguesa Mundial (Brazilian Portuguese)Cornilescu Bible (1924), Cyrillic scriptSynodal Translation (Синодальный перевод)Daničić–Karadžić Bible (1868), CyrillicReina-Valera 1909Biblia Takatifu (Swahili): New Testament portionsFreedom Bible (Thai)Tongan Bible, Revised West VersionKulish and Puluj Bible (1905)Vietnamese Bible (1923 translation)
vs Biblia Takatifu (S…

Compare with

Smith–Van Dyck Arabic Bible (فان دايك)Brezhoneg (Breton Gospels, 1827)Judson Burmese Bible (1840)Chamorro: Gospels, Acts and PsalmsChinese Union Version, punctuated (Simplified)Chinese Union Version, punctuated (Traditional)Coptic New TestamentCoptic New Testament (Bohairic)Kralice Bible (1613)Testamenta Marra (Dieri New Testament)Asang Khongca Bible (Eastern Khumi Chin, 2019)Berean Standard BibleDouay-Rheims Bible, American Edition (1899)King James Version with ApocryphaWorld English BibleLondona Biblio (Esperanto, 1910)Louis Segond 1910Lutherbibel 1912Greek New Testament, word by word (STEPBible TAGNT)Greek New Testament: 1904 Patriarchal Text (Byzantine)Greek New Testament: Byzantine Text (Robinson–Pierpont 2018)Greek New Testament: Textus ReceptusSBL Greek New TestamentBaibala Hemolele (Hawaiian Bible, 1868 revision)Modern Hebrew BibleDiodati Bibbia 1885Freedom Bible (フリーダム・バイブル)Korean Bible, 1910 (한국어 성경)Bible Mutal (Kosraean)Clementine Vulgate, 1598Baibal Olcim (Matupi Chin)Meriam Mir GospelsOld Persian Version (ترجمه قدیم)Kadede Kap (Pohnpeian New Testament and Psalms)Bíblia Portuguesa Mundial (Brazilian Portuguese)Cornilescu Bible (1924), Cyrillic scriptSynodal Translation (Синодальный перевод)Daničić–Karadžić Bible (1868), CyrillicReina-Valera 1909Biblia Takatifu (Swahili): New Testament portionsFreedom Bible (Thai)Tongan Bible, Revised West VersionKulish and Puluj Bible (1905)Vietnamese Bible (1923 translation)Stop comparing
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Biblia Takatifu (Swahili): New Testament portions
1Daar reeds velen ondernomen hebben, een verhaal samen te stellen van de gebeurtenissen, die onder ons zijn geschied,
1Mheshimiwa Theofilo: Watu wengi wamejitahidi kuandika juu ya mambo yale yaliyotendeka kati yetu.
2en zoals ze ons door de eerste ooggetuigen en bedienaars van het Woord zijn overgeleverd,
2Waliandika kama tulivyoelezwa na wale walioyaona kwa macho yao tangu mwanzo, na waliotangaza ujumbe huo.
3kwam het ook mij wenselijk voor, beste Teófilus, na alles, van de aanvang af, nauwkeurig te hebben onderzocht, het ordelijk voor u te beschrijven,
3Inafaa nami pia, Mheshimiwa, baada ya kuchunguza kwa makini mambo yote tangu mwanzo, nikuandikie kwa mpango,
4om u de waarachtigheid te doen zien van de leer, waarin ge onderwezen zijt.
4ili nawe uweze kujionea mwenyewe ukweli wa mambo yale uliyofundishwa.
5In de dagen van Herodes, koning van Judea, was er een priester Zakarias geheten, uit het priesterlijk geslacht van Abias; zijn vrouw behoorde tot de dochters van Aäron, en heette Elisabet.
5Wakati Herode alipokuwa mfalme wa Yudea, kulikuwa na kuhani mmoja jina lake Zakaria, wa kikundi cha Abia. Mke wake alikuwa anaitwa Elisabeti, naye alikuwa wa ukoo wa kuhani Aroni.
6Beiden waren rechtschapen in de ogen van God, en leefden onberispelijk in al de geboden en voorschriften van den Heer.
6Wote wawili walikuwa wanyofu mbele ya Mungu, wakiishi kwa kufuata amri na maagizo yote ya Bwana bila lawama.
7Ze hadden geen kinderen; want Elisabet was onvruchtbaar, en beiden waren reeds hoogbejaard.
7Lakini hawakuwa wamejaliwa watoto kwa vile Elisabeti alikuwa tasa, nao wote wawili walikuwa wazee sana.
