Lucas 21
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1Toen Hij nu opkeek, zag Hij de rijken hun giften in de offerkist storten.
1Поглянувши ж побачив, як кидали дари свої в скарбону заможні.
2Maar Hij zag ook een arme weduwe, die er twee penningen in wierp.
2Побачив же й одну вдовицю вбогу, що кидала туди дві лепти.
3En Hij sprak: Voorwaar, Ik zeg u: deze arme weduwe heeft er meer in gestort dan alle anderen.
3І рече: Правдиво глаголю вам, що вдовиця вбога ся більш усїх укинула:
4Want allen hebben van hun overvloed geofferd, maar zij heeft van haar armoede gegeven, heel haar vermogen.
4всї бо ті з достатку свого кидали у дари Божі, ся ж з недостатку свого увесь прожиток свій, що мала, вкинула.
5Toen sommigen van de tempel zeiden, dat hij versierd was met prachtige stenen en geschenken, sprak Hij:
5І як деякі говорили про церкву, що каміннєм красним та посьвятами украшена, рече:
6Er zullen dagen komen, dat van al wat ge daar ziet, geen steen op de andere zal blijven, maar alles zal worden verwoest.
6Із сього, що бачите, прийдуть днї, в котрі не зоставить ся камінь на каменї, щоб не зруйновано.
7Ze vroegen Hem: Meester, wanneer zal dat gebeuren, en wat zal het teken zijn, dat het op handen is?
7Питали ж Його, кажучи: Учителю, коли ж се буде? й що за ознака, коли се має стати ся?
8Hij sprak: Past op, dat gij u niet laat misleiden! Want velen zullen met mijn Naam optreden, en zeggen: Ik ben het; en de tijd is nabij. Gaat hen niet achterna.
8Він же рече: Гледїть, щоб не були зведені; многі бо прийдуть в імя моє, кажучи: Що се я. А час приближив ся; не йдїть же за ними.
9En wanneer gij hoort van oorlogen en omwentelingen, schrikt er niet van; want eerst moet dit alles gebeuren, en ook dan nog komt het einde niet dadelijk.
9Як же почуєте про войни та ворохобнї, не полохайтесь; мусить бо перш се статись; тільки ж не зараз конець.
10Toen zeide Hij hun: Volk zal opstaan tegen volk, en rijk tegen rijk;
10Тодї рече їм: Устане нарід на нарід і царство на царство,
11en er zullen geweldige aardbevingen zijn, en pest en hongersnood op verschillende plaatsen; verschrikkingen zullen er komen, en grote tekenen aan de hemel.
11і трус великий по місцях, і голоднеча, й помір буде, й страхи, й ознаки з неба великі будуть.
12Maar eer dit alles geschiedt, zal men de hand aan u slaan en u vervolgen; u in synagogen en kerkers brengen, u slepen voor koningen en landvoogden terwille van mijn Naam.
12Та перш того всього наложать на вас руки свої і гонити муть, видаючи в школи й темницї, і водячи перед царі та ігемони задля імя мого.
13Dat zal u overkomen, omdat gij getuigenis afleggen moet.
13І станеть ся воно вам на сьвідкуваннє.
14Neemt dan bij uzelf het besluit, er niet bezorgd voor te zijn, hoe gij u verdedigen zult.
14Постановіть же в серцях ваших наперед, не готовитись відказувати:
15Want Ik zal u een taal en wijsheid geven, die geen uwer tegenstanders zal kunnen weerstaan of weerspreken.
15я бо дам вам уста й премудрість, котрій не здолїють противитись, анї встояти усї противники ваші.
16Gij zult overgeleverd worden door ouders en broers, door bloedverwanten en vrienden; sommigen van u zal men doden.
16Будете ж видавані й від родителїв, і братів, і родини, й приятелїв: і вбивати муть деяких з вас.
17En gij zult gehaat zijn bij allen terwille van mijn Naam;
17І будете ненавиджені від усїх задля імя мого.
18maar geen haar op uw hoofd zal verloren gaan.
18Та й волосина з голови вашої не загине.
19Door uw standvastigheid zult gij uw ziel behouden.
19У терпінню вашому осягнїть душі ваші.
20Wanneer gij Jerusalem door legers ziet ingesloten, weet dan, dat haar verwoesting nabij is.
20Як же побачите, що обгорнуто таборами Єрусалим, тодї знайте, що наближило ся спустїннє його.
