Prediker 1
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Synodal Translation (Синодальный перевод)
1De woorden van den Prediker, den zoon van David, koning in Jerusalem.
1Слова Екклесиаста, сына Давидова, царя в Иерусалиме.
2Ijdelheid der ijdelheden, zegt de Prediker, Ijdelheid der ijdelheden; alles is ijdel!
2Суета сует, сказал Екклесиаст, суета сует, - все суета!
3Wat voor nut heeft de mens van al het zwoegen, Dat hij doet onder de zon?
3Что пользы человеку от всех трудов его, которыми трудится он под солнцем?
4Het ene geslacht gaat, het andere komt; Alleen de aarde blijft.
4Род проходит, и род приходит, а земля пребывает во веки.
5De zon gaat op, de zon gaat onder, Zij ijlt naar haar plaats, en komt daar weer op;
5Восходит солнце, и заходит солнце, и спешит к месту своему, где оно восходит.
6Zij gaat naar het zuiden, En keert zich naar het noorden. Rusteloos wentelend jaagt de wind, Op zijn eigen wentelen keert de wind terug.
6Идет ветер к югу, и переходит к северу, кружится, кружится на ходу своем, и возвращается ветер на круги свои.
7Alle stromen lopen naar zee, Maar de zee wordt er niet vol van; Naar de plaats van hun uitgang keren zij terug, Om opnieuw te vloeien.
7Все реки текут в море, но море не переполняется: к тому месту, откуда реки текут, они возвращаются, чтобы опять течь.
8Al die rusteloos werkende dingen Vermag de mens niet op te sommen. Het oog wordt nooit verzadigd van zien, Het oor heeft nooit genoeg van het horen.
8Все вещи - в труде: не может человек пересказать всего; не насытится око зрением, не наполнится ухо слушанием.
9Wat geweest is, komt terug; Wat gebeurd is, gebeurt opnieuw; Niets nieuws is er onder de zon!
9Что было, то и будет; и что делалось, то и будет делаться, и нет ничего нового под солнцем.
10Is er eens iets, waarvan men zegt: Zie, dat is nieuw, Het was er reeds lang in de eeuwen vóór ons.
10Бывает нечто, о чем говорят: “смотри, вот это новое”; но это было уже в веках, бывших прежде нас.
11Men denkt niet meer aan de mensen van vroeger; Evenmin blijft een volgend geslacht In herinnering bij hen, die later komen.
11Нет памяти о прежнем; да и о том, что будет, не останется памяти у тех, которые будут после.
12Ik, de Prediker, was koning Over Israël, in Jerusalem.
12Я, Екклесиаст, был царем над Израилем в Иерусалиме;
13Ik legde mij er op toe, met wijsheid te onderzoeken En na te vorsen alles wat er gebeurt onder de zon. Deze treurige bezigheid heeft God gegeven Aan de mensen, om zich er mee af te tobben.
13И предал я сердце мое тому, чтобы исследовать и испытать мудростью все, что делается под небом: это тяжелое занятие дал Бог сынам человеческим, чтобы они упражнялись в нем.
14Ik zag, wat er gezwoegd wordt onder de zon: En zie, alles is ijdelheid en jagen naar wind;
14Видел я все дела, какие делаются под солнцем, и вот, все - суета и томление духа!
15Het kromme kan men niet recht maken, En het onvolmaakte niet volmaakt.
15Кривое не может сделаться прямым, и чего нет, того нельзя считать.
16Ik dacht bij mijzelf: Zie, ik heb veel groter wijsheid verworven, Dan allen, die vóór mij over Jerusalem heersten, En mijn hart heeft veel wijsheid en kennis doorschouwd.
16Говорил я с сердцем моим так: вот, я возвеличился и приобрел мудрости больше всех, которые были прежде меня над Иерусалимом, и сердце мое видело много мудрости и знания.
17Ik heb getracht, wijsheid en kennis Te onderscheiden van dwaasheid en onverstand; Maar ik heb begrepen, Dat ook dit slechts jagen naar wind is.
17И предал я сердце мое тому, чтобы познать мудрость и познать безумие и глупость: узнал, что и это - томление духа;
18Want hoe groter de wijsheid, hoe groter de kwelling; En wie kennis vermeerdert, vermeerdert de smart.
18потому что во многой мудрости много печали; и кто умножает познания, умножает скорбь.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.