1 Korintiers
Chapter 10
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Diodati Bibbia 1885
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Diodati Bibbia 1885
1Ik wil niet, broeders, dat gij er geen acht op zoudt slaan, hoe onze vaders allen onder de wolk waren, allen door de zee heentrokken,
1ORA, fratelli, io non voglio che ignoriate che i nostri padri furono tutti sotto la nuvola, e che tutti passarono per lo mare;
2en allen door wolk en zee in Moses werden gedoopt;
2e che tutti furono battezzati in Mosè, nella nuvola, e nel mare;
3hoe ze allen dezelfde geestelijke spijs hebben gegeten;
3e che tutti mangiarono il medesimo cibo spirituale;
4hoe ze allen dezelfde geestelijke drank hebben gedronken; want ze dronken uit een geestelijke rots, die hen vergezelde, en die rots was Christus.
4e che tutti bevvero la medesima bevanda spirituale; perciocchè bevevano della pietra spirituale, che li seguitava; or quella pietra era Cristo.
5Toch heeft God in de meesten van hen geen welbehagen gehad, want ze werden neergeveld in de woestijn;
5Ma Iddio non gradì la maggior parte di loro; perciocchè furono abbattuti nel deserto.
6en dit is geschied als voorafbeelding voor ons, opdat wij geen begeerte naar het kwade zouden hebben, zoals zij dat hebben gehad.
6Or queste cose furon figure a noi; acciocchè noi non appetiamo cose malvage, siccome anch'essi le appetirono.
7Weest ook geen afgodendienaars, zoals sommigen van hen; gelijk geschreven staat: “Het volk zat neer, om te eten en te drinken, en men ging zich vermaken.”
7E che non diveniate idolatri, come alcuni di loro; secondo ch'egli è scritto: Il popolo si assettò per mangiare, e per bere, poi si levò per sollazzare.
8Laten we ook geen ontucht bedrijven, zoals sommigen van hen ontucht bedreven; en op één dag vielen er drie en twintig duizend.
8E non fornichiamo, come alcuni di loro fornicarono, onde ne caddero in un giorno ventitremila.
9Tarten we ook den Heer niet, zoals sommigen van hen hebben gedaan; en ze kwamen om door de slangen.
9E non tentiamo Cristo, come ancora alcuni di loro lo tentarono, onde perirono per li serpenti.
10Mort ook niet, zoals sommigen van hen hebben gemord; en ze werden uitgeroeid door den verderfengel.
10E non mormoriate, come ancora alcuni di loro mormorarono, onde perirono per lo distruttore.
11Dit alles nu overkwam hun als een voorafbeelding voor ons, en het werd opgeschreven tot waarschuwing voor ons, die het einde der tijden beleven.
11Or tutte queste cose avvennero loro per servir di figure; e sono scritte per ammonizion di noi, ne' quali si sono scontrati gli ultimi termini de' secoli.
12Dus, wie meent te staan, zie toe, dat hij niet valt!
12Perciò, chi si pensa star ritto, riguardi che non cada.
13Gij hebt geen bovenmenselijke bekoring te doorstaan gehad. God is getrouw; Hij zal niet toelaten, dat gij boven uw krachten bekoord wordt, maar met de bekoring zal Hij ook het middel geven, om ze te kunnen doorstaan.
13Tentazione non vi ha ancora colti, se non umana; or Iddio è fedele, il qual non lascerà che siate tentati sopra le vostre forze; ma con la tentazione darà l'uscita, acciocchè la possiate sostenere.
14En daarom, mijn geliefden, vlucht de afgoderij!
14PERCIÒ, cari miei, fuggite dall'idolatria.
15Ik spreek tot verstandigen; beoordeelt dus zelf, wat ik zeggen ga.
15Io parlo come ad intendenti; giudicate voi ciò che io dico.
16Is de kelk der zegening, die wij zegenen, geen deelgenootschap aan het Bloed van Christus; is het brood, dat wij breken, geen deelgenootschap aan het Lichaam van Christus?
16Il calice della benedizione, il qual noi benediciamo, non è egli la comunione del sangue di Cristo? il pane, che noi rompiamo, non è egli la comunione del corpo di Cristo?
17Omdat het één Brood is, daarom zijn wij, hoe talrijk ook, één lichaam; want allen hebben wij deel aan het éne Brood.
