Lucas 1
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Synodal Translation (Синодальный перевод)
1Daar reeds velen ondernomen hebben, een verhaal samen te stellen van de gebeurtenissen, die onder ons zijn geschied,
1Как уже многие начали составлять повествования о совершенно известных между нами событиях,
2en zoals ze ons door de eerste ooggetuigen en bedienaars van het Woord zijn overgeleverd,
2как передали нам то бывшие с самого начала очевидцами и служителями Слова,
3kwam het ook mij wenselijk voor, beste Teófilus, na alles, van de aanvang af, nauwkeurig te hebben onderzocht, het ordelijk voor u te beschrijven,
3то рассудилось и мне, по тщательном исследовании всего сначала, по порядку описать тебе, достопочтенный Феофил,
4om u de waarachtigheid te doen zien van de leer, waarin ge onderwezen zijt.
4чтобы ты узнал твердое основание того учения, в котором был наставлен.
5In de dagen van Herodes, koning van Judea, was er een priester Zakarias geheten, uit het priesterlijk geslacht van Abias; zijn vrouw behoorde tot de dochters van Aäron, en heette Elisabet.
5Во дни Ирода, царя Иудейского, был священник из Авиевой чреды, именем Захария, и жена его из рода Ааронова, имя ей Елисавета.
6Beiden waren rechtschapen in de ogen van God, en leefden onberispelijk in al de geboden en voorschriften van den Heer.
6Оба они были праведны пред Богом, поступая по всем заповедям и уставам Господним беспорочно.
7Ze hadden geen kinderen; want Elisabet was onvruchtbaar, en beiden waren reeds hoogbejaard.
7У них не было детей, ибо Елисавета была неплодна, и оба были уже в летах преклонных.
8Eens, dat zijn afdeling de beurt had, om de dienst voor God te verrichten,
8Однажды, когда он в порядке своей чреды служил пред Богом,
9werd hij, zoals dit bij de priesters gebruikelijk was, door het lot aangewezen, om de tempel des Heren binnen te gaan en wierook te offeren.
9по жребию, как обыкновенно было у священников, досталось ему войти в храм Господень для каждения,
10En al het volk stond buiten te bidden op het uur van het wierookoffer.
10а все множество народа молилось вне во время каждения, -
11Daar verscheen hem een engel des Heren, die rechts van het wierookaltaar stond.
11тогда явился ему Ангел Господень, стоя по правую сторону жертвенника кадильного.
12Zakarias ontstelde bij dit gezicht, en beefde van angst.
12Захария, увидев его, смутился, и страх напал на него.
13Maar de engel sprak tot hem: Vrees niet, Zakarias, want uw gebed is verhoord; Elisabet, uw vrouw, zal u een zoon schenken, en ge zult hem Johannes noemen.
13Ангел же сказал ему: не бойся, Захария, ибо услышана молитва твоя, и жена твоя Елисавета родит тебе сына, и наречешь ему имя: Иоанн;
14Ge zult juichen en jubelen, en velen zullen zich over zijn geboorte verheugen.
14и будет тебе радость и веселие, и многие о рождении его возрадуются,
15Want hij zal groot zijn voor den Heer; hij zal geen wijn drinken, noch sterke drank; en reeds van de schoot zijner moeder af zal hij worden vervuld van den Heiligen Geest.
15ибо он будет велик пред Господом; не будет пить вина и сикера, и Духа Святаго исполнится еще от чрева матери своей;
16En vele kinderen van Israël zal hij bekeren tot den Heer hun God;
16и многих из сынов Израилевых обратит к Господу Богу их;
17hij zal voor Hem uitgaan met de geest en de macht van Elias, om de harten der vaders tot de kinderen terug te brengen, en de weerspannigen tot de gezindheid van rechtvaardigen, en den Heer een goedgestemd volk gaan bereiden.
17и предъидет пред Ним в духе и силе Илии, чтобы возвратить сердца отцов детям, и непокоривым образ мыслей праведников, дабы представить Господу народ приготовленный.
18Maar Zakarias zei tot den engel: Waaraan zal ik dat erkennen? Want ik ben oud, en ook mijn vrouw is reeds op jaren.
18И сказал Захария Ангелу: по чему я узнаю это? ибо я стар, и жена моя в летах преклонных.