21Laten zij, die in Judea zijn, dan naar de bergen vluchten; die binnen de stad zijn, er uittrekken, en die op het land zijn, er niet binnengaan.
21Тодї, хто в Юдеї, нехай біжять у гори; а хто в серединї в йому, нехай виходять; а ті, що по селах, нехай не ввіходять у него.
22Want dat zijn dagen van wraak; en alles wat er geschreven staat, zal in vervulling gaan.
22Бо се днї мести, щоб справдилось усе написане.
23Wee in die dagen de zwangere en de zogende vrouwen. Want daar zal grote ellende zijn in het land, en toorn over dit volk.
23Горе ж важким і годуючим у ті днї! буде бо біда велика на землї, і гнїв на народї сьому.
24Ze zullen over de kling worden gejaagd, en als gevangenen worden weggevoerd onder alle volken; en Jerusalem zal door de heidenen worden vertrapt, tot de tijden der heidenen voorbij zullen zijn.
24І поляжуть від гострого меча, й позаймані будуть у полонь до всїх поган; і топтати муть Єрусалим погане, доки сповнять ся часи поган.
25En er zullen tekenen zijn in zon en maan en sterren; en op de aarde doodsangst onder de volken, radeloos door het donderend geweld van de zee en de golven.
25І будуть ознаки на сонцї, й місяцї, й зорях, а на землї переполох народів у заколотї; як зареве море та филї.
26De mensen zullen verstijven van vrees en bange verwachting, van wat de wereld gaat overkomen; want de krachten der hemelen zullen worden geschokt.
26І омертвіють люде від страху та дожидання того, що прийде на вселенну: сили бо небесні захитають ся.
27Dan zullen ze den Mensenzoon op een wolk zien komen, met grote macht en majesteit.
27І тодї побачять Сина чоловічого, йдучого на хмарі з силою і славою великою.
28Welnu, wanneer dit alles een aanvang gaat nemen, blikt op dan, en heft uw hoofden omhoog; want uw verlossing is nabij.
28Як же зачне се дїятись, випростуйтесь і підіймайте голови ваші; бо наближилось викупленнє ваше.
29En Hij stelde hun een gelijkenis voor: Ziet naar de vijgeboom en alle andere bomen;
29І сказав приповість їм: Бачте смоківницю і всякі дерева:
30zodra gij ze ziet uitbotten, dan weet gij ook, dat de zomer nabij is.
30Як розпукують ся вже, бачивши самі розумієте, що вже близько лїто.
31Zo ook, wanneer gij dit alles ziet, weet dan, dat het koninkrijk Gods nabij is.
31Так і ви, коли побачите, як се станеть ся, знайте, що близько царство Боже.
32Voorwaar, Ik zeg u: Dit geslacht gaat niet voorbij, vóórdat dit alles is geschied.
32Істино глаголю вам: Ще не перейде рід сей, доки все станеть ся.
33Hemel en aarde zullen voorbijgaan, maar mijn woorden zullen niet voorbijgaan.
33Небо й земля перейде, слова ж мої не перейдуть.
34Let op uzelf. Laat uw harten niet worden bezwaard door brasserij, dronkenschap en de zorgen des levens; en laat die dag u niet onverhoeds overvallen,
34Остерегайте ся ж, щоб часом не обтягчились ваші серця прожорством, та пянством, та журбою життя сього, й щоб несподївано на вас не настиг день той.
35als een strik. Want hij zal komen over allen, die de ganse aarde bewonen.
35Бо, як сїтка, впаде на всїх, що живуть на лицї всієї землї.
36Waakt dus, en blijft altijd bidden, opdat gij ontkomen moogt aan dat alles, wat er gebeuren gaat; en opdat gij stand moogt houden voor het aanschijn van den Mensenzoon.
36Пильнуйте, по всяк час молячись, щоб удостоїли ся втекти від того всього, що має статись, і станути перед Сином чоловічим.
37Overdag gaf Hij onderricht in de tempel, maar ‘s nachts ging Hij heen en bleef op de berg, die Olijfberg wordt genoemd.
37Навчав же днями в церкві, ночами ж виходячи, пробував на горі, званій Оливною.
38En al het volk kwam ‘s morgens vroeg bij Hem in de tempel, om Hem te horen.
38Усї ж люде сходились рано до Него в церкву слухати Його.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.