8Eens, dat zijn afdeling de beurt had, om de dienst voor God te verrichten,
8Siku moja, ilipokuwa zamu yake ya kutoa huduma ya ukuhani mbele ya Mungu,
9werd hij, zoals dit bij de priesters gebruikelijk was, door het lot aangewezen, om de tempel des Heren binnen te gaan en wierook te offeren.
9Zakariya alichaguliwa kwa kura, kama ilivyokuwa desturi, kuingia hekaluni ili afukize ubani.
10En al het volk stond buiten te bidden op het uur van het wierookoffer.
10Watu, umati mkubwa, walikuwa wamekusanyika nje wanasali wakati huo wa kufukiza ubani.
11Daar verscheen hem een engel des Heren, die rechts van het wierookaltaar stond.
11Malaika wa Bwana akamtokea humo ndani, akasimama upande wa kulia wa madhabahu ya kufukizia ubani.
12Zakarias ontstelde bij dit gezicht, en beefde van angst.
12Zakariya alipomwona alifadhaika, hofu ikamwingia.
13Maar de engel sprak tot hem: Vrees niet, Zakarias, want uw gebed is verhoord; Elisabet, uw vrouw, zal u een zoon schenken, en ge zult hem Johannes noemen.
13Lakini malaika akamwambia, “Zakariya, usiogope, kwa maana sala yako imesikilizwa, na Elisabeti mkeo atakuzalia mtoto wa kiume, nawe utampa jina Yohane.
14Ge zult juichen en jubelen, en velen zullen zich over zijn geboorte verheugen.
14Utakuwa na furaha kubwa na watu wengi watashangilia kwa sababu ya kuzaliwa kwake.
15Want hij zal groot zijn voor den Heer; hij zal geen wijn drinken, noch sterke drank; en reeds van de schoot zijner moeder af zal hij worden vervuld van den Heiligen Geest.
15Atakuwa mkuu mbele ya Bwana. Hatakunywa divai wala kileo, atajazwa Roho Mtakatifu tangu tumboni mwa mama yake.
16En vele kinderen van Israël zal hij bekeren tot den Heer hun God;
16Atawaelekeza wengi wa watu wa Israeli kwa Bwana Mungu wao.
17hij zal voor Hem uitgaan met de geest en de macht van Elias, om de harten der vaders tot de kinderen terug te brengen, en de weerspannigen tot de gezindheid van rechtvaardigen, en den Heer een goedgestemd volk gaan bereiden.
17Atamtangulia Bwana akiongozwa na nguvu na roho kama Eliya. Atawapatanisha kina baba na watoto wao; atawafanya wasiotii wawe na fikira za uadilifu, na hivyo amtayarishie Bwana watu wake.”
18Maar Zakarias zei tot den engel: Waaraan zal ik dat erkennen? Want ik ben oud, en ook mijn vrouw is reeds op jaren.
18Zakariya akamwambia huyo malaika, “Ni kitu gani kitakachonihakikishia jambo hilo? Mimi ni mzee, hali kadhalika na mke wangu.”
19De engel antwoordde hem: Ik ben Gábriël; ik sta voor Gods aanschijn, en ben gezonden, om u toe te spreken, en u deze blijde boodschap te brengen.
19Malaika akamjibu, “Mimi ni Gabrieli, nisimamaye mbele ya Mungu, na nimetumwa niseme nawe, nikuletee hii habari njema.
20Zie, ge zult stom zijn en niet kunnen spreken, tot de dag waarop dit geschieden zal; omdat ge mijn woorden niet hebt geloofd, die te hunner tijd in vervulling zullen gaan.
20Sikiliza, utakuwa bubu kwa sababu huyasadiki haya maneno yatakayotimia kwa wakati wake. Hutaweza kusema mpaka hayo niliyokuambia yatakapotimia.”
21Intussen stond het volk op Zakarias te wachten, en verwonderde zich er over, dat hij zolang in de tempel bleef.
21Wakati huo, wale watu walikuwa wanamngoja Zakariya huku wakishangaa juu ya kukawia kwake Hekaluni.
22Maar toen hij buiten kwam, en niet tot hen kon spreken, begrepen ze, dat hij in de tempel een verschijning gezien had; wel maakte hij gebaren, maar hij bleef stom.
22Alipotoka nje, hakuweza kusema nao. Ikawa dhahiri kwao kwamba alikuwa ameona maono Hekaluni. Lakini akawa anawapa ishara kwa mikono, akabaki bubu.