17Perciocchè vi è un medesimo pane, noi, benchè molti, siamo un medesimo corpo; poichè partecipiamo tutti un medesimo pane.
18Beschouwt het Israël naar het vlees; zijn zij, die de offerspijzen eten, niet in gemeenschap met het altaar?
18Vedete l'Israele secondo la carne; non hanno coloro che mangiano i sacrificii comunione con l'altare?
19Wat wil ik hiermee zeggen? Dat het offervlees iets is, of dat een afgod iets is?
19Che dico io adunque? che l'idolo sia qualche cosa? o che ciò che è sacrificato agl'idoli sia qualche cosa?
20Neen, maar wat ze offeren, offeren ze aan duivels en niet aan God. En ik wil niet, dat gij in gemeenschap staat met de duivels.
20Anzi dico , che le cose che i Gentili sacrificano, le sacrificano a' demoni, e non a Dio; or io non voglio che voi abbiate comunione co' demoni.
21Gij kunt de kelk des Heren niet drinken en de kelk der duivels. Gij kunt geen deel hebben aan de Tafel des Heren en aan de tafel der duivels.
21Voi non potete bere il calice del Signore, e il calice de' demoni; voi non potete partecipar la mensa del Signore, e la mensa de' demoni.
22Of zouden we den Heer soms willen uitdagen? Zijn wij soms sterker dan Hij?
22Vogliamo noi provocare il Signore a gelosia? siamo noi più forti di lui?
23Alles is geoorloofd! Maar niet alles is heilzaam! Alles is geoorloofd! Maar niet alles is stichtend.
23OGNI cosa mi è lecita, ma non ogni cosa è utile; ogni cosa mi è lecita, ma non ogni cosa edifica.
24Niemand zoeke zijn eigen belang, maar dat van den naaste.
24Niuno cerchi il suo proprio, ma ciascuno cerchi ciò che è per altrui.
25Al wat in de vleeshal verkocht wordt, moogt gij eten, zonder verder onderzoek te doen tot geruststelling van uw geweten.
25Mangiate di tutto ciò che si vende nel macello, senza farne scrupolo alcuno per la coscienza;
26Want: “Aan den Heer behoort de aarde met wat ze bevat.”
26perciocchè del Signore è la terra, e tutto ciò che ella contiene.
27Zo een ongelovige u uitnodigt, en gij wilt er heen gaan, eet dan gerust al wat u wordt voorgezet, zonder verder onderzoek te doen tot geruststelling van het geweten.
27E se alcuno degl'infedeli vi chiama, e volete andarvi, mangiate di tutto ciò che vi è posto davanti, senza farne scrupolo alcuno per la coscienza.
28Maar zo iemand u zegt: “dit is offervlees,” eet er dan niet van, zowel om hem, die er u opmerkzaam op maakte, als om gewetenswil.
28Ma, se alcuno vi dice: Questo è delle cose sacrificate agl'idoli, non ne mangiate, per cagion di colui che ve l'ha significato, e per la coscienza.
29Ik bedoel niet uw eigen geweten, maar dat van den ander. Waarom toch zou mijn vrijheid op zich zelf genomen afgemeten worden naar het geweten van een ander?
29Or io dico coscienza, non la tua propria, ma quella d'altrui; perciocchè, perchè sarebbe la mia libertà giudicata dalla coscienza altrui?
30Wanneer ik na dankzegging van iets geniet, waarom zou ik gesmaald worden om iets, waarvoor ik dankzegging uitspreek?
30Che se per grazia io posso usar le vivande , perchè sarei biasimato per ciò di che io rendo grazie?
31Derhalve, of gij eet, of drinkt, of wat gij ook doet, doet alles ter ere Gods!
31Così adunque, o che mangiate, o che beviate, o che facciate alcun'altra cosa, fate tutte le cose alla gloria di Dio.
32Geeft geen aanstoot aan Joden of heidenen, noch aan de Kerk van God;
32Siate senza dare intoppo nè a' Giudei, nè a' Greci, nè alla chiesa di Dio.
33zoals ook ikzelf allen in ieder opzicht terwille ben, en niet mijn eigen belang zoek, maar dat van de grote menigte, opdat ze behouden wordt.
33Siccome io ancora compiaccio a tutti in ogni cosa, non cercando la mia propria utilità, ma quella di molti, acciocchè sieno salvati.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.