19De engel antwoordde hem: Ik ben Gábriël; ik sta voor Gods aanschijn, en ben gezonden, om u toe te spreken, en u deze blijde boodschap te brengen.
19Ангел сказал ему в ответ: я Гавриил, предстоящий пред Богом, и послан говорить с тобою и благовестить тебе сие;
20Zie, ge zult stom zijn en niet kunnen spreken, tot de dag waarop dit geschieden zal; omdat ge mijn woorden niet hebt geloofd, die te hunner tijd in vervulling zullen gaan.
20и вот, ты будешь молчать и не будешь иметь возможности говорить до того дня, как это сбудется, за то, что ты не поверил словам моим, которые сбудутся в свое время.
21Intussen stond het volk op Zakarias te wachten, en verwonderde zich er over, dat hij zolang in de tempel bleef.
21Между тем народ ожидал Захарию и дивился, что он медлит в храме.
22Maar toen hij buiten kwam, en niet tot hen kon spreken, begrepen ze, dat hij in de tempel een verschijning gezien had; wel maakte hij gebaren, maar hij bleef stom.
22Он же, выйдя, не мог говорить к ним; и они поняли, что он видел видение в храме; и он объяснялся с ними знаками, и оставался нем.
23Toen zijn diensttijd voorbij was, ging hij naar huis.
23А когда окончились дни службы его, возвратился в дом свой.
24Enige tijd later kwam zijn vrouw Elisabet in gezegende omstandigheden; ze verborg zich vijf maanden lang, en sprak:
24После сих дней зачала Елисавета, жена его, и таилась пять месяцев и говорила:
25Dit heeft de Heer voor mij gedaan, toen Hij neerzag, om mijn schande bij de mensen weg te nemen.
25так сотворил мне Господь во дни сии, в которые призрел на меня, чтобы снять с меня поношение между людьми.
26In de zesde maand werd de engel Gábriël door God naar een stad van Galilea gezonden, Názaret genaamd,
26В шестой же месяц послан был Ангел Гавриил от Бога в город Галилейский, называемый Назарет,
27tot een maagd, die verloofd was aan een man, die Josef heette, en uit het huis van David was; de naam van de maagd was Maria.
27к Деве, обрученной мужу, именем Иосифу, из дома Давидова; имя же Деве: Мария.
28De engel trad bij haar binnen, en sprak: Wees gegroet, vol van genade. De Heer is met u; gij zijt de gezegende onder de vrouwen.
28Ангел, войдя к Ней, сказал: радуйся, Благодатная! Господь с Тобою; благословенна Ты между женами.
29Ze verschrok van dit woord, en vroeg zich af, wat die groet kon beduiden.
29Она же, увидев его, смутилась от слов его и размышляла, что бы это было за приветствие.
30De engel zeide haar: Vrees niet, Maria, want gij hebt genade gevonden bij God.
30И сказал Ей Ангел: не бойся, Мария, ибо Ты обрела благодать у Бога;
31Zie, gij zult in uw schoot ontvangen, en een Zoon baren; en gij zult Hem Jesus noemen.
31и вот, зачнешь во чреве, и родишь Сына, и наречешь Ему имя: Иисус.
32Hij zal groot zijn, en Zoon van den Allerhoogste worden genoemd. God de Heer zal Hem de troon van zijn vader David geven; Hij zal koning zijn over het huis van Jakob in eeuwigheid,
32Он будет велик и наречется Сыном Всевышнего, и даст Ему Господь Бог престол Давида, отца Его;
33en aan zijn koningschap zal geen einde komen.
33и будет царствовать над домом Иакова во веки, и Царству Его не будет конца.
34Maria sprak tot den engel: Hoe kan dit geschieden, daar ik geen man beken?
34Мария же сказала Ангелу: как будет это, когда я мужа не знаю?
35De engel antwoordde haar: De Heilige Geest zal op u neerdalen, en de kracht van den Allerhoogste zal u overschaduwen; daarom ook zal wat uit u wordt geboren, heilig zijn, en de Zoon van God worden genoemd.
35Ангел сказал Ей в ответ: Дух Святый найдет на Тебя, и сила Всевышнего осенит Тебя; посему и рождаемое Святое наречется Сыном Божиим.