23Toen zijn diensttijd voorbij was, ging hij naar huis.
23Zamu yake ya kuhudumu ilipokwisha, alirudi nyumbani.
24Enige tijd later kwam zijn vrouw Elisabet in gezegende omstandigheden; ze verborg zich vijf maanden lang, en sprak:
24Baadaye Elisabeti mkewe akapata mimba. Akajificha nyumbani kwa muda wa miezi mitano, akisema:
25Dit heeft de Heer voor mij gedaan, toen Hij neerzag, om mijn schande bij de mensen weg te nemen.
25“Hivi ndivyo alivyonitendea Bwana; ameniangalia na kuniondolea aibu niliyokuwa nayo mbele ya watu.”
26In de zesde maand werd de engel Gábriël door God naar een stad van Galilea gezonden, Názaret genaamd,
26Mnamo mwezi wa sita, malaika Gabrieli alitumwa na Mungu aende kwenye mji uitwao Nazareti huko Galilaya,
27tot een maagd, die verloofd was aan een man, die Josef heette, en uit het huis van David was; de naam van de maagd was Maria.
27kwa msichana mmoja aitwaye Maria, mchumba wa mtu mmoja jina lake Yosefu, wa ukoo wa Daudi.
28De engel trad bij haar binnen, en sprak: Wees gegroet, vol van genade. De Heer is met u; gij zijt de gezegende onder de vrouwen.
28Malaika akamwendea, akamwambia, “Salamu Maria! Umejaliwa neema nyingi! Bwana yu pamoja nawe.”
29Ze verschrok van dit woord, en vroeg zich af, wat die groet kon beduiden.
29Maria aliposikia maneno hayo alifadhaika sana, akawaza: maneno haya yanamaanisha nini?
30De engel zeide haar: Vrees niet, Maria, want gij hebt genade gevonden bij God.
30Malaika akamwambia, “Usiogope Maria, kwa maana Mungu amekujalia neema.
31Zie, gij zult in uw schoot ontvangen, en een Zoon baren; en gij zult Hem Jesus noemen.
31Utachukua mimba, utamzaa mtoto wa kiume na utampa jina Yesu.
32Hij zal groot zijn, en Zoon van den Allerhoogste worden genoemd. God de Heer zal Hem de troon van zijn vader David geven; Hij zal koning zijn over het huis van Jakob in eeuwigheid,
32Yeye atakuwa mkuu na ataitwa Mwana wa Mungu Mkuu. Bwana Mungu atampa kiti cha mfalme Daudi, babu yake.
33en aan zijn koningschap zal geen einde komen.
33Kwa hivyo atautawala ukoo wa Yakobo milele, na ufalme wake hautakuwa na mwisho.”
34Maria sprak tot den engel: Hoe kan dit geschieden, daar ik geen man beken?
34Maria akamjibu, “Yatawezekanaje hayo, hali mimi ni bikira?”
35De engel antwoordde haar: De Heilige Geest zal op u neerdalen, en de kracht van den Allerhoogste zal u overschaduwen; daarom ook zal wat uit u wordt geboren, heilig zijn, en de Zoon van God worden genoemd.
35Malaika akamjibu, “Roho Mtakatifu atakushukia, na uwezo wake Mungu Mkuu utakujia kama kivuli; kwa sababu hiyo, mtoto atakayezaliwa ataitwa Mtakatifu, Mwana wa Mungu.
36Zie, uw bloedverwant Elisabet heeft ook een zoon ontvangen in haar ouderdom, en zij, die onvruchtbaar heette, is in haar zesde maand;
36Ujue pia kwamba hata Elisabeti, jamaa yako, naye amepata mimba ingawa ni mzee, na sasa ni mwezi wa sita kwake yeye ambaye watu walimfahamu kuwa tasa.
37want niets is onmogelijk bij God.
37Kwa maana hakuna jambo lisilowezekana kwa Mungu.”
38Nu sprak Maria: Zie de dienstmaagd des Heren; mij geschiede naar uw woord. En de engel ging van haar heen.
38Maria akasema, “Mimi ni mtumishi wa Bwana, nitendewe kama ulivyosema.” Kisha yule malaika akaenda zake.
39In die dagen ging Maria op weg, en spoedde zich het bergland in, naar een stad van Juda.
39Siku kadhaa baadaye, Maria alifunga safari akaenda kwa haraka hadi mji mmoja ulioko katika milima ya Yuda.
