Hebreeen
Chapter 1
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Synodal Translatio…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Synodal Translation (Синодальный перевод)
1Nadat God eertijds vele malen en op velerlei wijzen tot de Vaders gesproken heeft door de Profeten,
1Бог, многократно и многообразно говоривший издревле отцам в пророках,
2heeft Hij aan het einde dezer dagen tot ons gesproken door den Zoon, dien Hij gesteld heeft tot erfgenaam van al zijn bezit en door wien Hij de wereld gemaakt heeft.
2В последние дни сии говорил нам в Сыне, Которого поставил наследником всего, чрез Которого и веки сотворил.
3Deze is de afstraling zijner Glorie en de afdruk van zijn Wezen, en Hij draagt het heelal door het woord zijner Macht; Hij heeft de reiniging van zonden bewerkt, en toen Zich neergezet aan de rechterhand der Majesteit in den hoge.
3Сей, будучи сияние славы и образ ипостаси Его и держа все словом силы Своей, совершив собою очищение грехов наших, воссел одесную (престола) величия на высоте,
4Even hoog staat Hij boven de engelen, als de Naam, die Hij ontving, voortreffelijker is dan de hunne.
4Будучи столько превосходнее Ангелов, сколько славнейшее пред ними наследовал имя.
5Want tot wien der engelen heeft Hij ooit gezegd: “Gij zijt mijn Zoon, Ik heb U heden verwekt.” Of wederom: “Ik zal Hem tot Vader zijn, En Hij zal Mij wezen tot Zoon.”
5Ибо кому когда из Ангелов сказал Бог: “Ты сын мой, Я ныне родил Тебя?” И еще: “Я буду Ему Отцом, и Он будет Мне Сыном”?
6En wanneer Hij den Eerstgeborene de wereld binnenleidt, zegt Hij opnieuw: “Alle engelen Gods moeten Hem aanbidden.”
6Также, когда вводит Первородного во вселенную, говорит: “и да поклонятся Ему все Ангелы Божии”.
7En van de engelen zegt Hij: “Die zijn engelen geesten maakt, En zijn knechten vlammend vuur.”
7Об Ангелах сказано: “Ты творишь Ангелами Своими духов и служителями Своими пламенеющий огонь”.
8Maar van den Zoon: Uw troon, o God, is in de eeuwen der eeuwen, En uw koningschepter is de schepter van het recht.
8А о Сыне: “Престол Твой Боже, в век века; жезл царствия Твоего - жезл правоты.
9Gij hebt gerechtigheid bemind, En ongerechtigheid gehaat. Daarom, o God, heeft uw God U gezalfd, Met vreugde-olie boven uw genoten.
9Ты возлюбил правду и возненавидел беззакония; посему помазав Тебя, Боже, Бог твой елеем радости более соучастников твоих”.
10En: Heer, in den beginne hebt Gij de aarde gegrond, En de hemelen zijn de werken uwer handen.
10И: “В начале Ты, Господи, основал землю, и небеса - дело рук Твоих;
11Zij zullen vergaan, maar Gij blijft! Als een kleed zullen ze allen verslijten.
11Они погибнут, а ты пребываешь; и все обветшают как риза,
12Als een mantel rolt Gij ze op, En als een kleed zullen ze worden verwisseld. Maar Gij blijft dezelfde, En uw jaren nemen geen einde.
12И как одежду свернешь их, и изменятся; но Ты тот же, и лета Твои не кончатся”.
13En tot wien der engelen sprak Hij ooit: “Zet U aan mijn rechterhand, Totdat Ik uw vijanden leg als een voetbank voor uw voeten.”
13Кому когда из Ангелов сказал Бог: “Седи одесную Меня, доколе положу врагов Твоих в подножие ног Твоих”?
14Zijn ze niet allen dienstbare geesten, uitgezonden tot hulp van hen, die de zaligheid zullen beërven?
14Не все ли они суть служебные духи, посылаемые на служение для тех, которые имеют наследовать спасение?

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.