36Zie, uw bloedverwant Elisabet heeft ook een zoon ontvangen in haar ouderdom, en zij, die onvruchtbaar heette, is in haar zesde maand;
36Вот и Елисавета, родственница Твоя, называемая неплодною, и она зачала сына в старости своей, и ей уже шестой месяц,
37want niets is onmogelijk bij God.
37ибо у Бога не останется бессильным никакое слово.
38Nu sprak Maria: Zie de dienstmaagd des Heren; mij geschiede naar uw woord. En de engel ging van haar heen.
38Тогда Мария сказала: се, Раба Господня; да будет Мне по слову твоему. И отошел от Нее Ангел.
39In die dagen ging Maria op weg, en spoedde zich het bergland in, naar een stad van Juda.
39Встав же Мария во дни сии, с поспешностью пошла в нагорную страну, в город Иудин,
40Ze kwam in het huis van Zakarias, en begroette Elisabet.
40и вошла в дом Захарии, и приветствовала Елисавету.
41Toen Elisabet de groet van Maria vernam, sprong het kind op in haar schoot, en werd Elisabet van den Heiligen Geest vervuld.
41Когда Елисавета услышала приветствие Марии, взыграл младенец во чреве ее; и Елисавета исполнилась Святаго Духа,
42Met luider stem hief ze aan: Gij zijt de gezegende onder de vrouwen, en gezegend is de vrucht van uw schoot!
42и воскликнула громким голосом, и сказала: благословенна Ты между женами, и благословен плод чрева Твоего!
43Wat valt mij te beurt, dat de moeder van mijn Heer naar mij toekomt?
43И откуда это мне, что пришла Матерь Господа моего ко мне?
44Want zie, zodra de klank van uw groet mij in de oren klonk, sprong het kind van vreugde op in mijn schoot.
44Ибо когда голос приветствия Твоего дошел до слуха моего, взыграл младенец радостно во чреве моем.
45Zalig zij, die geloofd heeft; want wat haar namens den Heer is gezegd, zal worden vervuld.
45И блаженна Уверовавшая, потому что совершится сказанное ей от Господа.
46Maria sprak: Mijn ziel prijst groot den Heer, Mijn geest jubelt van vreugde
46И сказала Мария: величает душа моя Господа,
47In God, mijn Redder;
47и возрадовался дух мой о Боге, Спасителе моем,
48Want Hij ziet op de geringheid neer van zijn dienstmaagd. Zie, van nu af prijzen mij zalig Alle geslachten;
48что призрел Он на смирение рабы своей, ибо отныне будут ублажать меня все роды;
49Want de Machtige heeft aan mij grote dingen gedaan: Zijn Naam is heilig!
49что сотворил мне величие Сильный, и свято имя Его;
50Zijn barmhartigheid reikt van geslacht tot geslacht Over hen, die Hem vrezen;
50и милость Его в роды родов к боящимся Его;
51Hij toont de kracht van zijn arm, En slaat de trotsen van harte uiteen.
51явил силу мышцы Своей; рассеял надменных помышлениями сердца их;
52De machtigen haalt Hij neer van de troon, Maar Hij verheft de geringen;
52низложил сильных с престолов, и вознес смиренных;
53Behoeftigen overlaadt Hij met gaven, En rijken zendt Hij ledig heen.
53алчущих исполнил благ, и богатящихся отпустил ни с чем;
54Hij heeft Zich over Israël, zijn dienaar, ontfermd; Zijn barmhartigheid indachtig:
54воспринял Израиля, отрока Своего, воспомянув милость,
55Zoals Hij tot onze vaderen sprak: Aan Abraham en zijn zaad voor altijd.
55как говорил отцам нашим, к Аврааму и семени его до века.
56Maria bleef ongeveer drie maanden bij haar; toen keerde ze terug naar huis.
56Пребыла же Мария с нею около трех месяцев, и возвратилась в дом свой.
57Zo kwam voor Elisabet de tijd van haar moederschap, en ze baarde een zoon.
57Елисавете же настало время родить, и она родила сына.
58Haar buren en familie hoorden, dat de Heer haar grote barmhartigheid had betoond, en ze deelden in haar vreugde.