40Ze kwam in het huis van Zakarias, en begroette Elisabet.
40Huko, aliingia katika nyumba ya Zakariya, akamsalimu Elisabeti.
41Toen Elisabet de groet van Maria vernam, sprong het kind op in haar schoot, en werd Elisabet van den Heiligen Geest vervuld.
41Mara tu Elisabeti aliposikia sauti ya Maria, mtoto mchanga tumboni mwake Elisabeti akaruka. Naye Elisabeti akajazwa Roho Mtakatifiu,
42Met luider stem hief ze aan: Gij zijt de gezegende onder de vrouwen, en gezegend is de vrucht van uw schoot!
42akasema kwa sauti kubwa, “Umebarikiwa kuliko wanawake wote, naye utakayemzaa amebarikiwa.
43Wat valt mij te beurt, dat de moeder van mijn Heer naar mij toekomt?
43Mimi ni nani hata mama wa Bwana wangu afike kwangu?
44Want zie, zodra de klank van uw groet mij in de oren klonk, sprong het kind van vreugde op in mijn schoot.
44Nakwambia, mara tu niliposikia sauti yako, mtoto mchanga tumboni mwangu aliruka kwa furaha.
45Zalig zij, die geloofd heeft; want wat haar namens den Heer is gezegd, zal worden vervuld.
45Heri yako wewe uliyesadiki kwamba yatatimia yale Bwana aliyokwambia.”
46Maria sprak: Mijn ziel prijst groot den Heer, Mijn geest jubelt van vreugde
46Naye Maria akasema,
47In God, mijn Redder;
47“Moyo wangu wamtukuza Bwana, roho yangu inafurahi kwa sababu ya Mungu Mwokozi wangu.
48Want Hij ziet op de geringheid neer van zijn dienstmaagd. Zie, van nu af prijzen mij zalig Alle geslachten;
48Kwa kuwa amemwangalia kwa huruma mtumishi wake mnyenyekevu. Hivyo tangu sasa watu wote wataniita mwenye heri.
49Want de Machtige heeft aan mij grote dingen gedaan: Zijn Naam is heilig!
49Kwa kuwa Mwenyezi Mungu amenitendea makuu, jina lake ni takatifu.
50Zijn barmhartigheid reikt van geslacht tot geslacht Over hen, die Hem vrezen;
50Huruma yake kwa watu wanaomcha hudumu kizazi hata kizazi.
51Hij toont de kracht van zijn arm, En slaat de trotsen van harte uiteen.
51Amefanya mambo makuu kwa mkono wake: amewatawanya wenye kiburi katika mawazo ya mioyo yao;
52De machtigen haalt Hij neer van de troon, Maar Hij verheft de geringen;
52amewashusha wenye nguvu kutoka vitu vyao vya enzi, akawakweza wanyenyekevu.
53Behoeftigen overlaadt Hij met gaven, En rijken zendt Hij ledig heen.
53Wenye njaa amewashibisha mema, matajiri amewaacha waende mikono mitupu.
54Hij heeft Zich over Israël, zijn dienaar, ontfermd; Zijn barmhartigheid indachtig:
54Amemsaidia Israeli mtumishi wake, akikumbuka huruma yake.
55Zoals Hij tot onze vaderen sprak: Aan Abraham en zijn zaad voor altijd.
55Kama alivyowaahidia wazee wetu Abrahamu na wazawa wake hata milele.”
56Maria bleef ongeveer drie maanden bij haar; toen keerde ze terug naar huis.
56Maria alikaa na Elisabeti kwa muda upatao miezi mitatu, halafu akarudi nyumbani kwake.
57Zo kwam voor Elisabet de tijd van haar moederschap, en ze baarde een zoon.
57Wakati wa kujifungua kwake Elisabeti ulifika, akajifungua mtoto wa kiume.
58Haar buren en familie hoorden, dat de Heer haar grote barmhartigheid had betoond, en ze deelden in haar vreugde.
58Jirani na watu wa jamaa yake walipopata habari kwamba Bwana amemwonea huruma kubwa, walifurahi pamoja naye.
59Op de achtste dag kwam men het kind besnijden, en men wilde het Zakarias noemen, naar de naam van zijn vader.
59Halafu siku ya nane walifika kumtahiri mtoto, wakataka kumpa jina la baba yake, Zakariya.
60Maar zijn moeder nam het woord en sprak: Neen, Johannes zal hij heten.
60Lakini mama yake akasema, “La, sivyo, bali ataitwa Yohane.”
