1 Korintiers
Chapter 1
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Synodal Translatio…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Synodal Translation (Синодальный перевод)
1Paulus, apostel van Christus Jesus, geroepen door Gods wil, en broeder Sóstenes:
1Павел, волею Божиею призванный Апостол Иисуса Христа, и Сосфен брат,
2aan de Kerk Gods te Korinte, aan hen die geheiligd zijn door Christus Jesus, aan de uitverkoren heiligen, en aan allen die de naam van Jesus Christus aanroepen in iedere plaats, zowel bij hen als bij ons:
2церкви Божией, находящейся в Коринфе, освященным во Христе Иисусе, призванным святым, со всеми призывающими имя Господа нашего Иисуса Христа, во всяком месте, у них и у нас:
3Genade zij u en vrede van God onzen Vader, en van den Heer Jesus Christus.
3благодать вам и мир от Бога Отца нашего и Господа Иисуса Христа.
4Ten allen tijde dank ik God om u voor Gods genade, die u gegeven is in Christus Jesus;
4Непрестанно благодарю Бога моего за вас, ради благодати Божией, дарованной вам во Христе Иисусе,
5want door Hem zijt gij rijk geworden in ieder opzicht, —in alle woord en in alle kennis
5потому что в Нем вы обогатились всем, всяким словом и всяким познанием -
6in dezelfde mate als de belijdenis van Christus vastheid onder u heeft gekregen.
6ибо свидетельство Христово утвердилось в вас,-
7En zo staat gij in geen enkele genadegave ten achter al de tijd, dat gij de openbaring afwacht van onzen Heer Jesus Christus.
7так что вы не имеете недостатка ни в каком даровании, ожидая явления Господа нашего Иисуса Христа,
8Bovendien zal Deze u vast doen staan ten einde toe, zodat gij onberispelijk zijn zult op de dag van onzen Heer Jesus Christus.
8Который и утвердит вас до конца, чтобы вам быть неповинными в день Господа нашего Иисуса Христа.
9God is getrouw; Hij door wien gij geroepen zijt tot de gemeenschap met zijn Zoon, Jesus Christus onzen Heer.
9Верен Бог, Которым вы призваны в общение Сына Его Иисуса Христа, Господа нашего.
10Broeders, ik bezweer u uit naam van onzen Heer Jesus Christus, dat gij allen hetzelfde spreekt en dat er onder u geen scheuringen zijn, maar dat gij volkomen één zijt in dezelfde gezindheid en dezelfde overtuiging.
10Умоляю вас, братия, именем Господа нашего Иисуса Христа, чтобы все вы говорили одно и не было между вами разделений, но чтобы вы соединены были в одном духе и в одних мыслях.
11Want, mijn broeders, door de lieden van Chloë is me over u bekend geworden, dat er twisten onder u zijn.
11Ибо от домашних Хлоиных сделалось мне известным о вас, братия мои, что между вами есть споры.
12Ik bedoel dit: Iedereen van u zegt: “Ik ben van Paulus, ik van Apollo, ik van Kefas, ik van Christus.”
12Я разумею то, что у вас говорят: “Я Павлов”; “Я Аполлосов”; “Я Кифин”; “А я Христов”.
13Is Christus soms verdeeld? Of is Paulus soms voor u gekruisigd, of zijt gij in Paulus’ naam gedoopt?
13Разве разделился Христос? Разве Павел распялся за вас? Или во имя Павла вы крестились?
14Ik ben er dankbaar om, dat ik niemand van u gedoopt hebt behalve Krispus en Gajus,
14Благодарю Бога, что я никого из вас не крестил, кроме Криспа и Гаия,
15zodat men niet zeggen kan, dat gij in mijn naam zijt gedoopt.
15дабы не сказал кто, что я крестил в мое имя.
16Ook Stéfanas’ familie heb ik nog gedoopt; overigens weet ik niet, dat ik iemand anders gedoopt heb.
16Крестил я также Стефанов дом; а крестил ли еще кого, не знаю.
17Want Christus heeft mij niet gezonden om te dopen, maar om het Evangelie te verkondigen: niet met wijsheid van woorden, opdat het Kruis van Christus zijn betekenis niet zou verliezen.
17Ибо Христос послал меня не крестить, а благовествовать, не в премудрости слова, чтобы не упразднить креста Христова.
18Immers de prediking van het Kruis is wel een dwaasheid voor hen, die verloren gaan, maar voor ons, die behouden worden, is ze een kracht Gods.
18Ибо слово о кресте для погибающих юродство есть, а для нас, спасаемых, - сила Божия.
19Want er staat geschreven: “Ik zal de wijsheid der wijzen verdelgen, En het beleid der verstandigen te niet doen.”
19Ибо написано: погублю мудрость мудрецов, и разум разумных отвергну.
20Waar is de wijze? Waar de schriftgeleerde? Waar de redetwister dezer wereld? Heeft God de wijsheid dezer wereld niet dwaas gemaakt?
20Где мудрец? Где книжник? Где совопросник века сего? Не обратил ли Бог мудрость мира сего в безумие?
21Want daar volgens het bestel van Gods wijsheid de wereld niet door de wijsheid tot de kennis van God is gekomen, zo heeft het God behaagd, de gelovigen zalig te maken door de dwaasheid der prediking.
21Ибо когда мир своею мудростью не познал Бога в премудрости Божией, то благоугодно было Богу юродством проповеди спасти верующих.
22Terwijl de Joden tekenen eisen, en de Grieken wijsheid zoeken,
22Ибо и Иудеи требуют чудес, и Еллины ищут мудрости;
23preken wij Christus gekruisigd, voor de Joden een ergernis en voor de heidenen een dwaasheid,
23а мы проповедуем Христа распятого, для Иудеев соблазн, а для Еллинов безумие,
24maar voor hen, die geroepen zijn, Joden zowel als Grieken, een Christus, Gods kracht en Gods wijsheid.
24для самих же призванных, Иудеев и Еллинов, Христа, Божию силу и Божию премудрость;
25Want het dwaze van God is wijzer dan de mensen, en het zwakke van God is krachtiger dan de mensen.
25потому что немудрое Божие премудрее человеков, и немощное Божие сильнее человеков.
26Inderdaad, broeders, denkt eens aan uw eigen roeping terug; niet velen waren wijzen naar het vlees, niet velen machtig, niet velen aanzienlijk.
26Посмотрите, братия, кто вы, призванные: не много из вас мудрых по плоти, не много сильных, не много благородных;
27Neen, het dwaze der wereld heeft God uitverkoren, om de wijzen beschaamd te maken; en het zwakke der wereld heeft God uitverkoren, om het sterke te beschamen;
27но Бог избрал немудрое мира, чтобы посрамить мудрых, и немощное мира избрал Бог, чтобы посрамить сильное;
28en het onaanzienlijke der wereld en het onbeduidende heeft God uitverkoren: alles wat niets is, om te niet te doen, wat iets is,
28и незнатное мира и уничиженное и ничего не значащее избрал Бог, чтобы упразднить значащее, -
29opdat geen vlees zou roemen voor God.
29для того чтобы никакая плоть не хвалилась пред Богом.
30Door Hem toch behoort gij aan Christus Jesus, die ons door God geworden is: Wijsheid, Gerechtigheid, Heiliging en Verlossing;
30От Него и вы во Христе Иисусе, Который сделался для нас премудростью от Бога, праведностью и освящением и искуплением,
31opdat gelijk geschreven staat: “Hij die roemt, Roeme in den Heer.”
31чтобы было, как написано: хвалящийся хвались Господом.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.