58И услышали соседи и родственники ее, что возвеличил Господь милость Свою над нею, и радовались с нею.
59Op de achtste dag kwam men het kind besnijden, en men wilde het Zakarias noemen, naar de naam van zijn vader.
59В восьмой день пришли обрезать младенца и хотели назвать его, по имени отца его, Захариею.
60Maar zijn moeder nam het woord en sprak: Neen, Johannes zal hij heten.
60На это мать его сказала: нет, а назвать его Иоанном.
61Ze zeiden haar: Er is niemand in uw familie, die deze naam heeft.
61И сказали ей: никого нет в родстве твоем, кто назывался бы сим именем.
62Nu gaven ze zijn vader een teken, hoe hij hem wilde noemen.
62И спрашивали знаками у отца его, как бы он хотел назвать его.
63Hij vroeg een schrijfbordje, en schreef: Zijn naam is Johannes. Allen waren er over verwonderd.
63Он потребовал дощечку и написал: Иоанн имя ему. И все удивились.
64Maar op hetzelfde ogenblik ging zijn mond en tong los; hij sprak, en zegende God.
64И тотчас разрешились уста его и язык его, и он стал говорить, благословляя Бога.
65Al hun buren werden met ontzag vervuld, en in heel het bergland van Judea werden al deze dingen besproken.
65И был страх на всех живущих вокруг них; и рассказывали обо всем этом по всей нагорной стране Иудейской.
66Allen, die het hoorden, dachten er over na, en zeiden: Wat zal er toch worden van dat kind? Waarachtig, de hand des Heren was met hem!
66Все слышавшие положили это на сердце своем и говорили: что будет младенец сей? И рука Господня была с ним.
67En zijn vader Zakarias, vervuld van den Heiligen Geest, profeteerde en sprak:
67И Захария, отец его, исполнился Святаго Духа и пророчествовал, говоря:
68Geloofd zij de Heer, Israëls God! Want Hij heeft zijn volk bezocht en verlost,
68благословен Господь Бог Израилев, что посетил народ Свой и сотворил избавление ему,
69En ons een hoorn van redding verwekt In het huis van David, zijn dienaar.
69и воздвиг рог спасения нам в дому Давида, отрока Своего,
70Zoals Hij eeuwen geleden beloofd had Door de mond zijner heilige profeten:
70как возвестил устами бывших от века святых пророков Своих,
71Om ons redding te brengen van onze vijanden, En uit de hand van al, die ons haten.
71что спасет нас от врагов наших и от руки всех ненавидящих нас;
72Om Zich te ontfermen over onze vaderen, En zijn heilig Verbond te gedenken,
72сотворит милость с отцами нашими и помянет святой завет Свой,
73De eed, die Hij zwoer, Aan Abraham, onzen vader.
73клятву, которою клялся Он Аврааму, отцу нашему, дать нам,
74Om ons te vergunnen, om zonder vrees, Uit de hand onzer vijanden verlost,
74небоязненно, по избавлении от руки врагов наших,
75Hem te dienen, vroom en rechtschapen, Voor zijn aanschijn al onze dagen.
75служить Ему в святости и правде пред Ним, во все дни жизни нашей.
76En Gij nu, kleine knaap, Zult profeet van den Allerhoogste worden genoemd; Want ge zult uitgaan voor den Heer, Om zijn wegen te bereiden.
76И ты, младенец, наречешься пророком Всевышнего, ибо предъидешь пред лицем Господа приготовить пути Ему,
77Om zijn volk het heil te doen kennen In de vergiffenis zijner zonden,
77дать уразуметь народу Его спасение в прощении грехов их,
78Door de tedere ontferming van onzen God, Die ons de Dageraad uit den hoge zal brengen.
78по благоутробному милосердию Бога нашего, которым посетил нас Восток свыше,
79Om te verlichten, die in duisternis zijn, En in de schaduw van de dood zijn gezeten; Om onze schreden te richten Naar de weg van de vrede.
79просветить сидящих во тьме и тени смертной, направить ноги наши на путь мира.
80En de knaap groeide op, en kreeg een krachtige geest. Hij bleef in de woestijn tot de dag, dat hij voor Israël zou optreden.
80Младенец же возрастал и укреплялся духом, и был в пустынях до дня явления своего Израилю.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.