61Ze zeiden haar: Er is niemand in uw familie, die deze naam heeft.
61Wakamwambia, “Mbona hakuna yeyote katika ukoo wake mwenye jina hilo?”
62Nu gaven ze zijn vader een teken, hoe hij hem wilde noemen.
62Basi, wakamwashiria baba yake wapate kujua alitaka mtoto wake apewe jina gani.
63Hij vroeg een schrijfbordje, en schreef: Zijn naam is Johannes. Allen waren er over verwonderd.
63Naye akaomba kibao cha kuandikia, akaandika hivi: “Yohane ndilo jina lake.” Wote wakastaajabu.
64Maar op hetzelfde ogenblik ging zijn mond en tong los; hij sprak, en zegende God.
64Papo hapo midomo na ulimi wake Zakariya vikafunguliwa, akawa anaongea akimsifu Mungu.
65Al hun buren werden met ontzag vervuld, en in heel het bergland van Judea werden al deze dingen besproken.
65Hofu ikawaingia jirani wote, na habari hizo zikaenea kila mahali katika milima ya Yudea.
66Allen, die het hoorden, dachten er over na, en zeiden: Wat zal er toch worden van dat kind? Waarachtig, de hand des Heren was met hem!
66Wote waliosikia mambo hayo waliyatafakari mioyoni mwao wakisema: “Mtoto huyu atakuwa mtu wa namna gani?” Maana, hakika nguvu ya Bwana ilikuwa pamoja naye.
67En zijn vader Zakarias, vervuld van den Heiligen Geest, profeteerde en sprak:
67Zakariya, baba yake mtoto, akajazwa Roho Mtakatifu, akatamka ujumbe wa Mungu:
68Geloofd zij de Heer, Israëls God! Want Hij heeft zijn volk bezocht en verlost,
68“Asifiwe Bwana Mungu wa Israeli, kwani amekuja kuwasaidia na kuwakomboa watu wake.
69En ons een hoorn van redding verwekt In het huis van David, zijn dienaar.
69Ametupatia Mwokozi shujaa, mzawa wa Daudi mtumishi wake.
70Zoals Hij eeuwen geleden beloofd had Door de mond zijner heilige profeten:
70Aliahidi hapo kale kwa njia ya manabii wake watakatifu,
71Om ons redding te brengen van onze vijanden, En uit de hand van al, die ons haten.
71kwamba atatuokoa mikononi mwa adui zetu na kutoka mikononi mwa wote wanaotuchukia.
72Om Zich te ontfermen over onze vaderen, En zijn heilig Verbond te gedenken,
72Alisema atawahurumia wazee wetu, na kukumbuka agano lake takatifu.
73De eed, die Hij zwoer, Aan Abraham, onzen vader.
73Kiapo alichomwapia Abrahamu baba yetu, ni kwamba atatujalia sisi
74Om ons te vergunnen, om zonder vrees, Uit de hand onzer vijanden verlost,
74tukombolewe kutoka adui zetu, tupate kumtumikia bila hofu,
75Hem te dienen, vroom en rechtschapen, Voor zijn aanschijn al onze dagen.
75kwa unyofu na uadilifu mbele yake, siku zote za maisha yetu.
76En Gij nu, kleine knaap, Zult profeet van den Allerhoogste worden genoemd; Want ge zult uitgaan voor den Heer, Om zijn wegen te bereiden.
76Nawe mwanangu, utaitwa, nabii wa Mungu Mkuu, utamtangulia Bwana kumtayarishia njia yake;
77Om zijn volk het heil te doen kennen In de vergiffenis zijner zonden,
77kuwatangazia watu kwamba wataokolewa kwa kuondolewa dhambi zao.
78Door de tedere ontferming van onzen God, Die ons de Dageraad uit den hoge zal brengen.
78Mungu wetu ni mpole na mwenye huruma. Atasababisha pambazuko angavu la ukombozi litujie kutoka juu,
79Om te verlichten, die in duisternis zijn, En in de schaduw van de dood zijn gezeten; Om onze schreden te richten Naar de weg van de vrede.
79na kuwaangazia wote wanaokaa katika giza kuu la kifo, aongoze hatua zetu katika njia ya amani.”
80En de knaap groeide op, en kreeg een krachtige geest. Hij bleef in de woestijn tot de dag, dat hij voor Israël zou optreden.
80Mtoto akakua, akapata nguvu rohoni. Alikaa jangwani mpaka alipojionyesha rasmi kwa watu wa Israeli.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.