1 Korintiers 10
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Synodal Translation (Синодальный перевод)
1Ik wil niet, broeders, dat gij er geen acht op zoudt slaan, hoe onze vaders allen onder de wolk waren, allen door de zee heentrokken,
1Не хочу оставить вас, братия, в неведении, что отцы наши все были под облаком, и все прошли сквозь море;
2en allen door wolk en zee in Moses werden gedoopt;
2и все крестились в Моисея в облаке и в море;
3hoe ze allen dezelfde geestelijke spijs hebben gegeten;
3и все ели одну и ту же духовную пищу;
4hoe ze allen dezelfde geestelijke drank hebben gedronken; want ze dronken uit een geestelijke rots, die hen vergezelde, en die rots was Christus.
4и все пили одно и то же духовное питие: ибо пили из духовного последующего камня; камень же был Христос.
5Toch heeft God in de meesten van hen geen welbehagen gehad, want ze werden neergeveld in de woestijn;
5Но не о многих из них благоволил Бог, ибо они поражены были в пустыне.
6en dit is geschied als voorafbeelding voor ons, opdat wij geen begeerte naar het kwade zouden hebben, zoals zij dat hebben gehad.
6А это были образы для нас, чтобы мы не были похотливы на злое, как они были похотливы.
7Weest ook geen afgodendienaars, zoals sommigen van hen; gelijk geschreven staat: “Het volk zat neer, om te eten en te drinken, en men ging zich vermaken.”
7Не будьте также идолопоклонниками, как некоторые из них, о которых написано: народ сел есть и пить, и встал играть.
8Laten we ook geen ontucht bedrijven, zoals sommigen van hen ontucht bedreven; en op één dag vielen er drie en twintig duizend.
8Не станем блудодействовать, как некоторые из них блудодействовали, и в один день погибло их двадцать три тысячи.
9Tarten we ook den Heer niet, zoals sommigen van hen hebben gedaan; en ze kwamen om door de slangen.
9Не станем искушать Христа, как некоторые из них искушали и погибли от змей.
10Mort ook niet, zoals sommigen van hen hebben gemord; en ze werden uitgeroeid door den verderfengel.
10Не ропщите, как некоторые из них роптали и погибли от истребителя.
11Dit alles nu overkwam hun als een voorafbeelding voor ons, en het werd opgeschreven tot waarschuwing voor ons, die het einde der tijden beleven.
11Все это происходило с ними, как образы; а описано в наставление нам, достигшим последних веков.
12Dus, wie meent te staan, zie toe, dat hij niet valt!
12Посему кто думает, что он стоит, берегись, чтобы не упасть.
13Gij hebt geen bovenmenselijke bekoring te doorstaan gehad. God is getrouw; Hij zal niet toelaten, dat gij boven uw krachten bekoord wordt, maar met de bekoring zal Hij ook het middel geven, om ze te kunnen doorstaan.
13Вас постигло искушение не иное, как человеческое; и верен Бог, Который не попустит вам быть искушаемыми сверх сил, но при искушении даст и облегчение, так чтобы вы могли перенести.
14En daarom, mijn geliefden, vlucht de afgoderij!
14Итак, возлюбленные мои, убегайте идолослужения.
15Ik spreek tot verstandigen; beoordeelt dus zelf, wat ik zeggen ga.
15Я говорю вам как рассудительным; сами рассудите о том, что говорю.
16Is de kelk der zegening, die wij zegenen, geen deelgenootschap aan het Bloed van Christus; is het brood, dat wij breken, geen deelgenootschap aan het Lichaam van Christus?
16Чаша благословения, которую благословляем, не есть ли приобщение Крови Христовой? Хлеб, который преломляем, не есть ли приобщение Тела Христова?
17Omdat het één Brood is, daarom zijn wij, hoe talrijk ook, één lichaam; want allen hebben wij deel aan het éne Brood.
17Один хлеб, и мы многие одно тело; ибо все причащаемся от одного хлеба.
18Beschouwt het Israël naar het vlees; zijn zij, die de offerspijzen eten, niet in gemeenschap met het altaar?
18Посмотрите на Израиля по плоти: те, которые едят жертвы, не участники ли жертвенника?
19Wat wil ik hiermee zeggen? Dat het offervlees iets is, of dat een afgod iets is?
19Что же я говорю? То ли, что идол есть что-нибудь или идоложертвенное значит что-нибудь?
20Neen, maar wat ze offeren, offeren ze aan duivels en niet aan God. En ik wil niet, dat gij in gemeenschap staat met de duivels.
20Нет, но что язычники, принося жертвы, приносят бесам, а не Богу. Но я не хочу, чтобы вы были в общении с бесами.
21Gij kunt de kelk des Heren niet drinken en de kelk der duivels. Gij kunt geen deel hebben aan de Tafel des Heren en aan de tafel der duivels.
21Не можете пить чашу Господню и чашу бесовскую; не можете быть участниками в трапезе Господней и в трапезе бесовской.
22Of zouden we den Heer soms willen uitdagen? Zijn wij soms sterker dan Hij?
22Неужели мы решимся раздражать Господа? Разве мы сильнее Его?
23Alles is geoorloofd! Maar niet alles is heilzaam! Alles is geoorloofd! Maar niet alles is stichtend.
23Все мне позволительно, но не все полезно; все мне позволительно, но не все назидает.
24Niemand zoeke zijn eigen belang, maar dat van den naaste.
24Никто не ищи своего, но каждый пользы другого.
25Al wat in de vleeshal verkocht wordt, moogt gij eten, zonder verder onderzoek te doen tot geruststelling van uw geweten.
25Все, что продается на торгу, ешьте без всякого исследования, для спокойствия совести;
26Want: “Aan den Heer behoort de aarde met wat ze bevat.”
26ибо Господня земля и что наполняет ее.
27Zo een ongelovige u uitnodigt, en gij wilt er heen gaan, eet dan gerust al wat u wordt voorgezet, zonder verder onderzoek te doen tot geruststelling van het geweten.
27Если кто из неверных позовет вас, и вы захотите пойти, то все, предлагаемое вам, ешьте без всякого исследования, для спокойствия совести.
28Maar zo iemand u zegt: “dit is offervlees,” eet er dan niet van, zowel om hem, die er u opmerkzaam op maakte, als om gewetenswil.
28Но если кто скажет вам: это идоложертвенное - то не ешьте ради того, кто объявил вам, и ради совести. Ибо Господня земля и что наполняет ее.
29Ik bedoel niet uw eigen geweten, maar dat van den ander. Waarom toch zou mijn vrijheid op zich zelf genomen afgemeten worden naar het geweten van een ander?
29Совесть же разумею не свою, а другого: ибо для чего моей свободе быть судимой чужою совестью?
30Wanneer ik na dankzegging van iets geniet, waarom zou ik gesmaald worden om iets, waarvoor ik dankzegging uitspreek?
30Если я с благодарением принимаю пищу, то для чего порицать меня за то, за что я благодарю?
31Derhalve, of gij eet, of drinkt, of wat gij ook doet, doet alles ter ere Gods!
31Итак, едите ли, пьете ли или иное что делаете, все делайте в славу Божию.
32Geeft geen aanstoot aan Joden of heidenen, noch aan de Kerk van God;
32Не подавайте соблазна ни Иудеям, ни Еллинам, ни церкви Божией,
33zoals ook ikzelf allen in ieder opzicht terwille ben, en niet mijn eigen belang zoek, maar dat van de grote menigte, opdat ze behouden wordt.
33так, как и я угождаю всем во всем, ища не своей пользы, но пользы многих, чтобы они спаслись.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.